Vlamingstraat 107

Akte (1693) van afrekening en verantwoording bij notaris Pieter Coel

 
   

Een kijkje in het reilen en zeilen van het verbeterhuis
De sanering van de financiële administratie van het verbeterhuis bleek een langdurige klus te zijn, die oudste zoon Anthonij Taarling drie jaar en drie maanden bezighield. Op 19 september 1693 vervoegen vader en zoon zich ten kantore van notaris Pieter Coel te Delft om de akte van afrekening en verantwoording te ondertekenen samen met Mr. P. Durven, notaris en procureur te Delft, en nog een stadgenoot als getuigen.
Deze Akte, die 156 foliopagina's telt waarop enkele klerken hun vingers blauw geschreven moeten hebben, is een nogal uniek document, want zij geeft inzicht in bet financiële reilen en zeilen van het gezin van Harmannus Taarling en van zijn verbeterhuis. Dergelijke akten zijn niet dik gezaaid, zeker niet als zij stammen uit de late 17de eeuw.
Er staan allerlei dingen in die een kijkje geven in het dagelijks leven van een groot gezin met kinderen omstreeks 1690. De voerman Jan Hoogerscheijd wordt een aantal keren genoemd. In 1690 moet hij heen en weer rijden naar Wassenaar - waarschijnlijk omdat daar een internaat voor jonge meisjes was gevestigd waar twee dochters verblijven - en brengt daarvoor 10 gulden en tien stuivers in rekening. Op 2 september van dat jaar is het kennelijk mooi weer en hoeven de minderjarige dochters niet naar school. Hun oudste broer trakteert zijn zussen op een rijtoer, wellicht met een picknick onderweg, en noteert in zijn kasboek een bedrag van vijf gulden en tien stuivers met als aantekening Jan Hooger­scheijd uitrijden met de meijdens.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Vanuit de lucht is het Verbeterhuis nog altijd herkenbaar. In de tuin is vermoedelijk een eetzaal gebouwd.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

”… uitrijden met de meijdens”. (foto archief Utrecht)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Wekelijks werd de was opgehaald door de “bleker”. Blekerijen zaten aan de rand van de stad, zoals hier bij de Oostsingel. In dit geval vlak bij het Verbeterhuis.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Een raam ging naar binnen open, zoals op het schilderij Vrouw met waterkan van Johannes Vermeer (1664/65)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

De bagage van Joris Taarling gaat vanaf de Kolk bij de Rotterdamsche Poort per schip naar Rotterdam.

 

Dure kostschool
Het spreekt in die tijd vanzelf dat dochters van een rijke middenstander naar school worden gestuurd om te leren lezen, schrijven en rekenen. Het gebruikelijke schoolgeld bedroeg per kind ongeveer 14 gulden per jaar. Voor de twee dochters die in 1690 in Wassenaar op het internaat van meester Engel Verhaage zitten moet veel meer betaald worden: bijna 300 gulden per jaar.
Als de jongste zoon Joris verklaart dat hij in Leiden theologie wil gaan studeren, wordt hij, om zijn kennis van Latijn, Grieks en Hebreeuws op peil to brengen, eerst een jaar in de kost gedaan bij domi­nee Texelius in Rotterdam. Diens vrouw komt enkele maanden tevoren naar Delft om kennis to maken met haar toekomstige huisgenoot en zijn familie. Voor kost, inwoning en lessen moet zijn vader 350 gulden neertellen, meer dan het jaarloon van een geoefende knecht die 20 stuyvers - een gulden - per werkdag verdiende.
In 1692 willen de meijdens Adriana (14 jaar) en Maaike (9 jaar) naar de kermis in Rotterdam. Zij gaan daar met de trekschuit heen - waarschijnlijk onder begeleiding - en dat uitstapje kost 4 gulden.

 

Jaarsalaris ziekentrooster
Ook blijkt dat er, waarschijnlijk dagelijks, een ziekentrooster bij het verbeterhuis langs kwam om met de geconfineerden te praten en te bidden. Zo iemand was een soort hulpprediker. Als er aanlei­ding voor was, zal de dominee of een arts zijn gewaarschuwd, zoals ook in de 18de eeuw gebruikelijk blijkt te zijn. De ziekentrooster kreeg voor zijn regelmatige bezoeken een vast jaarsalaris van 120 gul­den. Eenzelfde bedrag ging naar de bleyker (bleker) die de wekelijkse was kwam halen en brengen.
Wanneer dochter Anna Taarling in October 1690 als 19-jarige trouwt met Tobias Bres, apotheker te Delft, wordt er voor de bruiloft, net als tegenwoordig, glaswerk gehuurd, wat bijna drie gulden kost. Veel duurder was het kant voor de trouwkleding van bruid en bruidegom, want daarvoor moet de vader van de bruid bijna honderd gulden op tafel leggen.

