| Lange Geer 12-14 | www.achterdegevelsvandelft.nl | ||||||
![]() |
|||||||
| De Vergulde Voet |
NB: Klik op de afbeeldingen voor een vergroting. |
||||||
| Lange Geer 14 is nu een
studentenhuis, maar ziet eruit als een café annex slijterij. Dat is
het overigens een eeuw lang geweest. Lange Geer 12 is de etagewoning
erboven, met eigen voordeur aan de rechterzijde van het pand. Aan
het einde van de achttiende eeuw komt de achterste helft van het
zeer diepe huis in bezit van de hoefsmid Joseph Simonis, die het
inricht als een magazijn in de Giststeeg bij zijn smederij in Lange
Geer 16-18. Wat daar sindsdien mee is gebeurd is beschreven in het
verhaal over Lange Geer 18. Dit verhaal beschrijft de geschiedenis
van het gehele huis tot aan Simonis’ overname en de voorste helft
ervan tot heden. Het huis staat op een plek die bij de grote stadsbrand van 1536 gespaard is gebleven. Uit archiefonderzoek blijkt echter dat het pand halverwege de 17de eeuw ingrijpend is vernieuwd. Toch heeft het huis nog vloeren bestaand uit moer-en kinderbinten die van voor die tijd dateren en in de kelder een houtconstructie die wijst op het einde van de 15de eeuw. Het pand is een Rijksmonument en heeft nu een lijstgevel uit de eerste helft van de 19de eeuw. Het hoge schilddak dat boven de gevel uittorent verraadt dat het huis eerder een trapgevel heeft gehad, zoals te zien is op de Kaart Figuratief uit de 17de eeuw.
Broertgens-kermis Halverwege de 16de eeuw is het huis eigendom van Jannitgen Sorghen, die het zelf bewoont. Maar meer dan haar naam is over haar niet bekend. Dat geldt niet voor de volgende bewoner Dirck Jorisz de Bije, die in belastingregisters van 1561 tot 1578 als eigenaar en bewoner staat vermeld. In het laatste register staat het huis overigens als ‘ledich’ aangetekend; het is dan niet meer in gebruik. De Bije is een voornaam Delftenaar. Hij zetelt in de raad en is als schepen betrokken bij het onderzoek naar de Beeldenstorm (1566) en de vervolging van de daders. In het satirische rederijkerstoneelstuk ‘De Delfsche Broertgens-kermis’ (ca. 1567), dat de spot drijft met de verwikkelingen vlak ná de Beeldenstorm, wordt hij bij naam genoemd. Alva’s Raad van Beroerte komt in februari 1567 een eigen onderzoek naar de Beeldenstorm in Delft instellen en ondervraagt dan ook De Bije als getuige. Bij die gelegenheid kiest hij ervoor zich geen enkele naam van een beeldenstormer te herinneren, al heeft hij hen persoonlijk verhoord. Vermoedelijk wil hij schone handen houden voor zijn positie in Delft als de gehate Bloedraad weer vertrokken zal zijn. De huyck na de wint De Delftse boekdrukker Harman Schinckel heeft in 1566 een psalmboek, een geloofsbelijdenis en nog enkele andere protestantse boeken op de pers gelegd en is daarvoor begin 1568 gearresteerd. Tot zijn verdediging voert hij aan dat het vermenigvuldigen van deze werken destijds niet strafbaar was en dat hij nooit echt opruiende of anti-roomse geschriften heeft gedrukt. Door zes van zijn zeven rechters wordt hij vrijgesproken, maar de zevende, Dirck Jorisz de Bije, wijst erop dat vrijspraak in deze zaak zeker de woede van de koning van Spanje zal wekken, waarna de zes ijlings hun oordeel herzien en de drukker nog dezelfde dag op de Markt laten onthoofden. Later gaat De Bije zelf over naar het protestantse geloof en kan dan in Den Haag nog een mooie carrière tegemoetzien als president van de Rekenkamer. ‘De huyck ras ghenoech na[ar] de wint gehangen hebbende’, verzucht Harman Schinckels achterkleinzoon in het boekje dat hij wijdt aan het bedenkelijke proces tegen zijn overgrootvader (1652). Camer In 1591 is De