Trapgevel op oude foto
Een oude foto van rond 1870 (datering Archief Delft), toen de
Peperstraat nog Pepersteeg heette en heel smal was, laat zien dat dit
huis een trapgevel had. Vele oude muurankers zijn in voor- en zijgevel
nog aanwezig. Kort na 1900 is er stevig verbouwd. Er kwam een zeer
moderne winkelpui, die in de Peperstraat doorliep tot en met nummer 15.
De toenmalige Pepersteeg was indertijd al een echte winkelstraat waar
veel volk doorheen kwam onderweg naar ‘over het
spoor’. Na een grote brand in 1938 aan de noordzijde van de
steeg werd de doorgang verbreed tot de huidige straat.  |
 |
 |
 |
| Op
de kaart Figuratief lijkt het hoekpand Koornmarkt –
Peperstraat nog niet zo groot. | Tussen 1832 en nu is
er weinig verschil. | Uit de lucht is de diepte goed te zien. (foto
gemeente Delft). |
Een laatgotisch
woonhuis
De opvallende muurankers worden vanwege hun vorm ook wel
“vork-ankers” genoemd. Ze zijn aan de boveneinden
versierd met een fijn Franse lelie-motief, iets dat in de late gotiek
populair was. Recente interne verbouwingen brachten zware eiken
moerbalken in het zicht over de hele diepte van het huis, zowel op de
begane grond als op de verdieping, met dwars daarop lichtere
kinderbinten. De moerbalken, over de breedte van het huis, verdelen het
bijna 23 m diepe huis in acht balkvakken achter elkaar. De moerbalken
blijken te zijn opgelegd op dubbele consoles samengesteld uit een eiken
console/steun op een natuurstenen kraagsteen. (Zie foto). De versiering
van de consoles met onder meer het peerkraalprofiel, en de constructie
van het huis maken het tot een typisch voorbeeld van een laatgotisch
woonhuis zoals dat vermoedelijk kort na de stadsbrand van 1536 nieuw is
gebouwd. Metselteken in zijgevel
Het is een fors pand. Het gebruik van dubbele consoles op begane grond
en op verdieping maken duidelijk dat het bovendien een zeer luxueus en
duur huis was. Een opvallend element in de zijgevel van het huis aan de
Peperstraat is een ingemetseld Andreaskruis van rode bakstenen, met
daardoorheen een zogenoemd ‘vuurslagteken’. Het is
een teken ter afwering van gevaar, vermoedelijk van vuur of
blikseminslag. Wellicht is het een verwijzing naar de herbouw na de
grote stadsbrand van 1536. Anna
Volgens het oudste belastingregister van Delft van vlak na de brand,
het register van de tiende penning uit 1543, werd het huis toen bewoond
door Anna, de weduwe van Joost Gerritsz. Ook voor de brand woonde Joost
hier al en moest toen voor zijn huis een huisrente (soort erfpacht) aan
het Gasthuis betalen, bij wijze van hypotheek. Na de brand kwamen daar
nog renten bij voor de Heilige Geest (armenzorg) en voor de Nieuwe
Kerk. Na de dood van Anna werd het huis door de erfgenamen verhuurd aan
pontgaarder (graanhandelaar) Antonis Cornelisz. Dat was in 1600 nog
steeds zo. Het huis heette toen De Dry Sonnen. Wijn-
en specerijenhandel
In 1620 werd het huis gekocht door wijnhandelaar François
van der Bosch. Behalve in zijn eigen kelder had hij ook wijn liggen in
de kelder van Het Hamertje (Koornmarkt 71). Van der Bosch handelde niet
alleen in Franse maar ook in Spaanse wijnen, oorlog of niet. (Lees
hier meer als u een wandeling door het huis in 1625 wilt maken).
Na de dood van Van der Bosch kocht de specerijen-
(‘kruiden’-)handelaar Cornelis van Houve het huis
in 1627 voor ƒ 4.200. Later kocht hij ook enkele
huisjes in de Pepersteeg op (waarvan één met de
naam De Wilde Zee), die deel gingen uitmaken van zijn huis. Hoe we ons
dat precies moeten voorstellen is gezien de eenheid van het huis met
acht balkvakken niet duidelijk. Misschien was er aan de achterzijde
ooit een deel afgesplitst dat met deze aankoop weer bij het hoofdhuis
werd getrokken. Het kan ook nog zijn dat het ging om de bebouwing in
een slopje dwars op de Pepersteeg achter het huis. Het pand kende ook
een aanbouw en erf achter het buurhuis Koornmarkt 97-99. Slavenhandelaar
In de tweede helft van de zeventiende eeuw bewoonden twee generaties
kooplieden met de naam Johan van Segvelt het huis. De jongste van de
twee was bewindhebber van de West-Indische Compagnie. Hij zal dus wel
wat aan de slavenhandel verdiend hebben. Zijn dochter Maria was
getrouwd met de Rotterdammer Herman Graswinckel, die ook bij de
West-Indische Compagnie zat. Ze woonden in het Westindisch huis in
Rotterdam. Het was een slecht huwelijk met veel echtelijke twisten.
