Oude Delft 30
Het huis van de familie Stastok  
   
Het huis Oude Delft 30 is in 1648 samen met het buurhuis gebouwd door de graanhandelaren Adriaen van Schie en Pieter Hoogerwerff. Voordien stonden op deze plek pakhuizen van de achterliggende voormalige brouwerij de Keizerkroon (Zie Koornmarkt 45), die zij afbraken. De nieuw gebouwde huizen verhuurden ze voor honderd gulden per jaar.
Omstreeks 1750 woonde hier de ‘generale brandmeester’ Cornelis van Os samen met zijn vrouw Maria den Boer, een meyd en drie kinderen van 19, 11 en 7 jaar oud. Zij leefden ‘van haar rente’. Maria had het huis als nichtje geërfd van de vorige bewoners, Leendert den Draak en Jannetje van der Swaan
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Oude Delft 30. Gebouwd in 1648.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw vensterKlik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Het boek Camera Obscura en de schrijver Nicolaas Beets. (Foto Goupil & Cie)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Recente luchtfoto. OD 30 is het 4e huis ten zuiden van de Nickersteeg.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

1964. Oude Delft 30 is het rechter huis. Foto Rijksdienst Cultureel Erfgoed.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Een van de latere bewoners was drs. Peter Kempen, rector van het Stanislascollege.

 
Familie Stastok
Spannender zijn echter de bewoners van omstreeks 1830: Cornelis Scholl van Egmond en Johanna de Waal Malefijt en hun zoons Abraham en Michiel. Scholl van Egmond was blind en gepensioneerd rector van de Latijnse School in Gouda. Hij huurde het huis van notaris Jacob Vernée, die zelf op de Wijnhaven woonde. Bekijk het Bevolkingsregister 1825-1829. Een logeerpartij van de jonge student Nicolaas Beets bij deze oom en tante inspireerde de schrijver Hildebrand later tot het verhaal van de familie Stastok in het stadje ‘D’ in zijn bekende Camera Obscura (1871). Neef Pieter (Abraham) liet hem toen ‘waaràtje’ Delft zien en verstoutte zich om met de toekomstige schrijver een pot biljard te spelen in herberg ‘de Noordstar’, vermoedelijk een schuilnaam voor een uitspanning bij de toen nog bestaande Rotterdamse Poort. Ook maakte Hildebrand in Delft kennis met ‘Keesje het diakenhuismannetje’.
 
Blinde schoolmeester
Uiteraard is de Camera Obscura niet bedoeld als een sleutelroman die op alle punten de werkelijkheid probeert te vatten, maar meer een algemene komische zedenschets van het milieu waaruit Beets zelf voortkwam. Het stadje ‘D’ was met opzet min of meer anoniem gehouden om model te staan voor het (klein)burgerlijk leven in een Hollandse provinciestad. Oom Stastok is in het verhaal dan ook niet blind en het is de vraag of de echte oom van Nicolaas Beets zo’n man van de klok was en een afkeer had van stoommachines.
Lees meer over de aankomst in Delft
 
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Kaart Figuratief. Ter hoogte van de rode lijn moet OD 30 zijn. In 1832 is er ten noorden van OD 30 een poortje. Huidige situatie. Huisnummer in de kaart klopt niet.
 
Trapgevel
Met de beschrijving van het huis in het verhaal is het dan ook oppassen. Beets – die het adres niet letterlijk noemt - beschrijft het als een huis met een trapgevel en oude kruiskozijnen in het lood. Op zich is dat niet onmogelijk. Dit huis heeft er ongetwijfeld ooit zo uitgezien, de restanten van de trapgevel zijn zelfs nog in de gevel aanwezig.
Het huis had verder volgens Hildebrand slechts één zijkamer naast de voordeur, met twee schuiframen. Ook dat klopt. Het was een kamer die door tante elke donderdag ‘gedaan werd’ en waar verder nooit iemand mocht komen. De jonge Beets werd bij zijn oom en tante ontvangen in de ‘achterkamer’ waar zij allervriendelijkste, nietszeggende gesprekken voerden. Ook beschrijft het verhaal een ‘tuinkamer’, waar de familie ‘met een kopje thee de avond passeerde’. Wellicht lag die kamer één hoog. Of de bronzen olifant en de pendule met de negerslaaf er ooit hebben gestaan is natuurlijk de vraag.
Veel tuin had het huis overigens niet, want tot 1960 stond hier op het achtererf nog een apart bewoond achterhuis, dat vijftig jaar geleden is afgebroken. De historische vereniging Delfia Batavorum heeft het verhaal over de familie Statok in een losse uitgave gepubliceerd, met een groot aantal tekeningen door Hans Houtzager.
Latere bewoners waren onder meer de familie Prins in de jaren van de Tweede Wereldoorlog en een vroegere rector van het Stanislascollege, drs. Peter Kempen.
 
Kees van der Wiel
 
nadere informatie over Oude Delft 130
laatste wijziging 06-08-2012
 
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Delfia Batavorum publiceerde het verhaal van de familie Stastok met tekeningen van Hans Houtzager. 1945 Het echtpaar Prins-Seijers viert zijn 25-jarig huwelijksfeest.