Voldersgracht 30 www.achterdegevelsvandelft.nl
Vanouds De (Vergulde) Schrijfpen, eeuwenlang een bakkerszaak NB: Klik op de afbeeeldingen voor een vergroting.
Het derde pand vanaf de hoek Voldersgracht-Vrouwjuttenland heette eeuwenlang De (Vergulde) Schrijfpen. Tegenwoordig is het een gemeentelijk monument en zit er een evangelische boekhandel. Haar naam dankt het aan de notarissen die hier in de zeventiende eeuw kantoor hielden. Tot zo’n zestig jaar geleden was hier meer dan twee eeuwen een bakkerszaak gevestigd, die de oude naam heel lang in ere heeft gehouden. Verwarrend is wel dat er in Delft nog een huis heeft gestaan dat de naam De Schrijfpen droeg, namelijk in de Choorstraat (nu nr 41).
Op de oudste kadasterkaart uit 1825 vormt het huis nog een gezamenlijk eigendom met het buurpand met perceelnummer C 1009. Het huis van boven gezien in 2018.

Gevel van 1877
In 1877 kreeg de bakkerij een geheel nieuwe gevel, die haar inmiddels de gemeentelijke monumentenstatus heeft bezorgd. Het pand werd daarbij getypeerd als een winkelwoonhuis gebouwd in een sobere eclectisch-classicistische stijl. De voorgevel is in schoon metselwerk, drie vensterassen breed met T-vensters. Op de begane grond is een symmetrische winkelpui met pilasters en een vrij rijke lijst met deuren aan weerszijden van de winkelruit. Gezien zijn geschiedenis is het echter waarschijnlijk dat het huis achter de gevel ten dele nog dateert van kort na de stadsbrand van 1536.

Naamgeving van het pand
De Schrijfpen dankt haar naam aan Vranck van Uytenbrouck, zoon van een Dordtse notaris, die in 1591 zelf ook ‘admissie’ (toelating) kreeg tot het notarisambt en zich in Delft vestigde. Hij kocht het huis aan de Voldersgracht van de zoon van Barbara Bruijnen, ‘moeder’ van het Nieuwe Gasthuis of Pesthuis in het voormalige Magdalenaklooster, die halverwege de 16e eeuw in het huis De Bril op de hoek van de Voldersgracht woonde (zie Voldersgracht 33) en aan het einde van de gracht drie huizen op rij bezat. Zij verhuurde dit huis destijds aan Jorys Jacopssoon en rond 1578 aan Gerritje Jans, over wie we verder weinig weten.
Uytenbrouck trouwde in 1592 met Maritge van der Dussen, een weduwe van een notaris met vijf kinderen. Haar zoons traden geregeld op als getuige bij het opstellen van notariële akten door hun stiefvader.
Een van hen, Chistiaen van Heusden, zou later kunstschilder worden. Mogelijk werd hij geďnspireerd door de kunstschilder Michiel van Mierevelt, die naast hem woonde. Chistiaen trouwde met notarisdochter Maria François de Buijlere en vertrok naar Dordrecht. Over deze kunstschilder is verder weinig bekend.
Van Uytenbrouck had vermoedelijk bij de Haagse Maritge Louweris een buitenechtelijk kind. (Zijn naam suggereert dat eigenlijk al.) Deze Willebrort zou de vader worden van Vranck Uytenbrouck, beter bekend als Franciscus Verburgh de ‘druivenpastoor’, die in het Westland de tuinbouw en vooral de druiventeelt bevorderde.
Najaar 1624 stierven notaris Uytenbrouck en zijn vrouw binnen een maand tijd; waarschijnlijk aan de builenpest die in 1624/1625 woedde. Hun zoon Huich (Hugo) Uijtenbrouck, eveneens notaris, overleed al een paar maanden later. De notarisfamilie kwam daarmee ook financieel in de problemen.

Een notariskantoor, geschilderd door Jan Woutersz Stap, circa 1629. Collectie Rijksmuseum. Pestslachtoffers, geschilderd door Th.G. van der Schuer uit 1682. Collectie Museum de Lakenhal, Leiden.