Bije overleden en het huis wordt eigendom van achtereenvolgens een koopman, een bostelhandelaar (1606) (bostel is een eiwitrijk eindproduct van het bierbrouwen dat een gewild veevoer is) en de schoenenfabrikant Abraham Hendricxz (1610). De naam De Vergulde Voet slaat overigens niet op diens beroep, want het heet tien jaar vóór zijn komst al zo. Hendricxz doet de aankoop van het huis samen met de man van zijn zuster, de blauwverver Louris Gerritsz, die in het buurhuis links woont. In zijn hulp bij de aankoop is de blauwverver niet helemaal onbaatzuchtig, want hij komt met zijn zwager overeen dat een ‘camer’ met een zolder en vliering erboven in het achterhuis van De Vergulde Voet deel zal gaan uitmaken van zijn huis De Blauwe Kuip en dat dus de scheidingsmuur tussen de beide achterhuizen veranderd zal worden. Al in 1612 wordt De Vergulde Voet weer verkocht, aan Cornelis Buys, opnieuw een bostelhandelaar, waarbij genoemde overeenkomst expliciet wordt opgetekend. In 1631 verkoopt schipper Cornelis Cornelisz Buys het huis uit de nalatenschap van zijn vader aan de rijke koopman Sasbout van der Dussen, die De Vergulde Voet gaat verhuren aan een kleermaker. Grote verbouwing Uit de nalatenschap van Van der Dussen wordt het huis in 1644 verkocht aan de bemiddelde boer Cornelis Jansz Proot den Ouden. Deze laat in de jaren 1649-1653 het huis deels afbreken en opnieuw opbouwen, waarvoor hij vrijstelling van belasting krijgt. Ondanks deze ingrijpende verbouwing lijken in het huis nog oude balklagen bewaard gebleven en bevindt zich naast de keldertrap nog een zeldzame vroege houten korbeel (een schuine steun of schoor) in gebogen vorm, die waarschijnlijk dateert van vóór het einde van de vijftiende eeuw (aldus een mededeling van bouwhistoricus Gertjan van der Harst). Proot verhuurt zijn gerenoveerde huis ‘uijthangende de vergulde voet’ - kenbaar dus aan een uithangteken – aan een zadelmaker. Comijnde kaasen Als Proot in 1666 overleden is, wordt het huis gekocht door Gerrit Hoogendijck, een vrachtschipper met een dienst op Gouda. Zijn derde vrouw Annetge de Pijper is een Goudse. In 1695 weduwe geworden zet deze Annetge in De Vergulde Voet een kaaswinkel op. Eerst in februari 1721 overlijdt zij. Uit de inventaris van haar nalatenschap blijkt zij in goeden doen te zijn geweest. Behalve De Vergulde Voet bezit zij een waardevolle boerenhoeve met land bij Koolwijk (nabij Stolwijk ten zuidoosten van Gouda, erfgoed van haar vader), heel wat in obligaties uitstaand geld en bijvoorbeeld ook een collectie juwelen, waartussen een ‘goude Ketting drie dick om den hals’. In haar winkel liggen ‘89 stucx Comijnde Kaasen’ en ‘119 soete melkse Kaasen’ naast winkelattributen als kaasboren, messen en een balansweegschaal met geijkte gewichten. De weduwe Hoogendijck is haar komaf ook verder trouw gebleven, want in haar winkel verkoopt zij naast Goudse kaas ook allerlei soorten Goudse tabakspijpen, waaronder ‘12 gros lange porseleijnen pijpen’, de luxueuze soort van met agaatsteen glanzend gepolijste kleipijpen, en daarvan 1.728 stuks. Een armoedige bedoening is haar winkel zeker niet geweest. Goudse eigenaars Haar nalatenschap wordt verdeeld tussen haar neef Gerrit de Pijper en nicht Paulina Pluijm, allebei in Gouda wonend. Gerrit de Pijper is daar notaris. ‘Pouwelina’, zoals zij haar naam zelf schrijft, is getrouwd met Jacobus de Keijser en woont ‘op de Gouwe’. Conform tantes testament wordt De Vergulde Voet tussen haar en neef Gerrit verdeeld: ieder de helft. In de omschrijving van het huis blijkt dat de oude indeling met de ‘camer’ overgedragen aan buurhuis De Blauwe Kuip dan nog altijd geldt: zowel ten noorden als ten oosten van De Vergulde Voet ligt het bezit van buurman Frank van der Burgh van Lange Geer 16 en het huis zelf heeft geen achteruitgang in de Giststeeg. Bij deze gelegenheid wordt het huis voor het laatst De Vergulde Voet genoemd; het uithangteken is blijkbaar van de gevel verdwenen. Vervoer van kaneel, koffie en aardewerk Paulina Pluijm wordt op 23 januari 1722 in de St.