Vlamingstraat 107, deel 3
Derde generatie Taarling treedt aan  
   
Eigenaar van een “vermakelijck huis”
In augustus 1693 liet Harmannus Taarling, als weduwnaar, ook al twee akten opmaken. In de eerste regelde hij de voogdij van zijn minderjarige kinderen; de tweede akte is zijn testament. Daarin bepaalde hij dat zijn zoon Cornelis het huis waarin hij testateur jegenswoordig woont met het verbeterhuis en de commensalen mag overnemen voor de prijs van 16.000 gulden. Hij blijkt dus weer op nr. 107 te wonen, maar het is onbekend of het complex op de hoek met de Oosterstraat intussen was verkocht. Dat verandert wel van eigenaar, maar de datum van verkoop is niet te achter­halen omdat de transportakte verloren is gegaan.
Harmannus Taarling overlijdt in Delft eind november 1694 op 55-jarige leeftijd en wordt op de 22ste van die maand in de Nieuwe Kerk begraven.
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Vlamingstraat 107, erker op de 1e verdieping. Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Te vaak dronken? Dan naar een verbeterhuis. Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Te vaak naar prostituees? We sluiten je op…

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Een kunstzinnige foto door Henri van Berssenbrugge van de vroegere Koepoortbrug. Op de achtergrond het pand Vlamingstraat 107.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Beeld van een krankzinnige vrouw, genaamd De Razernij, die in een dolhuis werd opgesloten. Stond vroeger in het Amsterdamse dolhuis, nu in het rijksmuseum.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

De Taarlingen hadden een grote vierkante plaats in het midden met een “playsante tuin”. Daar konden de patiënten dus wandelen. Schilder Kamerlingh Onnes zag hetzelfde beeld in de tuin van Sint Joris Gasthuis. (Sotheby’s).

 

 
Cornelis Taarling
Cornelis Taarling (1670 - 1700) was de derde zoon uit het huwelijk van zijn ouders. In zijn jonge jaren was hij zeeman en ten tijde van de curatele van zijn vader (1690 - 1693) voer hij enkele keren mee met een vrachtschipper naar Spanje en Portugal. Hij krijgt voor elke reis zo'n honderd gulden in contant geld mee, maar in 1691 blijkt hij, toen zijn schip in Cadiz lag, van zijn kapitein 200 gulden te hebben geleend. Ook heeft hij nog eens 250 gulden via wisselbrieven opgenomen, een som waarvoor zijn kapitein borg stond. Deze bedragen worden eind maart en begin mei door zijn oudste broer betaald en zij wekken de indruk dat Cornelis in Cadiz met overgave de bloemetjes buiten heeft gezet.
Wisselbrieven waren toen wat de creditcard tegenwoordig is: een internationaal aanvaarde manier om in den vreemde geld op te nemen, dat later in het land van herkomst werd afgerekend.
Cornelis neemt zijn beroep serieus, want in 1691 koopt hij voor 22 gulden en 11 stuivers kaarten, pas­sers en een gradenboog om zich te bekwamen, of les te nemen, in het uitzetten van de koers van een schip op een zeekaart. In 1692 vaart hij weer naar het Iberisch schiereiland, want dan tekent hij wissel­brieven in Cadiz en in Lissabon, maar in het jaar daarop stopt hij als varensgezel. Cornelis was in 1693 uitverkoren om zijn vader als eigenaar en beheerder - men zei meestal kastelein - van het verbeterhuis op te volgen, zoals Harmannus in augustus 1693 in zijn testament had bepaald. In maart van dat jaar trouwde hij in Delft met Clasina van der Straaten, net als zijn moeder de dochter van een plateelbakker: Jan Claas van der Straten, eigenaar van De Porceleyne Lampetkan.
 
Huisnaam: De Drie Taarlingen
Na het overlijden van zijn vader nemen Cornelis en zijn vrouw het beheer over van het verbeterhuis. Dat draagt dan inmiddels de naam De Drie Taarlingen, zoals blijkt uit een advertentie in de Opreghte Haerlemsche Courant. Daarin kondigde Cornelis Taerling aan dat hij, na het sterven van zijn vader, het verbeterhuis de drie Tearlingen zal voortzetten. De naam kan verwijzen naar het feit dat in de17de eeuw drie generaties Taarling eigenaar waren geweest van Vlamingstraat 107 en (delen van) het achterliggende terrein.
 

