Choorstraat nummer 16/16A is in de
straat een opvallend groot dubbelpand met drie verdiepingen en een
lijstgevel uit eind 18e of begin 19e eeuw. Een deel van het pand (nr
16) herbergt al 125 jaar een winkel en het andere deel de
vrijmetselaarsloge “Loge Silentium” (16A). Een bronzen plaat op de
deur en een passer en winkelhaak in het glas-in-lood raam boven de
ingang geven die bestemming aan.
De dubbele lijstgevel verbindt twee oudere huizen van ongelijke
grootte die op deze plek hebben gestaan. In de huidige panden zijn
van die oorspronkelijke huizen echter vrijwel geen bouwkundige
sporen meer terug te vinden. Dat de gevel bij zorgvuldige waarneming
nog steeds enigszins naar voren helt ten opzichte van de buurpanden,
verraadt dat de voorgangers huizen van aanzienlijke ouderdom zullen
zijn geweest.
Roode Leeuw en Gebiesde
Ossenhoofd
Het oorspronkelijke linker pand (met daarnaast een poort) heette
in de 17e eeuw “De Roode Leeuw”. Omstreeks 1560 woonde hier
schilder Cornelis Jacobsz Mont, ook wel “van Culemborch” genoemd.
Hij werd in 1543 burger van de stad en overleed in 1575. Van hem
is één schilderij uit 1565 bewaard gebleven, dat zich vroeger
bevond in de Weeskamer van het Delftse stadhuis. Het is een
afbeelding van de ijsberg die zich in dat jaar voor Delfshaven had
gevormd. In 1600 woonde zijn weduwe Maertge Fransdr hier nog. Zij
was toen lindewaedvercoopster (linnengoed).

