| Buitenwatersloot 182 | www.achterdegevelsvandelft.nl | ||||||||
![]() |
|||||||||
| Voormalige tuinderswoning |
NB: Klik op de afbeeldingen voor een vergroting. |
||||||||
| Het pand Buitenwatersloot 182, even
voorbij de Papegaeybrug aan de smalle, noordzijde van de
Buitenwatersloot, dateert van 1872. Tot 1980 bestond het uit een
boven- en een benedenwoning. De bovenwoning had 182 als huisnummer
en de benedenwoning 184. Beide waren in de loop der jaren vaak een
huurwoning. Sinds 1980 zijn boven en beneden samengevoegd en is
alleen nummer 182 nog in gebruik. Ten slotte onderzoeken we aan het
einde van dit verhaal de vraag of er voor 1872 ook ooit eerder een
huis stond op deze plek. Bouwer In 1872 kocht Hendrik den Boer een stuk open grond om er voor zichzelf een huis te bouwen. Den Boer was zelf timmerman en werkte samen met metselaar Jacob Koomen. Met verkregen toestemming om er een steiger te plaatsen kon de bouw van zijn huis beginnen. Juist in die tijd was in de buurt de aanleg van de waterleiding begonnen. De riolering liet nog tot 1930 op zich wachten. Toen het huis klaar was betrokken Hendrik en zijn vrouw Maartje zelf de benedenwoning. Zwager Simon Eijgenraam kwam boven wonen. Maartje en haar broer Simon stamden uit de warmoezeniersfamilie Eijgenraam, die zes generaties lang aan de Buitenwatersloot zou wonen en werken. Hendrik den Boer, afkomstig uit Maassluis, was lid van de kerkenraad van de Christelijk Gereformeerde Kerk van Delft. Hij had het huis vooral als belegging gebouwd en verhuisde al gauw naar een van zijn andere panden, nu Buitenwatersloot 180, waar hij in 1884 overleed. Hij werd 46 jaar oud en liet vijf jonge kinderen na. Zijn weduwe, Maartje Eijgenraam, verkocht het huis en verdiende de kost als winkelierster. Van der Gaag aan De Gaag Intussen woonden hier de al bejaarde Jacob van der Knaap en zijn 21 jaar jongere tweede vrouw Petronella van der Gaag. Zij was een nicht van zijn gelijknamige eerste vrouw. Even later kwamen hier haar neven Gerrit van der Gaag uit Sint-Maartensrecht bij Schipluiden en later zijn jongere broer Arij wonen; de een boven, de ander beneden. Hun familienaam had niets te maken met De Gaag, de andere naam voor de wetering in de Buitenwatersloot. Zij stamden namelijk uit de oorspronkelijk Loosduinse familie Van der Gaag. Ze waren aardappelschippers, net als hun broer Arend en diens zoon Gerrit, die in aardappels gingen grossieren en schuin tegenover hen woonden op de hoek met de Van Bleyswijckstraat. Woningonderzoek Bij haar woningonderzoek in 1907 noteerde de Gezondheidscommissie dat beide woningen in de keuken op de waterleiding waren aangesloten en een eigen privaat hadden. Het privaat beneden stond in het ‘waschhuistje’ achter het huis. Zowel boven als beneden sliep het echtpaar in een bedstede. Het bovenhuis had een alkoof (ruimte zonder raam). De commissie concludeerde dat de zindelijkheid van de bewoning goed tot zeer goed was. [Zie hier de enquêteformulieren van het woningonderzoek.] Beneden woonden toen Jacob van der Wees en Josina van den Ende met hun twee kinderen. Jacob kwam uit een vrome familie die de kinderen liefst bijbelse voornamen gaven, zoals Abraham en Jacob. Hij was tuinder en lid van de warmoezeniersfamilie Van der Wees die al drie generaties aan de Buitenwatersloot zaten. Zijn broer Nicolaas was in 1901 medeoprichter en secretaris van de warmoezeniersvereniging De Delftsche Groenteveiling. De eerste twee jaar werden de veilingen op Buitenwatersloot 155 gehouden. Daarna kreeg de vereniging tot 1921 een eigen plek aan de Westvest, waarna ze opnieuw terug verhuisde naar een nieuw complex aan de Buitenwatersloot, maar nu buiten de gemeente Delft, vlakbij de katholieke kerk In Den Hoorn, waar in 1973 de laatste veiling gehouden werd en inmiddels woningen staan. Jacob en Josina betaalden twee gulden 25 cent huur per week, net als de bovenburen. Dat waren Hendrik François van Dreumel, Maartje den Boer en hun zoontje Hendrik. Maartje was de jongste dochter van Hendrik den Boer, de stichter van dit huis. Van Dreumel begon zijn loopbaan als bediende en werkte zich op tot amanuensis aan de Technische Hogeschool, net als eerder zijn vader.