Nadat Maria in 1700 overleed werden haar twee kinderen, Jacoba en
Maarten Graswinckel, opgevangen door hun oma aan de Koornmarkt in
Delft, Alida de Lange. Zij trok onder meer ook inkomsten uit de
verpachting van een boerderij in Zouteveen. Regent
met koets
Na de dood van Alida in 1728 werd De Dry Sonnen enige tijd verhuurd aan
ene Johan Keyzer voor ƒ 284 per jaar. In 1749 woonde
Maarten Graswinckel er echter weer, met zijn vrouw Magdalena van der
Lanen en twee personeelsleden. Graswinckel was toen juist benoemd tot
lid van de Veertigraad en ging een regentencarrière
tegemoet, onder andere als Gasthuisregent, schepen, weesmeester en
havenmeester in Delfshaven. Hij had in 1749 ook een koets met twee
paarden. Later erfde hij het familiebuiten De Ruit aan de Vliet, waar
hij aan het einde van zijn leven zijn intrek nam. Notariskantoor
In 1767 kocht de juist gevestigde notaris
Jacob (van) Koetsveld het pand om er zijn kantoor te beginnen. Ook zijn
neef Jan (van) Koetsveld oefende hier dit ambt uit en ging zich in de
Franse tijd deftig van Koetsveld du Crocq noemen. Du Crocq was de naam
van zijn moeder. Jan (in de Franse tijd Jean) van Koetsveld behoorde
tot één van de oprichters van het nieuwe
kerkgenootschap Christo Sacrum, een curieus en uniek Delfts experiment
met een ‘Verlichte’ protestantse godsdienst dat
uiteindelijk geen lang leven was beschoren. Het gezelschap kerkte op
het Rietveld, in een gebouwtje dat in de volksmond
´Kris-Kras´ genoemd werd. Koetsveld zelf haakte ook
al snel af omdat het hem te sektarisch werd.  |
 |
 |
| 1850
Boekdrukker Van Overvoorde maakt een Belastinggids. | 1850 Bekwaam
boekdrukker gezocht, | 1868 NRC Tuinzaden uit de Peperstraat worden
ook elders verkocht. |
Zaadhandel
In 1813 werd het huis gekocht door een handelaar in (tuin-)zaden,
Cornelis van der Hout. Later werd deze zaadhandel het eigendom van de
gebroeders Gerrit en Nicolaas Overvoorde. Zij hadden hier in de eerste
helft van de 19e eeuw een goed beklante zaak. De tuinbouw in het
Westland kwam toen net tot ontwikkeling. Volgens het patentregister van
1822 zetten zij ƒ 7.500 per jaar om, ruim dertig maal
de huurwaarde van het pand. In 1847 werd de vennootschap tussen de
beide broers ontbonden. Nicolaas begon toen in een deel van het pand
ook een boekdrukkerij. Hij drukte onder meer belastinggidsen en
scheikundige handboeken. Omstreeks 1855 werd het pakhuis in het
achterste deel in de Pepersteeg van de rest van het huis afgesplitst.
In het hoekpand kwam toen een boterhandel van Jan Koster van Groos.
Effecten, paraplu’s en drukwerk
Vanaf 1868 zetelde op dit adres het kantoor van de gebroeders Hoytema,
commissionairs in effecten. Je kon je geld er onder meer beleggen in
Indische handelsmaatschappijen, Spoorwegen en de succesvolle
Hypotheekbanken. Omstreeks 1900 zat er opnieuw een drukkerij in, nu van
H.C. Koolschijn. In 1902 werd het pand verbouwd tot de winkel van
Arnold Spee, ‘fabrikant van parapluies’. Hij zal de
ondernemer zijn geweest die een nieuwe pui, deels nog bestaand, liet
aanbrengen. Waarschijnlijk is op dat moment de trapgevel gesloopt, om
plaats te maken voor de lijstgevel, die er nu nog is.  |
 |
 |
| 1845
Van Overvoorde is overleden. De drukkerij wordt verkocht. | 1924 NRC Het
winkelpand op de hoek in de verkoop | 1940 Delftsche
Courant. Slager Veelenturf beveelt zijn plockworst aan. |
Slagerswinkel
In 1934 volgde opnieuw een verbouwing. Een beleggingsmaatschappij in de
exploitatie van winkelpanden maakte er een eigentijdse slagerij van.
Het magazijn werd bij de winkelruimte getrokken. Slager Veelenturf
verkocht hier meer dan 30 jaar hier zijn worst en karbonades. De gevel
werd weer eens “gemoderniseerd”. Strakke
Jugendstilachtige versieringen op de puibalk verdwenen achter een laag
cement. In bovenlichten boven de etalage verscheen glas in lood met
namen van slagerijproducten. In 1953 kwam er achter in de slagerij een
automatiek, een toen modern fenomeen, waar Veelenturf warme
gehaktballen en kroketten ging verkopen. Dat kon ook als de winkel
gesloten was, want de automatiek kreeg een eigen ingang aan de
Peperstraat.
 |
 |
| De
Pepersteeg is nog smal. Links op de hoek slager Veelenturf. |
Na de brand
van1938 wordt er gesloopt. |
Grote brand Vier
jaar na de opening van zijn zaak, in 1938, zag Veelenturf, de overkant
van de Pepersteeg in vlammen op gaan. (Zie ook Wijnhaven 3, Peperstraat 36).
Daarna werd de geblakerde Pepersteeg verbreed tot Peperstraat. Dat gaf
aan het hoekpand nieuwe allure. Halverwege de jaren zestig maakte
Veelenturf plaats voor slager Jacob Kroes, die er de moderne
‘kiloknaller’ introduceerde. Hij hield het op deze
plek tien jaar vol. Het grote bovenhuis wordt al sinds
1900 (en waarschijnlijk al langer) apart bewoond. Er zijn twee aparte
woningen, met eigen ingangen ver uit elkaar, aan Koornmarkt en
Peperstraat. In de winkel op hoek, op de begane grond,
zit nu al tientallen jaren een reisbureau. Er achter zijn nog twee
winkels met entrees aan de Peperstraat. Peperstraat 13 had een 19e
eeuwse pui, die in 1934 plaats maakte voor winkelpui in de stijl van de
hoekwinkel. Ook met glas in lood in de bovenlichten. Ondernemers kwamen
en gingen. Nu zitten hier een zonnebankstudio en een
snookercafé. |