Vlamingstraat 107
Opsluiting bij wangedrag of ‘sware melancholie’  
   
Wat is een verbeterhuis
Verbeterhuizen komen voor in de Republiek vanaf het midden van de 17de eeuw tot het eind van bet Ancien Regime in 1795, met in sommige gevallen een uitloop naar de vroege 19de eeuw. Zij waren be­stemd voor een familielid dat de familie tot schande maakte door wangedrag, maar ook vanwege geestelijk gehandicapt zijn of in verband met psychische afwijkingen. Er bestonden twee soorten, stadsverbeterhuizen en particuliere verbeterhuizen.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Het oude Sint Joris Gasthuis was een stedelijke instelling. De directeur woonde mooi.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

De razernij, een beeld uit het vroegere Amsterdamse Dolhuis, als symbool voor wie werd ingesloten.
(Coll. Rijksmuseum)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

In Den Haag was toestemming van het Hof van Holland nodig voor opsluiting van een familielid.

 
Stadsverbeterhuizen werden door de stad beheerd en waren vaak onderdeel van het stedelijke tucht­huis, zoals in Delft en in Arnhem, maar Amsterdam had een stadsverbeterhuis aan de Weteringschans dat los stond van het tucht- of rasphuis. In principe moest de familie betalen voor opname in een stadsverbeterhuis, maar minvermogenden werden op kosten van de stad opgesloten - geconfineerd zoals men zei - en moesten met hun handen hun brood verdienen. Particuliere verbeterhuizen werden gedreven als een onderneming en dan moest de familie altijd opdraaien voor de kosten. De geconfineerden hoefden hier niet te werken voor de kost en kregen de gehele dag de tijd om hun ‘zonden’ of geestesgesteldheid te overdenken.
 

Met toestemming
Voor opname in een verbeterhuis was voorafgaande toestemming van de magistraat - burgemeesters en schepenen - nodig. Het was een maatregel van openbare orde en niet gebaseerd op een rechterlijk vonnis. In de steden van de Republiek - dus in plaatsen met stadsrechten - was de handhaving van de openbare orde bij de verlening van de stadsrechten door de landsheer gedelegeerd aan de magistraat van de stad. Dit was een van de meest gekoesterde stadsprivileges.
In plaatsen zonder stadsrechten, zoals 's-Gravenhage, kon men ook een familielid laten opsluiten op verzoek. Het verzoek moest daar worden ingediend bij een daartoe aangewezen functionaris, die de rechtsopvolger van de landsheer vertegenwoordigde. Dat waren de Staten van elk van de Zeven Provinciën.

 

Vergunning was nodig
Er bestond een aantal erkende redenen voor opsluiting op verzoek: verkwisting, drankmisbruik, huiselijk geweld en ander wangedrag, of het willen aangaan van een ongewenst huwelijk. Wel moest de familie in alle gevallen burgemeester en schepenen of het provinciebestuur overtuigen van de nood­zaak van opsluiting. De beheerder van een particulier verbeterhuis moest een geldige vergunning kunnen tonen voor elk van zijn gevangenen. In het begin werd dat echter vaak niet goed gecontroleerd.

Vooral particuliere verbeterhuizen hadden, zeker in de 18de eeuw, een belangrijke functie in de gezondheidszorg. Zij behandelden ook personen met psychische problemen, zoals depressie - sware melancholie genoemd - die in een vlaag van verstandsverbijstering de hand aan zichzelf konden slaan. Ook dat werd beschouwd als een grote schande voor de familie.
 
Lex Verbreack
 
laatste wijziging 01-04-2011
terug naar het verhaal Vlamingstraat 107