Vlamingstraat 107
Delft stelt in 1662 een nieuwe keur op  
   

Over het houden van dolle en crancksinnige luyden’ ,
Harmannus Taarling begint in Vlamingstraat 107 en in huizen in de directe omgeving een particulier verbeterhuis. In die tijd was dat een nieuwe zakelijke activiteit. Dat blijkt duidelijk uit de tekst van de keur ‘Over het houden van dolle en crancksinnige luyden’ die de Magistraat van Delft op 18 december 1662 had afgekondigd.
Er wordt in deze keur gesproken over de Heeren van de Weth, een commissie van de Magistraat van Delft, die bestond uit twee burgemeesters - Delft had er ieder jaar vier - en een aantal schepenen. De leden van deze commissie waren verantwoordelijk voor alle zaken die de openbare orde binnen Delft raakten. Daaronder viel ook de verlening of weigering van toestemming om een burger(es) van Delft op verzoek van de familie in een verbeterhuis op te sluiten.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

“Narrenturm” wordt deze in 1784 bij Wenen gebouwde psychiatrische inrichting genoemd. “Verbeterhuis”klinkt aardiger.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Melancholie. Een depressieve vrouw, in 1838 getekend door Etienne Esquirol.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Badverpleging. Een 19e eeuwse psychiatrische patient ondergaat een kuur.

 

De genoemde keur van december 1662 begint met de zin: Alsoo de Heeren van de Weth deser stad Delft in ervaring comen dat binnen dese stad haer dagelijckx meer ende meer personen comen te genereren met dolle en crancksinnige luyden in haere particuliere huysen op to houden.
Vrij vertaald in modern Nederlands:
De Heren van de Wet van Delft hebben geconstateerd dat steeds meer inwoners ertoe overgaan om tegen betaling dolle en krankzinnige mensen in hun huizen op te nemen

 

Confineren was iets nieuws
De formulering die de Heeren van de Weth kiezen, maakt duidelijk dat het confineren van personen in particuliere huizen iets was dat eerder niet of weinig voorkwam. Er wordt ook een duidelijk onderscheid gemaakt tussen dollen en zij die als crancksinnig werden beschouwd. In de eerste categorie vielen personen die wij tot de psychiatrische gevallen zouden rekenen, bij de tweede groep ging bet om mensen die volgens de toenmalige opvattingen cranck van sinnen waren, zoals personen met een verstandelijke handicap, met psychische problemen, of mensen die wangedrag vertoonden dat onaanvaardbaar geacht werd.

 

Bang voor misbruik
Na deze eerste zin verklaren de Heeren van de Weth beducht te zijn voor ernstig misbruik van deze praktijk, omdat families de beperking van de bewegingsvrijheid van de geconfineerde wel eens zouden kunnen benutten voor andere en ongewenste doeleinden. Daarom verordonneren zij dat van nu of aan eenieder die een Delftse burger wil laten opsluiten en personen die daarvoor hun diensten aanbieden, eerst toestemming van de Heeren van de Weth moeten verkrijgen. Overtreding van deze keur zal worden bestraft met een boete van hondert Caroli guldens van XL grooten tstuck - een groot was een munt ter waarde van een halve stuiver. Inwoners die al een of meer personen in huis hebben, moeten dit binnen acht dagen opgeven op het stadhuis, eveneens op straffe van een forse boete.

 

‘Dol of crancksinnig’
De inhoud van deze keur lijkt erop to wijzen dat, althans in Delft, het opsluiten van personen in een verbeterhuis is voortgekomen uit het eeuwenoude gebruik leegstaande kamers in een huis te verhuren aan commensalen, die er ook in de kost waren. lemand moet, in Delft of elders, omstreeks het midden van de 17de eeuw op het idee zijn gekomen een commensaal die beschouwd werd als dol of crancksinnig, in zijn kamer opgesloten te houden, omdat de man of vrouw in vrijheid onvoorzien onheil kon veroorzaken.
Wellicht heeft een familielid dat aan de hoofdbewoner gevraagd. Ook de terminologie kan hierop wijzen, want geconfineerden werden, ook in officiele stukken, vaak commissalen genoemd.

 
Lex Verbraeck  
   
laatste wijziging 01-04-2011  
terug naar het verhaal Vlamingstraat 107  
   
Bedelaars, prent van Weseclas Hollar, 17e eeuw. Ook  ‘wangedrag’ kon tot opsluiting leiden.