Gasmeteropnemer Hun huisbaas Johannes de Roo en zijn vrouw Johanna Bijleveld betrokken in 1913 zelf de bovenwoning. De Roo was evenals zijn vader koopman in steenkool en andere brandstoffen. Zij vertrokken al weer na enkele jaren. Langere tijd woonden hier Hermina Suering en haar man Georg Schilling. Beiden waren van Duitse komaf. Hermina’s voorouders stamden uit Wassenhauzen (Waldeck). Hermina was tot haar trouwen onderwijzeres in Hei- en Boeicop (Vijfheerenlanden). Georgs vader Carl kwam uit Mehlis, Sachsen-Anhalt, de streek waar Fröbel de eerste kleuterschool stichtte. Hij trouwde in Delft en begon een geweerwinkel aan de Beestenmarkt. Uit overlevering in de familie gaat het verhaal dat zij daar met munitie onder het bed sliepen. Georg zelf was gasmeteropnemer en later klerk aan de gemeentelijke gasfabriek.
Brood- en beschuitbakker In 1920 kocht Cornelis den Boer het huis. Hij was de enige zoon van de vaker genoemde Hendrik den Boer en Maartje Eijgenraam. Cornelis was brood- en beschuitbakker en koopman. Hij bleef bij zijn moeder wonen in het rechter buurhuis (nummer 180). Samen dreven zij een winkel. In 1922 verkocht de gemeente Delft aan Cornelis, die ook eigenaar van het perceel op huisnummer 180 was, een strookje grond, gelegen achter het onderhavige perceel (op 182/184). Het ging om ongeveer acht vierkante meter, gekocht voor zes gulden 25 cent per vierkante meter. Dat bleef tot 1993 in de familie, toen zijn kinderen het verkochten aan de toenmalige eigenaren. In 1937 kon Den Boer een pakhuisje huren in de Antonie Heinsiusstraat voor anderhalve gulden per week. Na zes jaar zegde hij de huur op. Vuurstoker Al op leeftijd trouwde Cornelis den Boer alsnog, met Petronella Heemskerk. Zij verhuurden de bovenwoning bijna dertig jaar aan Johannis Laurentius Noordermeer en Elisabeth Stokhof. In 1958 bedroeg de huur negen gulden tien cent per week. Noordermeer kwam uit Schipluiden en was vuurstoker aan een tuinderij. Na een echtscheiding was hij hertrouwd met Elisabeth Stokhof uit Schiedam. Elisabeths dochter Froukje Bosma, uit Elisabeths op de klippen gelopen huwelijk met Hans Bosma uit Heerenveen, woonde bij hen in en was costumière. In de jaren 1960 kregen zij als huisbaas NV Spoorijzer. Dit Delftse bedrijf had in de jaren 1930 geprofiteerd van de werkverschaffing en na de oorlog van de wederopbouwwerkzaamheden. Spoorijzer In het benedenhuis woonden in de jaren ’60 Trientje Deenen en Jan Ooms. Trientje had eerder al in het bovenhuis gewoond met huisschilder Herman de Cock, van wie zij na de oorlog was gescheiden. Zij was huishoudster bij een tandarts op de Spoorcingel. In 1950 hertrouwde zij met de 51-jarige weduwnaar Jan Ooms, werknemer bij Spoorijzer. Voor zij aan de Buitenwatersloot kwamen wonen, hadden zij eerder tijdelijk in een woonwagen op het fabrieksterrein van Spoorijzer gewoond. Ooms liep door een motorongeluk ernstige brandwonden aan zijn gezicht en handen op, maar was op de Buitenwatersloot al weer aardig boven Jan.