 

Verbouwing en uitbreiding
Er worden tussen 1690 en 1693 een aantal rekeningen betaald voor bouwmaterialen en voor metsel­werk, timmerwerk, het maken van dakgoten, de aanschaf van stoelen en dergelijke. Ook blijkt er een saalmaker ingehuurd to zijn. Dit kan erop wijzen dat in die jaren op de erven van de huizen langs de Oosterstraat de eetzaal is gebouwd die in de 18de eeuw aanwezig blijkt te zijn. Hier konden de gecon­fineerden niet alleen eten, maar ook de tijd verdrijven met bordspelen als schaken, dammen en trik­trak. Bij mooi weer konden zij zich vertreden in de tuin, die op de Kaart Figuratief is afgebeeld.

 

Beveiliging
Over de maatregelen tegen ontsnapping uit het verbeterhuis is weinig gevonden, maar het is bekend dat in andere verbeterhuizen in Delft alle ramen die uitzagen op de straat, voorzien waren van smeed­ijzeren tralies. Dat zal in het huis van Taarling niet anders zijn geweest. Ramen waren toen voorzien van luiken die van binnenuit gesloten konden worden en een raam ging dus naar binnen open. Dat is duidelijk te zien op het schilderij Vrouw met waterkan van Johannes Vermeer (ca. 1664/65).
Ook zal Harmannus Taarling alle uitgangen naar de straten hebben laten afsluiten en de Nachtegaels­poort zal zijn voorzien van zware en wellicht dubbele deuren. Deze poort is waarschijnlijk in gebruik gebleven, want sommigen die op verzoek van hun familie werden geconfineerd, probeerden zich hieraan te onttrekken, bijvoorbeeld door naar een andere plaats te vluchten. Ook na hun aanhouding aldaar bleven zij zich soms heftig verzetten, zodat zij in een koets en onder bewaking in het verbeter­huis moesten worden afgeleverd. Een met een paard bespannen koets had een behoorlijke draaicirkel nodig om een poort binnen te rijden; de Vlamingstraat en ook de Trompetstraat waren daarvoor te smal. De Oostvest was een brede weg achter de stadswal en daar kon de koetsier de bocht wel nemen, zodat er aan de huidige Oosterstraat een vrij brede en goed afsluitbare ingang tot de binnenplaats geweest moet zijn.
Ook een paard en wagen moest de binnenplaats op kunnen draaien om zware of volumineuze vrachten op te halen of af te leveren. In 1693 worden er aan het verbeterhuis 143 tonnen turf geleverd. Dat was een grote hoeveelheid die met paard en wagen zal zijn bezorgd. In Delft had een turfton, die door een kuiper werd gemaakt, een inhoud van 227 liter en werd door turftonsters volgens een vast patroon met stukken turf gevuld. Iedere ton bevatte ongeveer evenveel turven. Het is aannemelijk dat deze hoeveelheid van zo'n 30 m3 met paard en wagen in de Vlamingstraat is afgeleverd. En als Joris Taarling een jaar bij dominee Texelius gaat wonen, wordt zijn nogal omvangrijke bagage op dezelfde manier van de Vlamingstraat naar de vrachtschipper op Rotterdam vervoerd.

   

Kosten van opsluiting
Het lijkt erop dat de familie voor iemand die opgesloten werd, toen al 75 gulden per kwartaal moest betalen, het bedrag dat in de 18de eeuw normaal was. Helemaal zeker is dit niet want er komen ook lagere bedragen voor, maar die kunnen hebben gegolden voor vreemdelingen die langere tijd in Delft moesten zijn en liever niet naar een herberg gingen. Herbergen hadden in het algemeen niet zo'n beste naam, hoewel er uitzonderingen waren. Voor de familie van een geconfineerde kwamen daar alle ex­tra's bij, zoals nieuwe kleren, wijn bij het eten enzovoorts. De kastelein van het verbeterhuis kocht deze zaken zelf in om te voorkomen dat er vijlen of andere hulpmiddelen werden binnengesmokkeld waarmee zijn commensalen konden ontsnappen.

 
Lex Verbraeck  
   
laatste wijziging 01-04-2011  
terug naar het verhaal Vlamingstraat 107