-Janskerk tussen de Goudse glazen ter aarde besteld. Zeven jaar later verkoopt weduwnaar Jacobus de Keijser haar helft van de voormalige Vergulde Voet aan de Delftse binnenvaartschipper Ruth van der Meulen. Deze huurt vervolgens de andere helft van notaris De Pijper en neemt met zijn vrouw Maria Stolk en vijf kinderen zijn intrek in het huis. Van der Meulen transporteert met zijn schuit veel goederen vanuit Delft, meestal richting Amsterdam, soms wel twee of drie keer per maand op en neer varend, een enkele maal ook naar Beijerland of Enkhuizen. Hij vervoert vaak vrachten van aanzienlijke waarde: 10.000 pond Sappanhout, waarde 6.500 gulden, 130 Canasters Suijcker, 7.000 gulden, 35 balen Coffy en 40 Canasters Thee, samen 10.000 gulden, 100 balen peper, 17.000 gulden, soms ook van geringere waarde: Ype en Essebomen, 140 gulden, Delfts aardewerk, 200 gulden, vijftig schapen, 250 gulden. Het vermelden waard zijn ook beladingen van zestig pijpen bier, twaalf fardeelen kaneel, hoedemaakers- en witwerkerskraam en zowel Siams hout als ‘Bimaes’ (Indonesisch hout, naar Bima op Sumbawa). In 1732 voert hij in Delft 42.000 bakstenen aan die gebruikt worden bij een verbouwing van de katholieke schuilkerk aan de Oude Langendijk.
Failliet In 1732 gaat Ruth van der Meulen echter failliet. Een curator verkoopt dan zijn bezittingen om met de opbrengst de schuldeisers tevreden te stellen. Zijn helft van de voormalige Vergulde Voet wordt verkocht aan Lijsbeth de Bruijn. Zijn damschuit ‘Lang over Steven 50 Voet’ gaat voor 240 gulden naar de houtzager Jan Jansz Breur. De eigenaar van de andere helft van het huis, Gerrit de Pijper, is een van de schuldeisers, want de huurpenningen daarvoor heeft Van der Meulen al meer dan vier jaren niet betaald. De huurschuld is opgelopen tot meer dan 253 gulden. Maar schipper Ruth van der Meulens heeft nog andere verrassende wederwaardigheden. Lees daarvoor in deze bijlage. Ruil met bijbetaling Een maand na Van der Meulens faillissement koopt Lijsbeth de Bruijn ook de andere helft van het huis van notaris De Pijper, zodat het huis weer in één hand is. Vier jaar later gaat zij met de glasmaker Johannes van Noortwijk over tot een dubbele transactie: zij verkoopt hem de voormalige Vergulde Voet en koopt van hem een veel kleiner huis aan het Achterom, het tweede huis vanaf de hoek met de Lange Geer. De twee akten passeren op dezelfde dag bij dezelfde notaris. Van Noortwijk kan volstaan met haar 800 gulden contant te overhandigen. Hij bewoont de voormalige Vergulde Voet 17 jaar lang tot 1753 met zijn vrouw Jannetje van Steenbergen en hun zoontje Willem. Daarna verkoopt hij het huis aan de winkelier François de Wagenaar en vertrekt met zijn gezin naar het Achterom. Terug naar het geboortehuis François de Wagenaar drijft aan de Lange Geer met zijn vrouw Apolonia Storij een winkel; hij heeft vergunning voor de verkoop van thee en koffie. Als zijn vrouw in 1762 overleden is, trouwt hij met Jannetje van Steenbergen, dan inmiddels weduwe van de man die hem in 1753 de voormalige Vergulde Voet verkocht heeft. Na tien jaar keren Jannetje en haar Willempje dus terug naar zijn geboortehuis. In 1772 koopt François de Wagenaar de koekbakkerij