Schilderij “IJsgang te Delfshaven in 1565” van Cornelis
Jacobsz ‘van Culemborch’. (Collectie Museum Rotterdam) Dit
schilderij is vervaardigd in opdracht van de stad en hing
vier eeuwen lang in het stadhuis, tot het in de 19e eeuw uit
bezuinigingswoede met ander schilderijenbezit van de stad te
gelde is gemaakt. |
In het andere, grotere, huis “Het Gebiesde Ossenhoofd” woonde in
1600 een lakenverkoper (die dus wollen stoffen verkocht). Een
kleine dertig jaar later komt het kleinere huis door een
faillissement in handen van de eigenaar en bewoner van het
Gebiesde Ossenhoofd. Sindsdien is dat bijna altijd zo gebleven,
behalve gedurende de periode 1659-1711. Tot 1785 bleven het echter
wel steeds twee afzonderlijk bewoonde huizen, waarbij het kleinere
steeds werd verhuurd, halverwege de 18e eeuw onder meer aan een
kleermaker, Simon van der Schelm. In diezelfde tijd was Het
Gebiesde Ossenhoofd twintig jaar lang het eigendom en woonhuis van
de arts Wijnand de Bries.
Kostschool
In 1785 kwamen beide panden in handen van schoolmeester Michiel
van Kuyk, die ze samenvoegde om er een particuliere kostschool van
te maken, waarin onder meer de Franse en Duitse taal werd
onderwezen. Het is de opmaat voor de verdere geschiedenis van het
dubbele pand, dat in de 19e eeuw een tijd lang dienst zou doen als
Latijnse School. In 1807 kocht de stad het pand aan als woning
voor de toenmalige rector van de Latijnse School, Gijsbert van
Egmond. Ook hij had waarschijnlijk een aantal leerlingen in de
kost. (Lees
hier meer over de Latijnse School)
De school zelf was toen juist van haar oude locatie in het
Prinsenhof op de hoek met de Schoolstraat verhuist naar 'Het Wapen
van Savoye' aan de Oude Delft 169. Vanwege het afnemend
leerlingtal van deze (verouderde) school voor zoontjes van de
elite vond het stadsbestuur het uiteindelijk in 1816 voordeliger
om de school maar volledig onder te brengen in de woning van de
nieuwe rector op de Choorstraat. Het ging toen nog maar om niet
meer dan een tiental leerlingen.
Het is onbekend wanneer precies de opdracht voor de bouw van de
nieuwe gevel en een gedeeltelijke verhoging van het pand gegeven
is. Tot nu toe werd aangenomen dat de sobere bouwstijl, de
gootlijst, de ramen met (deels gewijzigde) zes-ruits
schuifvensters en de klassieke deuromlijsting wijzen op een
ontstaan in het eerste kwart van de negentiende eeuw, in of rond
1816. In de stadsarchieven en het archief van de Latijnse School,
zijn hiervoor echter geen aanwijzingen gevonden. De financiële
positie van de stad was net na de Franse tijd erg penibel,
waardoor er vermoedelijk weinig geld was voor zulke investeringen.
Daarom lijkt waarschijnlijker dat de bouw van de monumentale gevel
het werk is geweest van Michiel van Kuyk toen hij in 1785 de
panden ombouwde tot kostschool. Het kleine formaat bakstenen op de
verdiepingen zou daarop kunnen wijzen.
Huis van de Rector
Het schoolgebouw bood in die tijd, behalve leslokalen ook
woonruimte aan de rector met zijn gezin, inwonende leerlingen en
dienstboden. De meest invloedrijke rector in die tijd was Gerard
van Wieringhen Borski (1800-1869) die vanaf 1835 tot zijn dood in