Landschapsarchitecte Spoorijzer verkocht het huis in 1968 aan Marie Schreuder uit Voorburg. Zij was sinds enkele jaren weduwe van oud-militair en fabrikant Willem van Seters. Zij verhuurde de leeg gekomen bovenwoning aan haar zoon Maarten van Seters en diens vrouw Lies de Voogd. Maarten was technisch adviseur en een zwager van de bekende architect Herman Hertzberger. Maarten overleed al op 30-jarige leeftijd. In 1980 verkocht Maartens moeder het huis aan Nora van der Wal, die er toen al woonde. Nora van der Wal was landschapsarchitecte en ontwierp onder meer het Romolen heempark in Haarlem-Schalkwijk. Uitbreiding Woningen met één à twee vertrekken waren decennialang de norm. De naoorlogse trend van ruimere behuizing volgend maakte Van der Wal een eind aan de dubbele bewoning van het pand. Ook kwam er bij de verbouwing in 1981 een dakkapel aan de voorzijde. Later is de linker voordeur verwijderd en de gevel ter plaatse dichtgemetseld. In 1993 werden Dirk Kuiperbak en Monique Martens eigenaar. In hetzelfde jaar werd achter hun huis de Hugo de Grootschool gesloopt en konden zij voor 2.200 gulden hun perceel uitbreiden met 22 vierkante meter uit de reststrook van de braakliggende grond. Daarbij kwam nog een erf van zeven vierkante meter (F 5698) dat zij van de familie Den Boer kochten. Tot slot werd in 2007 onder leiding van architectenbureau Muller & van Eys een aanbouw aan de achterkant van het huis gerealiseerd.
‘De voorstadt van Delf’ De Buitenwatersloot, vroeger de Kickert of de Gaag genoemd, was eeuwenlang de enige verbindingsroute met het Westland. Op de kaart van Delft van Jacob van Deventer uit 1556 staan drie bruggen getekend, die op een oudere kaart nog ontbreken. Het moet dus toen een bedrijvige buurt in ontwikkeling geweest zijn, ondanks de ligging buiten de veste. Najaar 1573 ging deze ‘voorstad’, inclusief het nabijgelegen kartuizerklooster, tegen de vlakte om de oprukkende Spaanse troepen te beletten zich bij een beleg te verschansen. Rond 1590 werd er weer langs de Buitenwatersloot gebouwd, met aan beide zijden achter de huizenrij ‘cooltuynen’ (tuinderijen) en voor kapitaalkrachtige Delftenaren ook siertuinen en ‘oranjehuizen’: oranjerieën, waar men 's winters kuipplanten bewaart tegen de kou. Zestiende-eeuwse voorganger van het huis? Op de kaart van Jacob van Deventer staat bij de tweede brug een standerdmolen afgebeeld, die bekend stond als de ‘Papegay’. Daartegenover, ter plekke van het huidige huis op de noordkade, is aaneengesloten bebouwing te zien. Dit doet sterk vermoeden dat het huidige pand een zestiende-eeuwse voorganger had. Vervolgens is er echter eeuwenlang op deze plek geen spoor van een huis te vinden in belastingbronnen en andere registers. Wel blijkt uit het kadaster, ingevoerd in 1832, dat hier begin negentiende eeuw een schuur stond op een perceeltje van 21 vierkante meter.
Warmoezier De schuur stond aan de Buitenwatersloot waarvan de bebouwing sinds jaar en dag tot Delft behoorde, maar het perceel waarop het stond, maakte deel uit van een groter complex. Dit werd in 1776 omschreven als een stuk warmoesland (groentenkwekerij) met schuren dat destijds deels onder Vrijenban was gelegen (vanaf 1826 werd dit overigens gemeente Hof van Delft, om het simpel te houden). Pieter van der Struijff had dit toen gekocht uit de omvangrijke nalatenschap van burgemeester Nicolaas Schuijl. Pieter van der Struijff was warmoezenier en woonde op de Paxlaan in Vrijenban. Zijn vrouw Crijna Dekker kwam uit een familie van kuipers die hun bedrijf ook op de Buitenwatersloot hadden. Na haar dood hertrouwde Pieter met Sara Wijtemans. Toen Sara en haar stiefkinderen dit land uit Pieters nalatenschap doorverkochten stond het te boek als “een stuk extra goed tuin of warmoesland met een zeer wel aangelegde en vruchtbare fruittuin of boomgaard en een ruime schuur,” tezamen ongeveer ‘1 merg 5 hond’ (ruim anderhalve hectare).