De Maagdt van Gent aan de noordzijde van de Markt (Markt 46), een van de eigendommen die Jannetje van hem erft als hij in 1784 sterft. Vier jaar later sterft ook zij, zodat haar enig kind Willem van Noortwijk een aanzienlijke erfenis tegemoet kan zien, waartoe de voormalige Vergulde Voet en een huis in de Breesteeg (nu nummer 14) behoren. De Maagdt van Gent heeft zijn moeder dan al van de hand gedaan. Beklaaglyk Willem van Noortwijk neemt zijn intrek in het huis in de Breesteeg, dat zijn ouders tot dan toe steeds verhuurd hebben. Hij is een bezemmaker, een nuttig beroep, maar opvallend eenvoudig vergeleken met het ondernemende bestaan van zijn vader, moeder en stiefvader. Hij blijft tot zijn dood in 1830 ongehuwd in de Breesteeg wonen. Het huis aan de Lange Geer verhuurt hij aanvankelijk, maar in 1795 verkoopt hij het. Hij blijkt wel geletterd te zijn, want hij ondertekent zelf in een keurig handschrift. Adriana Ponsard, weduwe Engelbronner, de koopster van de voormalige Vergulde Voet in 1795, is geboren in Delft, haar man in Rhenen. Hun trouwakte van 1770 omschrijft haar als ‘zynde geweest van de Roomsen Religie, dog nu zedert een jaer Gereformeert’, hij is dat al. Als zij in ondertrouw gaan moeten zij daarom niet de normale periode van drie weken met herhaalde huwelijksproclamaties wachten (de zogeheten Drie Geboden), maar driemaal zes weken tot aan hun huwelijk, daartoe gedwongen door een plakkaat van de landelijke overheid (24 januari 1755) dat zulke gemengde huwelijken probeert te ontmoedigen, wegens hun ‘beklaaglyke en verderffelyke gevolgen’. Buurjongen als bruidegom In 1797, twee jaar nadat Adriana Ponsard - sinds 1785 weduwe Engelbronner - met haar dochter de voormalige Vergulde Voet heeft betrokken, trouwt dochter Wilhelmina met Cornelis, de katholieke zoon van de buurman van nummer 16-18, hoefsmid Joseph Simonis. Zij behoeven na hun ondertrouw niet langer dan de gewone drie gebodsweken te wachten, ook al was haar moeder volgens de akte van 1770 gereformeerd geworden en was haar vader dat altijd al geweest. Kennelijk beschouwt de Delftse overheid Wilhelmina en haar moeder toch als nog katholiek, niet ten onrechte, want Adriana Ponsard belandt later in het roomse Oude-vrouwenhuis. In 1808 wordt Joseph geboren, zoontje van Cornelis Simonis en Wilhelmina Engelbronner. Zij wonen in ’s Lands Wel Vaaren in de Giststeeg (nu Giststraat 14), in 1790 door zijn vader gekocht. De vernoemde hoefsmid en zijn vrouw zijn getuigen bij de doop van hun kleinkind. Van camer tot magazijn In 1797 koopt de waag- en kraanwerker Carolus de Lange het huis voor 1.250 gulden en verkoopt het al in 1799 voor niet meer dan 600 gulden. Vermoedelijk is deze abrupte waardevermindering toe te schrijven aan een tussentijdse transactie van De Lange met buurman Joseph Simonis, die de bestaande situatie van de ‘camer’ in het huis van zijn buurman sterk uitbreidt tot de gehele achterste helft van de voormalige Vergulde Voet. Hij koopt dat stuk erbij om er een magazijn voor zijn grote smederij (Lange Geer 16-18) van te maken. Zeilmakerij De voorste helft van de voormalige Vergulde Voet komt in 1799 in handen van kruidenier en speculant in onroerend goed Pieter Servaas. Het huis is een van zijn vele investeringen. Hij verkoopt het in 1804 aan de boer Pieter Kock, die het meteen in hetzelfde jaar doorverkoopt aan de zeilmaker Willem den Hengst, die er tien jaar lang zijn zaak vestigt. In 1812 wordt deze ook eigenaar van Lange Geer 20, het hoekhuis bij de Giststeeg, maar in 1815 gaat hij in die turbulente tijden waarin weinig schepen varen failliet. Beurtschipper Slager