1869 bijna 35 jaar in dit pand heeft gewoond. Door het toevoegen
van Engels, Duits en Frans aan het lespakket, werd de school weer
interessant voor de Delftse elite. Hiermee heeft hij een
belangrijke rol gespeeld bij de omvorming van de Latijnse school
naar wat vanaf 1839 het Gymnasium zou worden. Delft werd hierdoor
één van de voorlopers op het gebied van de onderwijsvernieuwing.
De school bleef hier tot 1849 gevestigd; in dat jaar verhuisden de
lessen vanwege het inmiddels gegroeide aantal leerlingen naar de
inmiddels vrijgekomen lokalen van de opgeheven 'Stadsteekenschool'
in het Doelen-complex. Het gebouw in de Choorstraat bleef nog tot
1884 in gebruik als woning voor de rector en inwonende leerlingen
en bedienden. Gedurende het grootste deel van de 19e eeuw stond
het dan ook bekend als “Het huis van de rector”. Het gymnasium zou
na nog enkele verhuizingen en hervormingen uiteindelijk opgaan in
het huidige Grotius College.
Bij de verkoop van dit huis in 1884 wordt het vrij uitvoerig
beschreven. In het midden van het huis liep een gang met links en
rechts aan de voorzijde grote voorkamers met plafond en
schoorsteenpartijen. Links was daarachter nog een suite en een
ruime keuken met een ‘gemetseld fornuis’ en een bijkeuken met
‘wel- en regenwaterpompen’. (De waterleiding stond toen nog in de
kinderschoenen.) Aan de andere kant was achter de voorkamer een
binnenkamer met een bedstede en aan de achterzijde twee
‘tuinkamers en suite’. een bovenverdieping met drie voorkamers en
vier achterkamers. Op zolder was een dienstbodenkamertje getimmerd
en onder het pand was een ‘grooten gemetselden dubbelen kelder met
afgeschoten hokken’.
Winkel in kruidenierswaren en
comestibles
De gemeente Delft verkocht in 1884 het 'Dubbel Heerenhuis met erf,
binnenplaats en tuin', volgens akten van veiling en afslag, voor
de som van f 10.800 aan Albert L. Boekholt, die hier een winkel
vestigde en het pand (deels) verhuurde.
Op 1 november 1889 verkocht Boekholt het pand en nering door aan
Hendrik Zonnenberg. Deze nam daarmee de handel van Boekholt over.
In de koopovereenkomst staat vermeld: “Het is de verkoper niet
vergund gedurende de eerstvolgende twintig jaar aan particulieren
uit Delft kruideniers of gerookte vleeswaren te verkopen. Tevens
geldt er tot juli 1891 nog een huurcontract met Leendert van Rijn
voor de bovenwoning”.
Na zijn aankoop gaat Zonnenberg verbouwen. Blijkens de opmetingen
van het kadaster splitst hij het dubbele huis in twee aparte
winkelpanden. Aan beide zijden brengt hij een rijk gedetailleerde
winkelpui met spiegelruiten aan, blijkt uit de verkoopadvertentie
als hij de panden drie jaar later alweer te koop aanbiedt. Zijn
eigen winkel zat in het linker deel (van de straat gezien), met
daarachter een pakhuis. De pui van zijn winkel was onderaan
bekleed met Belgisch hardsteen. Deze winkelpui zou hier nog tot
1972 blijven zitten.
Het rechter winkelpand, met eenzelfde winkelpui, verhuurde hij
voor fl 42,50 per maand. De ‘grote gemetselde dubbele kelder’
onder het pand lijkt inmiddels verdwenen. Boven beide panden was
een bovenwoning, die hij voor 350 gulden per jaar verhuurde aan
Van Rijn, makelaar in effecten.