Meer notarissen
De Schrijfpen werd vervolgens bij decreet (uit een faillissement) overgenomen door buurman Adriaen van der Block, die ook notaris was en zich kort tevoren in het huidige Voldersgracht 29 (zie aldaar) gevestigd had. Hij kreeg bij aankoop van De Schrijfpen financiële steun van de Leidse brouwersdochter Marritgen Jans van Toornvliet, inmiddels een Delftse weduwe. Van der Block bezat in Delft en omgeving meer onroerend goed. Zo had hij een huis aan de overzijde van de gracht in de Kerkstraat en mocht hij in 1632 voor de deur van een huis aan de zuidzijde van het Rietveld een pothuis bouwen. In 1661 werd hij, kort voor zijn dood, mede-eigenaar van mouterij/plateelbakkerij De Roos op de hoek van het Noordeinde en de Dirklangenstraat.
Van der Block had een kinderrijk gezin van negen kinderen, van wie dochter Margaretha met een notaris(klerk) trouwde en zoon Adriaen in 1659 ‘admissie’ kreeg als notaris. Hij zette in De Schrijfpen de nering van zijn vader voort en trouwde enige jaren later met een kapitaalkrachtige weduwe uit Rijnsburg, Maria Claes van Duijndam, die reeds twee kinderen had. In 1681 raakte echter ook deze notaris in financiële problemen en moest hij zijn beide huizen aan de Voldergracht gedwongen verkopen.

Breuck- en pestmeester
Koper van beide huizen werd achterbuurman Cornelis Slaets (alias Slatius), die tot dan toe woonde in De Appelboom aan de Oude Appelmarkt (zie Vrouwjuttenland 9), direct achter De Schrijfpen. Slaets was, net als zijn vader en grootvader, kleermaker en daarna (of daarnaast) instrumentmaker. Dat kan betekenen dat hij muziekinstrumenten bouwde, maar ook, in dit geval waarschijnlijker, dat hij medische instrumenten of hulpmiddelen maakte. In het begraafboek werd hij bij zijn dood ‘breuckmeester’ genoemd. Dat was een specialist in het behandelen van bot- of liesbreuken.

Illustraties uit het chirurgisch handboek van de Haagse medicus Cornelis Solingen uit 1684. (Collectie Museum Boerhaave, Leiden) Links: Breukprotheses, rechts: chirurgisch gereedschap.

Na de dood van Cornelis’ weduwe in 1705 vererfde De Schrijfpen aan zijn dochter Sara en schoonzoon Abram Sijmonsz Decker, die chirurgijn en pestmeester was en zijn werk ook aan de Voldersgracht uitoefende. Toen Sara in 1717 overleed, was er weer een financieel probleem. Haar broer, die in het huis ernaast woonde (zie Voldergracht 29), had nog veel geld van haar te goed en diverse winkeliers ook. Slager Arij Verheul kreeg bijvoorbeeld nog 228 gulden en de stoffenzaak van de buren (Voldersgracht 31) 190 gulden. Ook moest er nog een gouden ketting van 159 gulden betaald worden.
Abraham Decker moest De Schrijfpen verkopen voor 1760 gulden om de erfenis van hun 20-jarige zoon Simon veilig te stellen. Met nog slechts 536 gulden in kas verhuisde hij vervolgens met zijn zoon naar de Verwersdijk.


Voldersgracht 30 in 2011.

 

 

 



Standbeeld van ‘druivenpastoor’ Franciscus Verburch in Poeldijk. Gesigneerd: aug. falise 1930.