Gerrit Meijer (zie Oude Delft 85), die niet alleen in vlees, maar ook in huizen handelt, koopt de voormalige Vergulde Voet op en verkoopt haar in januari 1819 door aan Nicolaas Kleijweg, beurtschipper op Dordrecht. Ook hij woont hier tien jaar met zijn vrouw Maria Knorrenburg en hun zeven kinderen, maar vertrekt in 1829 naar De Ploeg, Koornmarkt 46, die hij dat jaar heeft gekocht. Kuiper Het huis aan de Lange Geer gaat hij voor 2,40 per week verhuren aan de pas gehuwde kuiper Willem Bool, die hier tot 1847 eveneens een kinderrijk gezin sticht. Hij heeft - boven - diverse onderhuurders in huis, waaronder een smid en een Franse geweermaker, die waarschijnlijk in het wapenmagazijn aan de overkant werken.
Na het vertrek van Bool maakt metselaar D. Smink hier een nieuwe onderpui en vervolgens wordt het huis bewoond door Nicolaas’ zoon Hendrik Kleijweg, die net als zijn vader beurtschipper is. Hij huurt het huis van zijn moeder, die inmiddels weduwe is, nadat zijn vader in 1843 is overleden. Ook hij heeft in het bovenhuis diverse onderhuurders, onder wie zijn schippersknecht Jan Kip. Hendrik komt, net als zijn vader, in 1861 vrij jong op 39-jarige leeftijd te overlijden en laat een vrouw en zes kinderen achter. Slijterij Na de dood van haar man begint zijn weduwe Annetje van Heukelom hier een slijterij van sterke drank, een onderneming die navolging zal krijgen. In 1885 is van haar kinderen alleen haar zoon Cornelis nog in leven, een boekhouder. Hij erft het huis aan de Lange Geer van oma Knorrenburg en woont er met zijn moeder, de slijtster. In 1888 verkoopt hij het en gaat zelf elders wonen. Zijn moeder trekt in het bovenhuis, als huurster. Café Nieuwe eigenaar Johan van Hulst, eveneens boekhouder, woont in zijn eentje in het huis van zijn overleden ouders, Molslaan 123, en verhuurt zijn bezit aan de Lange Geer aan kastelein Abraham van Velzen. Bij diens komst (1888) krijgt de voormalige Vergulde Voet ook een vergunning om te tappen, naast de verkoop van drank per fles. Van Velzen huurt het gehéle pand Lange Geer 12-14; de zeven inwonende huurders zijn onderhuurders van hem. Zijn gezin telt drie kinderen. Zijn moeder woont bij hem in. Dienstbode In 1903 krijgt eigenaar Van Hulst aan de Molslaan een dienstbode, Maria Boersen. Zij is dan voor in de twintig, hij tweemaal zo oud. Vermoedelijk heeft zijn huurder van de Lange Geer haar bij hem geïntroduceerd, want kastelein Van Velzen is een broer van haar moeder, zijn inwonende moeder Maria’s oma. We weten niet alles over de relatie tussen Van Hulst en zijn jeugdige dienstbode, maar hij mag haar zeker, want als hij in 1937 ongehuwd overlijdt, blijkt zij in bezit te zijn gekomen van Molslaan 123 én Lange Geer 12-14. Zij blijft als Mej. M.C. Boersen aan de Molslaan wonen. Herenhuis ‘De Slijterij’ Eind jaren twintig neemt de caféhouder en handelaar in gedistilleerd Johan van Zuijlen het werk van Abraham van Velzen over, opnieuw als huurder, eerst nog van Johan van Hulst, later van Maria Boersen. In 1965 overlijdt mejuffrouw Boersen op 84-jarige leeftijd. Uit haar nalatenschap koopt haar huurder zijn café annex slijterij aan de Lange Geer. Als ook deze Johan H.F. van Zuijlen in 1971 overleden is, koopt Johan P.M. van Zuijlen het huis en verkoopt het in 1976 aan de in 1928 te Den Haag geboren Heinz de Goede, ‘octrooigemachtigde’, die aan de Haagse Melis Stokelaan woont. In de jaren 1976-1981 wordt het monumentale huis met subsidie gerestaureerd, met name aan het dak en de voorgevel. Een café (met opschrift: Herenhuis “De Slijterij”) lijkt Lange Geer 12-14 nog altijd te zijn, maar het heeft nu een woonfunctie.