De Choorstraat omstreeks 1900. In het midden van deze foto
torent Choorstraat 16-16A boven de andere panden in de
gevelrij uit. (Fotograaf onbekend) |
Loge Silentium
Op de voorpagina van de Delftsche Courant viel op 17 oktober 1893
te lezen: ”Naar wij vernemen is het huis en erf van de Heer
Zonnenberg in de Choorstraat alhier onderhands aangekocht
door de Loge
'Silentium' alhier, met het doel een eigen
bijeenkomstlokaal te bezitten.”
De Vrijmetselaarsloge “Silentium” is na Sociëteit Standvastigheid
aan de Phoenixstraat 9 de oudste vereniging van Delft en is
opgericht in 1801. De oprichters van loge Silentium waren Delftse
mannen uit de gegoede middenstand. Het waren patriotten en bijna
allen zijn lid geweest van het in 1783 opgerichte vrijkorps en
exercitiegenootschap 'Tot herstel der Delftsche Schutterij voor
Vrijheid en Vaderland'. Na de gebeurtenissen van 1787, toen de
Pruisische troepen de “orde” voor de Prins hadden hersteld, zijn
ze naar Duinkerken uitgeweken. Samen met lotgenoten/ vluchtelingen
uit andere steden richtten zij in 1790 een eigen ”Franse”
Vrijmetselaarsloge op onder de naam “Les Vrais Bataves”. De
meesten komen in 1795, met de Franse troepen, terug in wat toen de
“Bataafsche Republiek” heette. In Den Haag gaat de Loge “Les Vrais
Bataves” verder als Nederlandse loge onder de naam “De Waare
Bataven”. De leden die in Delft woonden moesten naar Den Haag om
hun loge te kunnen bezoeken. Een tochtje met de trekschuit van
Delft naar Den Haag nam al gauw een paar uur in beslag, en dan
moesten ze ook weer terug. Een bezoek zonder overnachting was
eigenlijk niet te doen! In 1801 richtten zij daarom een eigen
Delftse loge op met de naam Silentium.
Zwervend bestaan
Bij de oprichting in 1801 had Silentium een bovenhuis gehuurd met
twee kamers op Choorstraat 22. De begane grond was toen nog
pakhuis. Dit is de plek waar nu “de Botanie” gevestigd is. Tussen
dit pand en het huidige gebouw ligt nog de chocolaterie Leonidas,
maar de oostwand van de huidige Voorhof grenst bijna aan het pand
van nummer 22. Na ongeveer tien jaar werd de huur opgezegd en
moest de loge een nieuw onderkomen zoeken. In vele jaren die
hierop volgden zijn verschillende locaties gebruikt. Van 1811 tot
1817 huurde men het pand Verwersdijk 6, naast waar later de
Delftsche Courant kwam. In 1817 werd een pand gekocht aan de
Hippolytusbuurt (nu nr 23). Het bleek echter niet te voldoen aan
de gestelde eisen en verkeerde in slechte staat, zodat het tien
jaar later weer werd verkocht. Vanaf 1828, tot aan de
ingebruikneming van het nieuwe gebouw in 1894, kwam men in de
Stadsdoelen aan de Verwersdijk bijeen. Een gebouw dat nu niet meer
bestaat. Ook dit was echter geen ideale situatie, want men
verhuisde binnen het gebouw steeds van de Heerensociëteit naar de
