Vlamingstraat 107, deel 4
Rijke buurman koopt de Taarlingen  
   
Tubulente tijd in de 18e eeuw
Op 11 maart 1707 komen de schuldeisers opnieuw bijeen ten kantore van notaris Coel en wijzen Dirk van Schie, bierbrouwer in De Rode Leeuw, aan als hun gemachtigde voor de verdere afwikkeling van de erfenis van Clasina van der Straten. Het verbeterhuis De Drie Taarlingen is dan al op de veiling gekocht door Christiaen van der Tack, een vermogende burger van Delft, die buurman in de Vlaming­straat was en op het huidige nr. 105 woonde.
Van der Tack blijft de kastelein tot hij in 1721 overlijdt. Uit de boedelbeschrijving die na zijn dood werd opgemaakt, bleek hoe vermogend hij was. Het is onwaarschijnlijk dat een rijke man als Van der Tack zich hoogstpersoonlijk met de dagelijkse gang van zaken bezig hield. In de archieven is echter niets te vinden over een hospes of hospita aan wie het werk was uitbesteed.
Na zijn dood neemt zijn weduwe, erfgename en boedelhoudster, het beheer van De Drie Taarlingen over, maar niet voor lang. In 1724, als ze opnieuw trouwt, verkoopt zij het verbeterhuis aan een Delftse winkelier, Cornelis van der Lee. Hij had een zaak, die ‘In de Crabbe’ heette, eerst in de Papesteeg, en later op de Markt. In 1731 koopt hij van de weduwe Van der Tack ook het pand op de hoek van de Oosterstraat en de Trompetstraat. Hij betrekt het bij het verbeterhuis.
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Het verbeterhuis lag vlakbij de Koepoort aan het einde van de Vlamingstraat. Aquarel Paul Tetar van Elven, 19e eeuw. Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Reconstructie door J.J.W.Heuvelink van de plattegrond, zoals die in 1748 moet zijn geweest. Begane grond en verdieping. Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

In de Trouwboeken is te lezen met wie Jan Cordij een eerste en een tweede keer trouwde.

Portret van Willem van Noordeloos, een eigenaar van De Drie Taarlingen.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Familiewapen van Willem van Noordeloos.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster\

De Oosterstraat rond 1900. De huizen rechts werden gebouwd na het afgraven van de Oostvest, de stadswal, omstreeds 1860.

 
Meester-chirurgijn Jan Cordij junior
Wat eigenaren betreft belandt het verbeterhuis in de 18e eeuw in een turbulente tijd. Als de vrouw van Van der Lee overlijdt (1738) verkoopt hij het complex een jaar later aan zijn zoon Mattheus en diens vrouw Elisabeth. In diezelfde periode krijgt de familie Van der Lee ook nog te maken met uitbraken: een aantal van hun opgesloten ‘klantjes’ slaagt er in te ontvluchten.
Mattheus en Elisabeth krijgen drie kinderen, die hun vader al snel moeten missen. Hij overlijdt in 1746. Een jaar later hertrouwt Elisabeth met meester-chirurgijn Jan Cordij junior. Ook dit nieuwe huwelijk wordt achtervolgd door ziekte: Elisabeth overlijdt in mei van het volgende jaar. Het begraafboek vermeldt als haar woonplaats: Vlaemestraat bij de Vest. De plattegrond van De drie Taarlingen (zie elders op deze pagina), is door J.J.W.Heuvelink (Voorburg) gemaakt, is tot stand gekomen aan de hand van een boedelbeschrijving die na het overlijden van Elisabeth werd opgemaakt. Daarmee hebben we meer dan 250 jaar later toch een beeld van de begane grond en de verdieping. Jan Cordij vindt binnen vier maanden een nieuwe bruid, de weduwe Cornelia Boeijee. Het reilen en zeilen van het verbeterhuis wordt deels uitbesteed aan haar ongetrouwde nicht, Maria Boeijee. En intussen zijn daar dan nog de weeskinderen Van der Lee, stiefkinderen van Jan Cordij. Zij zijn deels eigenaren van De Drie Taarlingen.
Jan Cordij zat niet stil. Hij kocht eind van het 1750 het huis op de hoek van de Vlamingstraat en de Oostvest, het huidige adres Oosterstraat 25, met een voorgevel aan de Vlamingstraat. Of hij er ook ging wonen is niet bekend. Deze hoek nooit onderdeel geweest van het verbeterhuis.
 
Alweer failliet
Begin 1751 wordt een rekening opgemaakt van de nalatenschap van Elisabeth.
Daarbij blijkt dat de Taarlingen eigenlijk failliet zijn. Schulden en vorderingen houden elkaar ongeveer in evenwicht. Maar er zijn leningen afgesloten met het onroerend goed als onderpand, die veel groter zijn dan de waarde van de huizen. De notaris spreekt dan ook van een ‘dubieuze boedel’.
Hoe het allemaal wordt geregeld en opgelost blijft onduidelijk, maar aan het eind van de rit blijkt er toch nog een batig saldo van 1400 gulden te zijn voor de kinderen. Nog voordat de boedel wordt afgwikkeld, koopt Cordij de kinderen van Elisabeth “uit”. Zij krijgen het geld, en hij heeft hiermee de volledige eigendom van De Drie Taarlingen. Hij was zelf ook voogd, en de twee andere voogden gingen akkoord met deze oplossing. Cordij betaalt 4600 gulden voor deze erfdelen. In totaal bedraagt de waarde van het verbeterhuis 12.000 gulden. Eind van dat jaar vindt de daadwerkelijke boedelscheiding plaats. Cordij stopt een deel van zijn geld ook nog in andere huizen achter de Vlamingstraat (noordzijde), zoals in vier huizen in de zogeheten “closbaan”. Dat is de kaatsbaan achter het huidige Vlamingstraat 84/86, op het binnenterrein tussen de Oosterstraat, Rietveld, Vlamingstraat en Houthaak.
 