‘Innocente en debaucherende persoonen’
In 1696 adverteert hij opnieuw dat hij eigenaar is van een ‘vermakelijck huys met een schoone wandel­plaets, daerachter een thuyn met hoge muuren en vele fraaye kamers, bequaem om innocente en debaucherende persoonen te logeren; daer en boven wert een wekelijkse godsdienst gepleegt. Innocenten waren zwakzinnigen, ‘debaucheerders’ zijn losbandige geldverkwisters en vermakelijk had toen een andere betekenis dan nu. Bedoeld werd: aantrekkelijk.
Er zijn uit de jaren waarin Cornelis kastelein is, geen bijzondere dingen gevonden, maar begin april 1699 laten hij en zijn vrouw bij hen thuis hun testament opmaken, omdat Cornelis dan sieckelijk te bedde is leggende. Hij overlijdt een jaar later en wordt op 8 april 1700 begraven, nog geen dertig jaar oud.

 
Weduwe Clasina van der Straten
Clasina van der Straten neemt het bedrijf over als kasteleinse en plaatst op 19 mei 1670 een advertentie in De Opreghte Haerlemsche Courant, waarin zij dit aankondigt. Zij prijst haar verbeterhuis aan als “van outs genaemt de 3 Taerlingen by de Koepoort”. De tekst geeft ook aan dat het huis verscheyde kamers en vertrecken omvat, een groote vierkante Plaets in 't midden, playsante Tuyn etc. De naam van het verbeterhuis lijkt nu algemeen in Delft gebruikt te worden.
Eind 1702 besluit zij een tweede huwelijk aan te gaan met Pieter de Neeff, meerderjarige jongman te Delft - hij is dus ouder dan 25 jaar - die afkomstig is uit Ter Veere op Walcheren. Er worden huwe­lijkse voorwaarden opgemaakt die, onder meer, bepalen dat zij eigenaresse van De Drie Taarlingen blijft. Haar tweede man wordt geen kastelein, hoewel hij in sommige stukken wel als zodanig wordt aangeduid. Dit huwelijk duurt iets meer dan twee jaar, want Pieter overlijdt in het voorjaar van 1705. Hij wordt op 23 mei begraven in de Nieuwe Kerk.
 
Clasina wil verkwister trouwen
Ruim een jaar later, op 1 mei 1706, gaat Clasina van der Straten opnieuw in ondertrouw, nu met Mr. Andries van Aerden, dienota bene een geconfineerde is in haar eigen verbeterhuis.
De nieuwe bruidegom was advocaat en zoon van Pieter van Aerden, notaris te 's-Gravenhage en procureur bij het Hof van Holland, het hoog­ste rechtscollege van het gewest. Begin 1705 had vader Pieter aan het Hof van Holland toestemming gevraagd om zijn zoon Andries te laten confineren wegens verkwisting. Den Haag had geen stads­rechten en de Staten van Holland hadden het Hof aangewezen als de instantie die over zo'n verzoek moest beslissen. De toestemming wordt op 19 januari verleend en Andries wordt twee dagen later in De Drie Taarlingen vastgezet.
Hij moet nogal een charmeur zijn geweest, want hij weet de kasteleinse tot een huwelijk te bewegen. Het is vrijwel zeker dat burgemeesters en schepenen van Delft over deze affaire not amused waren, om het voorzichtig te zeggen. Zij realiseerden zich dat onder de raadsleden van het Hof vrijwel altijd juristen zaten die behoorden tot, of relaties hadden met, machtige regenten­families in Holland en Zeeland. Met zulke hoge heren was het, zoals het spreekwoord zegt, kwaad kersen eten.
Ook het Hof van Holland zal weinig gesticht zijn geweest over het voorgenomen huwelijk, temeer om­dat bruid en bruidegom in gemeenschap van goederen wilden trouwen. Dit betekende dat de bruide­gom na zijn huwelijk automatisch kastelein zou worden van het verbeterhuis waar hij was opgesloten. Om dat te voorkomen, gaf het Hof vader Pieter toestemming Andries uit zijn confinement te ontslaan. Daardoor kon hij als vrij man in het huwelijk treden. Desondanks zal er, zowel in 's-Gravenhage als in Delft, onder de leden van de elite uitgebreid zijn gekletst en geroddeld over deze affaire.
 
