Lakenhandel
Omstreeks 1600 was het vijf stookplaatsen tellende huis het onderkomen
van lakenkoopman Louwijs de Scheppere. De lakenhandelaar was
waarschijnlijk van Vlaamse afkomst en lid van de nieuwe calvinistische
kerk. In het lidmatenboekje van de dominee uit 1602 stond hij samen met
zijn vrouw Cornelia genoteerd als bewoner ‘in den
Rinck’. In 1610 hertrouwde hij met een weduwe uit Den Haag,
Anna van Coningsloo. Dat geluk duurde maar kort, want na anderhalf jaar
lag hij ook zelf in zijn kist. Zijn zoon Pouwels de Scheppere zette de
lakennering in de Choorstraat voort tot zijn overlijden in 1622.
Geportretteerde kruidenier
Tussen 1632 en 1655 woonden hier Isaac Arentsz ’s Gravesande
en zijn vrouw Annetje Steenhuysen. Van dit echtpaar zijn in het
Prinsenhof twee portretten van een tot nu toe onbekende kunstenaar.
Bijzonder, want zoveel Delftenaren zijn er op die manier niet voor ons
bewaard gebleven. Het geld voor deze portretten verdiende
Isaäc als kruidenier, wat in die tijd vrij letterlijk genomen
moet worden. Hij handelde in specerijen en kruiden. Annetje of Antje
kwam uit het Noord-Hollandse De Rijp. Zij waren in Alkmaar getrouwd.
Ziek te bedde liggende liet hij vlak voor zijn dood in 1655 een
testament opmaken door notaris Frans Bogert, die beweerde zeer goed met
hem bekend te zijn. Annetje overleed in 1663, bijna 60 jaar oud.
Koekenbakker met leerling
De eerste maal dat er sprake is van een bakkerij in de Diamanten Ring
is omstreeks 1660 toen koekenbakker Gijsbert van der Pont er het roer
overnam. In 1663 kreeg hij Abraham Robart in huis om gedurende drie
jaar in het handwerk van koekenbakker te leren. Zijn oom, de Haagse
apotheker Gerardt Robart, stelde daarvoor met Van der Pont een
leercontract op. Voor opleiding, drank en bewassing moest de familie
Van der Pont de eerste twee jaar honderd gulden per jaar vergoeden en
het laatste jaar tachtig gulden. Als Abraham het vak niet bleek te
kunnen leren dan moesten ze nog ƒ 37,50 extra bijbetalen.
Koekenbakker Van der Pont boerde niet slecht. Aan het eind van zijn
leven schatte de fiscus zijn bezit op ƒ 4.000, wat voor een
middenstander in die tijd een behoorlijk bedrag was. De
weduwe van Van der Pont verkocht in 1707 de Diamanten Ring als bakkerij
aan Evert Couwenhove. Deze bakker kwam al snel daarna te overlijden.
Zijn weduwe verkocht de zaak echter pas in 1725 (met een forse
schuldverklaring) aan bakker Karel de Later, die mogelijk toen al vele
jaren huurder van de bakkerij was. ‘
Rotterdam’
Halverwege de achttiende eeuw is de naam de Diamanten Ring even
weggeweest, toen ene Johannes Hetekoo het pand in 1739 in
‘Rotterdam’ herdoopte en er een tabakswinkel van
maakte. In 1781 had Casper de Vries er alweer een broodbakkerij en
omstreeks 1795 kreeg het bedrijf vermoedelijk ook zijn oude naam weer
terug. In 1800 was de bakkerij een huurpand dat voor
ƒ 80 per jaar verhuurd was aan bakker Conrad Brack. Dat was in
de jaren dat onroerend goed voor absolute bodemprijzen verkocht of
verhuurd werd bij gebrek aan bewoners. In 1794 was de koopprijs van de
bakkerij ƒ 675, in 1725 nog voor ƒ 2.850. In
1803 verkochten de regenten van het Weeshuis het winkelpand namens de
weeskinderen van de eigenaar-verhuurder Brüchel aan bakker
Gerrit van Veen. Stipriaantjes
In 1817 nam de 33-jarige broodbakkersknecht Jacob Langerveld de zaak
over. Het broodbakkervak had Langerveld waarschijnlijk geleerd bij een
bakker op de hoek van de Doelenstraat, waar hij eerder woonde. Een
succesvol product van zijn bakkerij waren volgens overlevering de
‘Stipriaantjes’, een geneeskrachtig koekje dat
genoemd was naar het populaire Delftse huisartsengeslacht
Luiçius van Stipriaan (Zie OD 128), die naar verluidt het
recept voor de koekjes zouden hebben geleverd. Honderdjarig
hulpje
In 1865 kocht de in Gelderland geboren Karel Magendans de bakkerij op
schuldbekentenis van de erfgenamen van Jacob Langerveld voor ƒ
8.500 en trouwde datzelfde jaar met Anna Mijnlief. Hij was de eerste
van drie generaties Magendans, allen met de naam Karel, die een eeuw
lang op deze plaats brood hebben gebakken. Hij was hervormd, in
tegenstelling tot zijn voorganger, de katholieke Langerveld. Karel
Magendans was bovendien zeer actief in de kerk. In 1874 leverde dat hem
de order op om armenbroden voor de diaconie te mogen bakken.