Commensaalhouder
In 1764 overlijdt zijn vrouw, Cornelia, en in 1765 laat Cordij zijn testament maken. Hij wordt daarin aangeduid als ‘commensaalhouder’. Twee jaar later volgt nog een testament, maar dan wordt hij niet langer commensaalhouder genoemd. Hij heeft er blijkbaar geen zin meer in. Zijn jongste stiefdochter Elisabeth van der Lee trouwt eind ’65 met Willem van Noordeloos, zoon van een Delftse meester-broodbakker, en al meer dan een jaar de assistent van Cordij. Drie weken na het huwelijk kopen de versverse echtgenoten het verbeterhuis van hun stief(schoon)vader. Zij blijven het tot eind 1806 beheren.
Van Willem en Elisabeth is een door de notaris vastgelegd verklaring bekend, waarin zij uitleggen waarom ze een in de war zijnde predikent eerst weigeren, maar later toch willen opnemen. Dergelijke attestaties waren wel gebruikelijk in die tijd.
Over het verbeterhuis in deze periode is weinig bekend. In 1807 doen Noordeloos en zijn vrouw De drie Taarlingen over aan Barnardus Jacobus Wolterbeek, een man uit Nijmegen, die via Den Haag, waar hij trouwt, in Delft terecht komt. Het echtpaar Noordeloos trekt tijdelijk in bij hun zoon Cornelis, voor wie vader Noordeloos eerder een huis met erf, wijnpakhuis en koetshuis had gekocht op de hoek van de Oude Delft en de Dirk Langen Straet. Later wordt naar Den Haag verhuisd.
 
Instituut of dolhuis
Wolterbeek overlijdt 1825. In zijn overlijdensakte staat als beroep ‘directeur van het Instituut van gezondheid’. In de Franse tijd, 1810-1813, werden instellingen zoals verbeterhuizen verboden. Maar het complex aan de Vlamingstraat blijft in gebruik als Instituut van gezondheid. In 1832, in de beschrijving bij de eerste kadastrale opmeting, wordt dat ook zo vermeld. Op de eerste kadastrale kaart, is goed te zien hoe groot het is en waar het ligt. Ernaast in de Trompetstraat is een open terrein. In het bebouwde gedeelte staat ingetekend “dolhuis”. Dat laat weinig aan de verbeelding over.
Na de dood van Wolterbeek wordt het verbeterhuis geveild. Het wordt voor een zeer laag bedrag gekocht door meester timmerman Augustijn, die het nog dezelfde dag met een flinke winst door verkoopt aan schilder F.W.Th.Bombled. Uit de kadastrale registratie blijkt dat die in 1832 eigenaar is van een vrouwenverbeterhuis genaamd Duinkerken, op de hoek van de Burgwal en de Molenpoort. Het “dolhuis” aan de Vlamingstraat was intussen alweer verkocht. In 1832 staat dat op naam van leerlooier Jacobus Boeijee, een verre nazaat van Jan Cordij’s echtgenote Cornelia Boeijee. Zijn leerlooierij stond vlakbij in de Trompetstraat. Over het dolhuis noteren de kadastrale beschrijvers: “alleen bestemd voor mannen uit den gegoede stand, aan zwakke geestvermogens lijdende, zijnde het eigendom van de Heer Boejee, is tegenwoordig zeer in verval”.
 
Veranderingen in de 19e eeuw
Het eindigt dus niet goed met De Drie Taarlingen. Er verandert veel in deze periode in deze buurt. In de jaren ’50 van de 19e eeuw wordt de Oostvest, de stadswal, gesloopt. Een paar jaar later moet ook de Koepoort, aan het eind van de Vlamingstraat, er aan geloven. Bovendien wordt rond 1860 de grote molen “Zeldenrust” of “Piccardt”, die stond waar nu de Koepoortbrug ligt, gesloopt. De hele omgeving hier krijgt een totaal ander aanzien. Waar de stadswal was, worden kleine huizen gebouwd. Uit consenten van 1864 blijkt dat een aannemer van de Vlamingstraat, Tymen Huurman (zie Vlamingstraat 56) , van het hoekpand Oosterstraat/Trompetstraat, een bakkerij moet maken. Er wordt een broodbakkersoven gebouwd. Die bakkerij blijft daar tot 1974 bestaan. In de verbeterhuis-huisjes aan Oosterstraat komen winkeltjes, Een bakkerszaak op nummer 17, een sigarenmagazijn op nummer 19, petroleum, schoonmaakartikelen en snoepgoed op nummer 23. Op nr 25 zat ooit nog een stoffeerder, die gordijnen en vloerbedekking verkocht. Winkel aan de Vlamingstraat, pakhuis met ingang aan de Oosterstraat.
Nu zijn alle panden woonhuizen.
 
Lex Verbraeck † 17 maart 2011
 
nadere informatie over Vlamingstraat 107
laatste wijziging 06-04-2011  
   
Vlamingstraat 107, deel 1 De Drie Taarlingen, verbeterhuis voor ‘zwarte schapen’ in de familie
Vlamingstraat 107, deel 2 Zwager van Johannes Vermeer opgesloten in De Drie Taarlingen
Vlamingstraat 107, deel 3 Derde generatie Taarling treedt aan