Geen huwelijk in Delft
De magistraat van Delft wilde laten merken dat dit huwelijk niet hun instemming had en verhinderde dat het in Delft werd voltrokken. De gelieven moesten uitwijken naar Delfshaven, waar zij op zondag 16 mei in de echt werden verbonden. Op 28 mei gaan beiden naar notaris Joannes Fijck om hun testament op te maken. Die heeft geen zin om zijn vingers te branden aan dit contro­versiële paar. Hij vraagt zijn collega Johan van Ruyven, een van de langst zittende Delftse notarissen, om op te treden als een van de twee getuigen. De ontknoping komt enkele weken later, als Clasina van der Straten omstreeks 18 juni overlijdt en op de 21ste in de Nieuwe Kerk wordt begraven. In het begraafboek wordt erbij vemeld: “in de Vlamestraat in Laat Lopen”. Wat die laatste naam of toevoeging betekent is onduidelijk. Hij werd vaker gebruikt in de Delftse begraafboeken.
In de volgende zes weken wordt er in Delft orde op zaken gesteld. Clasina heeft twee minderjarige kinderen uit haar eerste huwelijk nagelaten, maar in het testament is alleen haar derde man aangewe­zen als voogd. Aan Mr. P. Durven, advocaat te Delft, was het recht verleend om samen met Andries van Aerden een tweede voogd aan te wijzen. Dit is een aanwijzing temeer dat niemand uit de bovenlaag van Delft betrokken wilde raken bij dit omstreden huwelijk.
   
Ongebruikelijke regie
De schepenen van Delft, en niet de weescamer, nemen de regie over uit naam van de twee minderja­rige wezen. Dat was ongebruikelijk, want schepenen waren in het algemeen huiverig om de regenten van de weescamer, die vaak hun collega's waren in de magistraat, terzijde te schuiven. Notaris Joannes Fijck wordt aangewezen als medevoogd en hij stelt een inventaris van de boedel op. Die omvat niet alleen de bezittingen van Clasina, maar ook de schulden van haar derde man, als gevolg van de gemeenschap van goederen.
De schepenen constateren dat er meer schulden dan baten zijn en verbie­den de voogden om de erfenis uit naam van de twee kinderen te aanvaarden. De boedel komt daardoor ter beschikking van de schuldeisers. Op 6 augustus 1706 gaan Andries van Aerden en zijn schuldeisers naar het kantoor van notaris Pieter Coel en daar ondertekent hij een akte waarin hij volledig afstand doet van alle rechten op de erfenis van zijn vrouw en die onvoorwaardelijk overdraagt aan zijn credi­teuren.
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Het Hof van Holland moet er aan te pas komen als de bazin/kasteleinse Clasina van der Straten met de bij haar opgesloten patiënt Andries van Aerden wil trouwen.

 
Opnieuw opgesloten
De laatste stap wordt op 20 September gezet, want dan behandelen de Heeren van de Weth het verzoek van vader Pieter van Aerden om zijn zoon opnieuw te mogen confineren, nu in het verbeter­huis van Adriaen Verbrugge aan de Lakengracht (nu Raam) te Delft.
Het verzoek wordt toegestaan.
Het verbeterhuis De Drie Taarlingen wordt op 6 September 1706 publiek geveild in de Stads Doelen te Delft. Nadere inlichtingen kunnen worden ingewonnen bij Mr. Andries van Aerden, woonend int voorszegde huys, of bij Joannes Fijck, notaris tot Delft.
 
Lex Verbraeck † 17 maart 2011  
   
nadere informatie over Vlamingstraat 107  
laatste wijziging 01-04-2011  
   
Vlamingstraat 107, deel 1 De Drie Taarlingen, verbeterhuis voor ‘zwarte schapen’ in de familie
Vlamingstraat 107, deel 2 Zwager van Johannes Vermeer opgesloten in De Drie Taarlingen
Vlamingstraat 107, deel 4 Rijke buurman koopt de Taarlingen