Magendans kwam uit een bakkersfamilie. Zijn vader woonde ook al in
Delft, en werkt op hoge leeftijd mee in de zaak. Dat blijkt uit een
bericht in het Dagblad voor Zuid-Holland en ’s S-Gravenhage.
Deze krant meldt dat de heer ‘M’, meester
broodbakker in de Choorstraat in Delft op 4 november 1867 het zeldzame
voorrecht mocht genieten zijn honderdste levensjaar in te treden:
“Ofschoon zoo hoog bejaard, mag hij zich nog in eene goede
gezondheid verheugen en biedt nog dagelijks in de bakkerij zijns zoons
de behulpzame hand.”
 Bericht
over honderdjarige bakker in het Dagblad van Zuidholland en
’s Gravenhage, 6 november 1867.
 Boven:
Aanbesteding
door
architect Van Kersbergen. Rechts: Aanbieding van
amandelgebakjes in oorlogstijd,
Delftsche Courant september 1940. |  |
Bakkerij
uit de as herrezen
De bakkerij had al in 1896 plannen tot een grootscheepse verbouwing.
Vanwege het naderend faillissement moest dat op het laatste moment
afgeblazen worden. Na de doorstart van zoon Karel Magendans in 1899
wordt alsnog verbouwd. Voor de aanbesteding werden advertenties
geplaatst in het Rotterdams Nieuwsblad 11 maart 1896 en 11 juli 1899.
De problemen in 1899 werden uiteindelijk met hulp van familie opgelost.
Karel bleek de aflossing van zijn hypotheek niet meer te kunnen
betalen. Vandaar het faillissement. De broodbakkerij en het
naastliggend pakhuis in de Papestraat kwamen in veiling.
Toen schoot mevrouw Waltman uit de Phoenixstraat, de schoonmoeder van
Karel (1867-1933), de familie te hulp. Zij kocht de bakkerij. Ze liet
het bedrijf door architect Kersbergen volledig vernieuwen. Zie de
advertentie uit 1899, in de kolom hiernaast. Timmerman Jacobus Filbri
uit de Nieuwstraat tekende een contract om de bakkerszaak te verbouwen.
Hij accepteerde het bestek voor een aanneemsom van
ƒ 3.893. De familie Magendans kon nu de bakkerij
voortzetten. Bekroond brood
In 1968 nam Johannes Bruggeman, voordien bakker in Den Briel, de zaak
van de laatste Karel Magendans over. In 1985 volgde A.P. Bruggeman hem
op. De zaak werd sindsdien door een vakjury meerdere malen bekroond
voor zijn ambachtelijk brood en banket.
Kees van der Wiel (met
dank aan Dick Visser, de familie Bruggeman, mevrouw Magendans en Tineke
Tjoelker) nadere informatie
over Choorstraat 9 Geplaatst: 29 februari 2012 / Laatste
wijziging: 13 juni 2024 |