 

Broodbakker
De nieuwe eigenaar werd broodbakker Jacobus van der Meer. In 1719 kochten hij en zijn schoonmoeder, Anna Jans Pijnacker, voor 2100 gulden ook het pand ernaast, het huidige Voldersgracht 29 (zie aldaar). Waarschijnlijk had Van der Meer hier zijn bakkerij, zoals vele kopers na hem. Tot 1958 zou dat zo blijven, al bleef de naam De Schrijfpen vrijwel al die tijd gehandhaafd. Van der Meer woonde echter zelf aan het Rietveld en later op de Scheepsmakerij buiten de Rotterdamsepoort. Met Jan Breur had hij een zaagmolen in de hoefslag van Zuidmade (thans de Molenbuurt). De beide panden aan de Voldersgracht verhuurde hij, De Schrijfpen in 1730 voor 130 gulden per jaar.
Zijn eerste huurder in De Schrijfpen was Abram van Rotstok, alias Rostock. Hij was tussen 1702 en 1711 als lanspassaat (onderkorporaal) en later als korporaal voor de VOC naar de Oost geweest. De scheeps-soldijboeken van de VOC vermelden zo’n 950 opvarenden die uit het Oost-Duitse Rostock kwamen. Delftse schepen telden echter maar weinig buitenlandse zeelieden. Abram Rotstok had zich in Haarlem en vervolgens in Delft gevestigd en was kennelijk de plaats van herkomst als achternaam gaan gebruiken. Als korporaal verdiende hij veertien gulden per maand. Rijk is hij niet geworden of althans geëindigd; in 1717 werd hij op het kerkhof begraven.
Een volgende huurder, Marija Garrebregts, kon zich een luxere begrafenis veroorloven. In 1740 brachten wel veertien dragers haar stoffelijk overschot naar een graf in de Oude Kerk.

Brood-, koek- en beschuitbakkerij
In 1759 kocht broodbakker Jacobus Boejee de zaak, die toen inmiddels De ‘Vergulde’ Schrijfpen heette. Tien jaar daarvoor was hij echter al de huurder. Hij bewoonde toen het pand met zijn vrouw Cornelia Kok, dochter van een suikerbakker (banketbakker), een jongere broer van 13 jaar en een meid.
In 1774 diende Boejee met zijn broer Hendrik en enkele andere broodbakkers een rekest in bij de burgemeesters en regeerders van de stad. Het ging over de kosten van het ‘vletten’. De bakkers waren verbolgen over het besluit de kosten van het vervoer van graan per vlet vanaf de grotere graanschepen in het vervolg zelf te moeten betalen. Voorheen draaiden de graanschippers op voor het afleveren van het graan bij de klant. De bakkers verzochten “ootmoediglijk” van die kosten ontheven te worden. De vraag is of dat geholpen heeft.


Schoolplaat van een bakkerij begin 1900, gemaakt door Scheeptra en Walstra.

Scheepssoldijboek van de VOC met de afrekening voor Abram Rostok dd 30 okt 1711. Nationaal Archief, toegang 1.04.02, inventaris 13896, folio 151.


Een bakker en zijn vrouw met hun verse broodjes, geschilderd door Jan Steen in 1658.
Collectie Rijksmuseum.

 

Verbouwing
In 1797 overleed Boejee aan “waterzugt en daarby komende zware pijnen”. Daarna was De Schrijfpen ruim zeventig jaar in handen van opeenvolgende eigenaren van het rechter buurpand, waarbij waarschijnlijk ook muren op enkele plaatsen zijn doorgebroken (zie Voldersgracht 31).
In 1869 werden de panden weer afzonderlijk verkocht. Meester broodbakker Klaas Lammens kocht toen De Schrijfpen. Hij woonde er al in 1854, toen hij trouwde met Cunegonda Bakker. April 1877 kreeg Lammens toestemming voor een ingrijpende verbouwing. Een medebewoner was toen de zeemtouwer (bereider van zeemleer) Friedrich Kleiner. Blijkens het Register van vreemdelingen kwam hij uit Schweidnitz (Swidnica), Neder-Silezië.
Lammens’ zoon Nicolaas nam in 1888 de zaak over en trouwde met Adriana Smink. Amper een half jaar getrouwd stierf de jonge bruid, nog geen 26 jaar oud. Ook zakelijk ging het Lammens junior niet over rozen. Oktober 1902 ging hij failliet. Zijn opvolger was Bernard Romijn.