Schouwburgzaal, of naar de foyer, of naar de zaal die het ‘Oude
Gymnasium' heette. Omdat men geen vaste werkplaats had, moest de
Tempel bij elke bijeenkomst weer opgebouwd en afgebroken worden.
Dit leverde met alle bezittingen en het steeds aankleden van de
tempel op een andere plaats, veel moeilijkheden op. In 1893 doet
zich eindelijk de gelegenheid voor om de lang gekoesterde wens van
een eigen onderkomen in vervulling te laten gaan.
Weer verbouwing
Na de aankoop van het gebouw gaat ook de loge in 1894 stevig
verbouwen. De twee panden worden nu anders opgesplitst dan enkele
jaren eerder. Het linker pand (sindsdien Choorstraat 16) blijft
een winkelpand, maar het daarachter gelegen pakhuis wordt
afgebroken. De grond wordt bij het andere pand getrokken, dat
wordt ingericht als loge-gebouw met conciërge-woning (sindsdien
genummerd Choorstraat 16A). De winkelpui aan deze kant verdwijnt
weer. Er worden weer twee nieuwe raamkozijnen gemaakt van het
model dat er vermoedelijk eerder ook al zat en het ‘kalf’ boven de
voordeur wordt wat verlaagd. En ook hier wordt de achterzijde van
het huis gesloopt. Over de volle breedte van beide panden wordt nu
een nieuw, speciaal voor de Vrijmetselarij geschikt gebouw
neergezet met beneden een ruime vergaderzaal (voorhof genoemd) en
boven een Vrijmetselaarstempel. In de tuin komt verder nog een aan
het pand verbonden gebouw voor opslag van materialen.
Behangwinkel Jan Rot
Het afgescheiden winkelpand Choorstraat 16 bestaat in 1896 uit een
vrij kleine winkelruimte, een kantoor, magazijn, keuken, toilet en
portaal met trap op de begane grond. De toegang naar de eerste
verdieping van het winkelpand is via een trap langs de linker
bouwmuur, ongeveer in het midden tussen voor- en achtergevel. De
eerste verdieping bestaat uit een woonkamer, alkoof, slaapkamer en
portaal met trap. Op die verdieping hebben de woonkamer en de
slaapkamer een haard. De toegang tot de zolder gaat via een trap
langs de linker bouwmuur, ongeveer in het midden tussen voor- en
achtergevel. De zolder heeft een aparte kamer aan de straatgevel.
Verder is er een doorlopende zolderruimte.
Van 1894 tot 1937 wordt de winkel verhuurd aan behanger “Jan Rot”.
Deze zaak is ooit gesticht door Jan Rot sr (overleden april 1918)
en voortgezet door zijn zoon Jan Nicolaas Rot (overleden november
1918) en daarna zijn broer Nicolaas Rot. Begin 1938 wordt hij
opgeheven.
In 1918 is de winkelruimte aanmerkelijk vergroot door de
kantoorruimte bij de winkel te trekken en een nieuw ruim
trappenhuis te bouwen in het voormalige magazijn. (Alle producten
worden van nu af in de winkel of de zolder opgeslagen.) De keuken
op de begane grond verhuist dan naar de eerste verdieping op de
plek van de vroegere gang en trap en de ruimte van de keuken
beneden wordt kantoor.