Booter factoir De nieuwe eigenaar, Gerard van der Wallen, was een koopman uit Kralingen die daar bij Rotterdam bleef wonen. Hij was directeur van 's Landslijnbaan en ‘booter factoir’: Van der Wallen grossierde in boter en kaas en dreef ermee handel vanuit Delft en Delfshaven op Engeland, Spanje en West-Indië. In 1830 was weer een warmoezenier eigenaar. Deze Christiaan van der Schats was de oudste zoon van winkeliers op Achterom 143 en woonde dicht bij zijn tuinderij op de Buitenwatersloot (nu nummer 178) en later in de Voorstraat. In 1850 verkocht Van der Schats zijn warmoezerij met daarop drie schuren en plantsoenen voor 2.300 gulden aan Hendrik Willem de Kruijff, apotheker en drogist. De Kruijff liet de schuur afbreken en breidde het terrein flink uit met een gedeelte van de tuin tot een erf van 59 vierkante meter. Op dit perceel zou in 1872 het huidige huis verrijzen.
Wim van Veen |
|
![]() Buitenwatersloot 182, anno 2023. ![]() Delftsche Courant, 2 april 1884. ![]() Dat de familie Van der Gaag in aardappelen deed is nog steeds te zien op de geschilderde gevelreclame op het hoekhuis van de Van Bleyswijckstraat en de Buitenwatersloot. ![]() Jacob van der Knaap werd bijna 100 jaar. Delftsche Courant, 18 januari 1900. ![]() Het huis op een uitsnede van een prentbriefkaart uit 1914. In de deuropening vermoedelijk bewoonster Hermina Suering. ![]() De geldtas van een meteropnemer. Met zo’n tas ging Georg Schilling de deuren langs om muntjes voor de gasmeter te verkopen en de meterstanden op te nemen. ![]() Elisabeth Stokhof, bewoonster van de bovenwoning was eerder gescheiden en in 1926 hertrouwd. Nederlandsche Staatscourant 15 september 1923. ![]() De bewoners in de jaren ’60 van de vorige eeuw Jan Ooms en Trientje Deenen in hun benedenwoning. (Foto Jan Righarts) ![]() Jan Ooms (vooraan) in zijn woonwagen op het terrein van zijn werkgever Spoorijzer, voor hij de woning op de Buitenwatersloot kreeg, in gezelschap van Klaas Lenten en Tineke de Cock. (Foto Jan Righarts) ![]() Overlijdensbericht van bovenbewoner Maarten van Seeters in het NRC Handelsblad van 11 juli 1974. ![]() Voormalig eigenaar/bewoonster Nora van der Wal en haar echtgenoot Jan Berkenbosch. (Foto uit Jaarverslag 2022 van de Vereniging Rembrandt) ![]() In 1983 had het huis nog twee voordeuren. Kort daarna moeten de boven- en benedenwoning zijn samengevoegd en is de linker deur tot raamvenster verbouwd. (Foto Ton Kerklaan, Stadsarchief) ![]() De Buitenwatersloot met drie bruggen op de kaart van Jacob van Deventer uit 1556. De Buitenwatersloot op een kaart van Pieter Resen, ook omstreeks 1555, in het kaartboek van het Kartuizerklooster, dat op de kaart op de vouw ligt. (Kaartencollectie Nationaal Archief) ![]() De Buitenwatersloot richting Delft getekend door Hendrik Thrier in 1763. ![]() Eigenaar Gerard van der Wallen bericht het overlijden van zijn vrouw. Rotterdamsche Courant, 22 juni 1809. ![]() De Buitenwatersloot op de topografische kaart van omstreeks 1850. |
|||||||
| Zie hier voor meer informatie over bronnen, eigenaren en bewoners van Buitenwatersloot 182 | |||||||||
| Geplaatst: 15 september 2026 | |||||||||
| www.achterdegevelsvandelft.nl - Facebook: www.facebook.com/AchterdegevelsvanDelft - Twitter: twitter.com/AchterdgvDelft | |||||||||