Bakkerij De Vergulde Schrijfpen (toen nog een dubbel pand) werd in 1853 in De Bolk geveild. NRC, 27 sep 1853. Ook de nieuwe eigenaar, de Schipluidenaar Rodenrijs, hield de bakkerij aan beide zijden in bedrijf. Verkoopadvertentie van het huis anno 1902. Delftsche courant 12 okt 1902.


Overlijdensbericht van Jacobus Boejee in de Rotterdamsche Courant van 31 okt 1797.


Een prijslijst van de broodjes en speculaaspoppen in 1862. Delftsche courant, 5 dec 1862.


Lammens junior was actief in de plaatselijke bakkersvereniging. Delftsche courant 23 mrt 1898.

 

 

 

Studenten
Romijn ging verbouwen en maakte een opbouw op het huis, waarschijnlijk boven de bakkerij achter het huis (in 1978 werd die weer weggebroken). Het gerestaureerde bovenhuis werd verhuurd. Onder meer aan Gerard Nijhoff, die in 1912 afstudeerde als civiel-ingenieur. Hij trouwde in 1913 en vertrok uit Delft. Als expert op waterbouwkundig gebied adviseerde hij onder meer de Volkenbond en na de Tweede Wereldoorlog het Ministerie van Wederopbouw.


Het bovenhuis stond in 1903 te huur voor veertien gulden per maand. Delftsche courant 3 mei 1903.

Schrijfpen verwijderd
In 1915 kreeg de zaak voor korte tijd een andere naam. G. Lommert & Co opende er een bakkerij genaamd ‘De Korenschoof ‘, met een filiaal aan de Geer. Maar al na een paar maanden werd er niets meer vernomen van De Korenschoof. De gebeeldhouwde hand met een schrijfpen (vermoedelijk uit 1877) werd echter destijds wel uit het kozijn boven de winkeldeur gesloopt en aan Museum Prinsenhof verkocht.


De houten gevelversiering ‘De Schrijfpen’ werd uit de winkelpui gesloopt en als museumstuk verkocht. Collectie Museum Prinsenhof, Delft.

Oude naam weer terug
In 1920 kocht Huibert van den Berg het pand. Deze bakkerszoon was ooit begonnen als motor- en rijwielhersteller. Hij begon een brood- en banketbakkerij onder de oude naam De Schrijfpen. Huibert was toen 21 jaar en net getrouwd met Clasina Vink. Ze zetten de zaak voort tot Huibert in 1958 op 59-jarige leeftijd overleed.

Een sober 25-jarig jubileum. Veritas 3 mei 1945. De familie Van den Berg en personeel op de foto ter ere van het jubileum.

Damesmode en Bijbels
Omstreeks 1960 maakten blijkens foto’s de broodjes plaats voor dameskleding. In 1978 werd de winkel met bovenwoning verbouwd en gesplitst in afzonderlijke eigendommen. Sinds 1982 is hier de Evangelische boekwinkel Bijbel gevestigd.


Dames zien leuke jurkjes in de etalage, omstreeks 1960. Foto W. L. van der Poel.


Romijn nam in 1903 de bakkerszaak over. Delftsche courant 28 apr 1903.


Opeens heette de bakkerij De Korenschoof. Delftsche courant  29 jan 1915.


Delftsche courant 19 mei 1922.


Bakker Van den Berg koopt het winkelpand in 1920 en herstelt de oude naam weer in ere.
Delftsche courant 8 mei 1920.


Alom verzuiling anno 1937. Delftsche courant 2 okt 1937.


Het oorlogsbrood bestond deels uit surrogaatmiddelen en was minder voedzaam. Reclame moest hiertegen opboksen. Delftsche courant 3 feb 1943.

 

 

 

 

 

 

 


De etalage van de huidige winkel ter gelegenheid van het overlijden van Prinses Juliana in 2011. Foto Kees Spiero.

Wim van Veen  
>> Zie hier voor meer informatie over bronnen, eigenaren en bewoners van Voldersgracht 30
Geplaatst: 7 mei 2019  
 
www.achterdegevelsvandelft.nl - Facebook: www.facebook.com/AchterdegevelsvanDelft - Twitter: twitter.com/AchterdgvDelft