Advertentie van de vestiging van Jan Rot op dit adres.
Delftsche Courant, 21 jan. 1892.

Laatste advertentie van de firma Jan Rot. Delftsche Courant,
24 jan. 1938. |

Bericht in de Haagsche Courant van 24 juli 1941.

Delftsche Courant, 27 okt. 1943. |
Kringhuis N.S.B.
De vrijmetselaars behoorden tot de doelgroepen die zich van begin
af aan mochten verheugen in de fervente afkeer van de nazi’s. Al
heel gauw na de capitulatie - zelfs binnen een week - stond de
bezetter op de stoep van het Ordegebouw in Den Haag. Hier werd
inventaris opgemaakt en een begin gemaakt met de confiscatie van
de bezittingen en gebouwen van de Vrijmetselarij. Niet lang daarna
werden ook het gebouw en de inventaris van Silentium in beslag
genomen. Alle inventaris van de Loge werd verkocht of vernietigd.
Het gebouw werd bezet en als Kringhuis van de N.S.B. in gebruik
genomen.
De oorlog heeft aan vijf leden van de Loge het leven gekost. Hun
foto’s hangen nog altijd in de Voorhof van het logegebouw. (Lees hier meer over deze vijf
oorlogsslachtoffers)
Ondertussen had buiten het zicht van de leden van de Loge nog een
ander drama plaatsgevonden.

Veel bekijks bij de ingegooide ruiten direct na de
Bevrijding in mei 1945. |
In 1937 had Joodse winkelier Heijman de Roode, na de opheffing
van de behangzaak van de familie Rot, het winkelpand Choorstraat
16 gehuurd en daarin “Het Broekenhuis” gevestigd. Met vrouw
Henriëtte van Beugen kwam hij uit Rotterdam naar Delft. Hun
dochtertje Jansje werd in december 1940 geboren. Vrouw en kind
zijn in 1943 gedeporteerd en direct omgebracht in Auschwitz,
Heyman in een werkkamp in die buurt, volgens de website Joods Monument.
Na het bombardement op Rotterdam voegden ook zijn ouders Alexander
en Jansje de Roode-v.d. Stap zich bij hen. Ook hun namen komen
voor op een lijst van “personen van Joodschen bloede” opgemaakt op
verzoek van de bezetter in 1941 als bewoner van Choorstraat 16. Ze
zijn voor hun deportatie nog verhuisd naar Choorstraat 21 aan de
overkant, waar nu twee struikelstenen voor de deur liggen.
Alexander is in 1943 afgevoerd als patiënt van het Joris Gasthuis.
Alexander en Jansje zijn vermoord in Sobibor in april 1943. Het
gezin van Heyman heeft nadat hun zaak hun door de bezetter
afhandig was gemaakt, tot hun deportatie nog korte tijd gewoond in
de Celebesstraat (nr 3).
Het jonge gezin van winkelier De Roode dat in 1943 in
Auschwitz is vermoord, nadat hen eerst hun zaak en
broodwinning afhandig is gemaakt. |
Nieuwe start
Na de bevrijding vindt de Loge het gebouw in een vreselijke
toestand terug. In zijn jaarverslag over het jaar 1945 - 46
beschrijft de voorzitter het aldus: “...toen het pand Choorstraat
weer door de Loge in bezit werd genomen, verkeerde het in een zeer
betreurenswaardige toestand. Ruiten van de voorgevel waren uit
wraak tegen de bezetter (dwz. zijn handlanger de "NSB")
verbrijzeld... ... De voorhof had men geverfd in de kleuren rood -
zwart en behangen met allerlei NSB attributen... De tempel was ook
geheel en al ingericht om er NSB samenkomsten te houden en de
Nazi-sfeer te scheppen. Waar boven de poort "Ken U Zelven" stond,
had men er "Voor Volk en Vaderland" op geverfd. Ter weerszijden
daarvan stond de beginselverklaring van de NSB en een
trouwbetuiging aan Mussert... …De elektrische leiding was geheel
verdwenen. De kelder stond vol water, terwijl de hokken van de
opslagruimte vol stro lagen, en schijnbaar hadden gediend, zoniet
voor cachotten, dan zeker voor slaapgelegenheden. Het winkelpand
en het Logegebouw had men tot één geheel gemaakt; zowel in de
beneden- als de bovengang was de muur doorgebroken... “
Zo goed en zo kwaad als dat gaat, wordt de tempel weer in orde
gemaakt, zodat reeds midden juni Loge gehouden kan worden, ook
door Rotterdammers die destijds helemaal geen loge-gebouw meer
hadden.
Van radio’s en oude boeken tot
‘Alles en nog wat’
Het winkelpand nr 16 wordt na 1945 niet langer meer als woning
verhuurd. Het dient dan alleen nog als winkelruimte en -opslag.
Sindsdien hebben er verschillende bedrijven in gezeten, waaronder:
een radiozaak (J. Th. Van Reysen), een behangwinkel
(Midas-behang), meerdere interieurzaken (Kuhlman, Woon-Rama,
Interessant, Alles en nog wat), een boeken antiquariaat en een
winkel met huishoudelijk artikelen (Home Mixture).
In 1972 wordt de winkelpui vernieuwd. Er komt nu links een
entreedeur en rechts een groot winkelraam.
Ten behoeve van het boekenantiquariaat dat in 2005 in de zaak
trekt, wordt de winkelruimte opnieuw verbouwd. De trap aan de
achterzijde uit 1918 verdwijnt en wordt vervangen door een breder
exemplaar die 180 graden gedraaid is zodat er vanuit de winkel
zicht op is. De binnenwanden op de begane grond en op de eerste
verdieping worden uitgebroken, waardoor zowel de begane grond als
op de eerste verdieping een open winkelruimte ontstaat.
|