Josien Clement en Anne Jacobs |
|
![]() Lange Geer 12-14. Foto van de auteurs, maart 2026. ![]() Het huis als café, annex slijterij omstreeks 1914. Fotograaf onbekend. ![]() Titelpagina van het boekje van Diederik Verburch uit 1652 over het proces tegen de Delftse boekdrukker Harman Schinckel, zijn overgrootvader. (SAD nr 0082819) ![]() Bewaard gebleven middeleeuwse korbeel in gebogen vorm boven de keldertrap. Foto Gerard Dukker, 1978. (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) ![]() Belastingaantekening over het vernieuwde huis van Cornelis Proot, 4 mei 1655: ‘Het elfde quartier [van Delft]’. [In de marge:] ‘Volbout 1653.’ ‘Cornelis Janssen Proot heeft een out huijs ten deele offgebroocken ende vernieut het welck inde oude verpondinge heeft gegeven Thien gulden, Ende nu bevonden is verhuijrt te sijn voor hondert en vijftich gulden int jaer [enz.].’ (Nationaal Archief, Den Haag, Financie van Holland, 1572-1806, inventarisnummer 478, fo. 130v) ![]() Sporen van een oude stookplaats in de achterkamer tijdens de restauratie in 1978. Foto Gerard Dukker. (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) ![]() Kaasverkoopster, detail van een schilderij van Willem Mieris, 1705. (Museumlandschaft Hessen Kassel) ![]() Goudse pijpen op een schilderij van Pieter Anraadt uit 1658. (Mauritshuis, Den Haag) ![]() Huis aan het Achterom, in 1736 geruild voor De Vergulde Voet, met bijbetaling. Foto Kees Spiero, 2006 (Stadsarchief Delft). ![]() Meester glazenmaker, kopergravure van Christoph Weigel (1654-1725). ![]() Halverwege de achttiende eeuw werd thee en koffie verkocht en mogelijk ook geschonken in de voormalige Vergulde Voet. Gravure naar een tekening van Pieter van den Berge, 1702. (Rijksmuseum). ![]() Verkoopbiljet voor de veiling van het huizenbezit van de failliete zeilmaker Willem den Hengst in maart 1816. ![]() Het huis De Ploeg, Koornmarkt 46, waar beurtschipper Nicolaas Kleijweg naartoe verhuisde. Foto Ton Kerklaan (Stadsarchief Delft). ![]() Vanwege gebrek aan voorraden zijn de Delftse slijters in oorlogstijd nog maar enkele dagen per week open. Delftsche Courant, 20 december 1941. ![]() A.C. van Velzen meldt de overname van de zaak door J.H.F. Van Zuijlen. Delftsche Courant, 30 april 1929. ![]() Een blik in de onttakelde slijterij. Foto Gerard Dukker, 1978. (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) |
|||||
| Zie hier voor meer informatie over bronnen,
eigenaren en bewoners van Lange Geer 12-14 |
|||||||
| Geplaatst: 30 augustus 2026 | |||||||
| www.achterdegevelsvandelft.nl - Facebook: www.facebook.com/AchterdegevelsvanDelft - Twitter: twitter.com/AchterdgvDelft | |||||||