Antiquariaat Frase in 2005. (Internet-foto) |
Tempel
De Vrijmetselaarstempel die thans nog in gebruik is, werd in
1893/94 gebouwd en ingericht naar de mode van die tijd in een
Biedermeier-achtige stijl. Hiervan bestaan geen foto’s. In de loop
der tijd is de inrichting een aantal keren aangepast maar de
tempel heeft altijd zijn oorspronkelijke structuur behouden.
Boven de tempelingang bevindt zich het zogenoemd ‘zangzoldertje’.
In de oude tijd voorzag zo’n zangzoldertje - dat wel met de
tempelruimte in verbinding stond maar er geen deel van uitmaakte -
in een behoefte. Men kon op deze wijze musici of zangers
uitnodigen - ook als ze geen maçons (= Vrijmetselaar) waren - om
een plechtigheid met muziek op te luisteren, zonder dat zij aan de
plechtigheid hoefden deel te nemen.
Onder de zangzolder ligt de ingang naar de tempel, waarboven de
woorden ‘Ken U zelve’ staan, een verwijzing naar dezelfde tekst
boven de Apollotempel van Delphi in het klassieke Griekenland. Aan
de overkant is een laag podium waar tijdens bijeenkomsten de
voorzittend meester zit.
In 1932 werd de inrichting van de tempel gemoderniseerd naar
ontwerp van de architect Jan Wils in de stijl van de “nieuwe
zakelijkheid”. Strak, weinig opsmuk en tierelantijnen. Door
sommigen eerder als “kaal” bestempeld. De onvrede die daardoor
ontstond, liep zo hoog op dat er een scheuring dreigde en Loge
Silentium bijna ophield te bestaan. Deze tempel heeft tot 1940
bestaan.
De N.S.B. heeft, nadat zij zich het gebouw hadden toegeëigend, de
uitmonstering van de tempel teniet gedaan en door Nazi-symboliek
vervangen. De Loge heeft na de oorlog die N.S.B.-symbolen
verwijdert en de tempel weer zo goed en kwaad als het kon
ingericht (met de toenmalige schaarste aan materialen).
In 1967 maakte architect H.C. Sark een nieuwe inrichting. In 1993
was er nieuw onderhoud nodig en vond de laatste grote verandering
plaats, waarbij de afrondingen die Sark in de hoeken van de zaal
en naar het plafond had aangebracht, werden verwijderd (ze waren
bouwkundig niet zo gelukkig en vertoonden scheuren). De tempel
kreeg een systeemplafond en werd blauw geverfd. Ook de akoestiek
verbeterde.
Vanaf 2019 worden er opnieuw plannen gemaakt voor een vernieuwing
van de inmiddels wat sleetse tempel. Dit proces is eind 2022 weer
gestart en heeft er toe geleid dat in december 2025 een geheel
vernieuwde tempel in gebruik kon worden genomen.
Conciërgewoning
Aan de voorkant van het loge-gebouw lag naast de ingang vanouds
het woonhuis voor de conciërge. Het werd bewoond door
huisbewaarders met hun gezin, die zorgden voor het onderhoud en
soms als “servant” tijdens bijeenkomsten voor eten en drinken
zorgden.
Toen begin 1967, net na de bouw van de nieuwe tempel en het
opknappen van de voorhof, de toenmalige huisbewaarder weg ging,
zag de Loge hierin mogelijkheden door verhuur van de woning wat
extra inkomsten te genereren. De kosten voor overig noodzakelijk
onderhoud van het pand waren door de leden van de loge niet (meer)
op te brengen, en het pand dreigde in verval te geraken. Dat was
aanleiding om een betere indeling van het gebouw te maken, waarbij
alle vertrekken van het te verhuren appartement op de
bovenverdiepingen bij elkaar kwamen te liggen en de gehele
benedenverdieping - toen in een betrekkelijk desolate staat - voor
gebruik door de Loges beschikbaar kwam. Aan de straatkant kwam nu
een bestuurskamer en naast de keuken kwam een ruimte die speciaal
voor het samenzijn na afloop van de formele bijeenkomsten is en
als bar dient. Deze indeling heeft het gebouw nog steeds.
Bij een brand op zolder wordt in 1971 de dubbele kapconstructie
volledige verwoest. Bij het herstel komt er een andere constructie
met een plat dak dat meer bruikbare 2e etage boven de twee panden
creëert. Als in 2018 de 2e etage boven nr 16 niet langer voor
winkeldoeleinden wordt gebruikt, besluit men die ruimte aan het
appartement van 16A toe te voegen door een doorbraak te maken in
de gemeenschappelijk muur en de trap tussen de 1e en 2e etage in
nr 16 te verwijderen.
Gastgebruikers
Het loge-gebouw is eigendom van de “Vereniging Loge Silentium”,
maar wordt niet alleen door deze Loge gebruikt. Het is ook in
gebruik (geweest) door meerdere andere Loges, die de ruimte
daarvoor huren.
Loge Silentium is momenteel de enige Vrijmetselaarsloge behorend
bij de Orde van Vrijmetselaren in Nederland die in Delft actief
is. Het is een traditionele Vrijmetselaarsloge, die uitsluitend
toegankelijk is voor mannen. Daarnaast zijn in het Logegebouw ook
drie gemengde loges actief: “Delta”, “Saint Germain” , werkend
onder de Orde “Le Droit Humain” en “Helios”, werkend onder de Orde
NGGV. Van deze Loges kunnen zowel mannen als vrouwen lid zijn.
Vanwege de sluiting van het logegebouw van de gemengde Orde Le
Droit Humain in Den Haag zijn in afwachting van nieuwe huisvesting
tijdelijk ook de Haagse gemengde loges en obediënties “Georges
Martin 1”, “Rackozy”, “Toth”, “St Albaan” en “De Kroonsteen”
werkzaam in het logegebouw.
“Catena Aurea”, de vertegenwoordiger van de “De Weefsters“, de
vrouwelijke loot van de vrijmetselarij, heeft haar werkzaamheden
in 2021 beëindigt.

De huidige tempel, 2025
|

|
|
|

Het dubbele pand Choorstraat 16 en 16a in 2010. In het
winkelgedeelte links zat destijds een handel in tweedehands boeken.
(Foto Michiel Minderhoud)

Het bovenlicht boven de voordeur van het loge-gebouw, met in het
glas-en-lood raam een passer en winkelhaak, het symbool van de
vrijmetselaars.

Bovenaanzicht van het gebouw, met aan de achterzijde de tempel en
daaronder de vergaderzaal van de loge.

Het dubbele pand op de oudste kadasterkaart van circa 1825-1830,
destijds in gebruik als Latijnse School.

Huwelijksaankondiging van kostschoolhouder Jacobus van Kuyk in de
Rotterdamsche Courant van 23 mei 1797. Jacobus was de broer en
opvolger van Michiel van Kuyk, de oprichter van de Frans-Duitse
kostschool in de Choorstraat.

Plattegrond van de rectorswoning in 1877, getekend voor een album
van het onroerend goed-eigendom van de Gemeente Delft. (Collectie
Stadsarchief)

Verkoopadvertentie van het pand in de Delftsche Courant van 17 aug.
1884

Advertentie Delftsche Courant, 3 nov. 1889.

Opmetingstekening van de winkelpui uit 1890 in de bouwtekening voor
zijn vervanger in 1972.

Advertentie Delftsche Courant, 19 aug. 1892.

Advertentie Delftsche Courant, 2 april 1890.

De vrouw van effectenmakelaar Van Rijn in het bovenhuis runde een
vakantiepension in Davos. Zij wierf in de krant ook Delftse
dienstbodes die genegen waren in Zwitserland te komen werken.
Delftsche Courant, 22 juli 1892.

Verkoopadvertentie van het dubbele pand in de Delftsche Courant van
17 sept. 1893. Er zaten toen beneden twee winkels naast elkaar.

Deze muziekleraar werd de huurder van het door de loge nieuw
verbouwde bovenhuis. Delftsche Courant, 4 september 1894.

De opmeting door het Kadaster van het pand na de verbouwing door de
loge. De blauwe lijnen in de plattegrond geven de perceels- en
bebouwingsgrenzen aan bij de vorige splitsing in 1890.

Een lid van de Binnenlandse Strijdkrachten schiet in mei 1945 zijn
pistool leeg op de portretten van Hitler, Mussert en Mussolini uit
het NSB-Kringhuis.

Advertentie voor ’t Broekenhuis.
Delftsche Courant, 20 juni 1940.

Het pand in 1964. In de winkel zat toen een meubelzaak. (Fotograaf
onbekend)

De winkel van Midas-behang, 1996.
(Foto Kees Spiero, collectie Stadsarchief)

De winkel ‘Stijlvol Wonen’, 1998.
(Foto Kees Spiero, collectie Stadsarchief)

De zaak ‘Alles en nog iets,’ 2016.
(Foto Rien de Koster, collectie Stadsarchief)

De huidige winkel ‘Home Mixture’ in 2023.
(Foto Henk van der Stelt)

De loge-tempel naar ontwerp uit 1932
van architect Jan Wils.

De loge-tempel naar ontwerp
van architect H.C. Sark uit 1967.

De loge-tempel zoals die er sinds 1993 uitzag.

Indeling van het dubbele pand in 2024.

Bronzen plaat van de loge op de voordeur.
|