Oude Delft 197
Een juweel in Rococo NB: Klik op de afbeeeldingen voor een vergroting.
   

Het prominente herenhuis Oude Delft 197 is een van de stadspaleizen die de westzijde van deze oudste gracht van Delft sieren. Het huidige aanzien kwam in de achttiende eeuw tot stand. Achter de gevel gaan in feite meerdere oudere huizen schuil. Er was een groot pand, een  ander veel kleiner, een achterbouw enz. In de loop van de tijd is er door diverse eigenaren steeds aan het huis verbouwd en verfraaid.

De twee bouwdelen langs de straat dateren uit de 16de eeuw. In de eerste jaren van de 17de eeuw heeft Elisabeth wed. De Coninck daarachter twee gebouwen toegevoegd, waarmee de omtrekken van het grote huis waren vast gelegd.
Een volgende eigenaar, François van Santen, schout van Delft, heeft in de eerste helft van die 17de eeuw het geheel in één eigendom samen gebracht. Bovendien heeft hij langs de zuidgrens en langs de straat alles op een hoogte gebracht: twee volledige woonlagen plus zolder; tezamen  vier vleugels gegroepeerd rond een binnenplaats.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Oude Delft 197 staat dicht bij de Oude Kerk. Deze
18e eeuwse prent laat die omgeving zien.


Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Er kwam een lange gang en de voorzaal
werd groter

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
De verdieping in de 18e eeuw. Veranderingen
werden sober gehouden.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Zo zag het huis er vermoedelijk in de 17e eeuw uit.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Het werd een huis met een Rococogevel,
hoog en breed.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
De lange marmeren lang heeft latere veranderingen
overleefd.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Een oude ansicht met de Oude Delft.
Rechts verderop staat OD 197

Glorie
In de overgang naar een volgende eeuw werd de 'beau monde' zich bewust dat een groot huis pas een 'vorstelijke' allure heeft, wanneer de glorie te herkennen valt van de residenties van de franse koningen en andere vorsten. De schoonheid van de Renaissance moest ook in de stedelijke paleisjes van regenten gaan schitteren. Kenmerkend waren hoge en brede voorgevels, met grote en symmetrisch geplaatste raampartijen. Wenselijk was ook een imposante entree, en brede en rijk met marmer belegde gangen die dankzij strakke symmetrie en slim perspectief veel indruk maakten. Als het even kon kwam er ook een imposant trappenhuis met schitterende lichteffecten.
En dat alles rijk gedecoreerd, in het bijzonder met fraai stucwerk. Daarom moest ook dit huis in de loop van de 18de eeuw ingrijpend worden verbouwd, veranderd en verfraaid.

Centraal in het huis kwam er een gang met wit marmer, die over de begane grond recht door loopt tot aan de achtertuin. Door daar het buitenlicht toe te laten, werd een maximale lengte gesuggereerd. Deze doorgang betrok de tuin bij de presentatie van het huis. Om die gang zo ver te kunnen doortrekken, moest wel de grote achterzaal enigermate worden ingekort.
Het gewicht van de moerbalk met de daar op rustende verdieping werd verplaatst naar een nieuwe bouwmuur. Het nog steeds uit stekende einde van de zware balk werd aangepast, om hem achter stucwerk te kunnen verbergen.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Voorbij de Latijnse School linksaf. Een paar huizen verderop is OD 197 (detail Kaart Figuratief) De situatie in 1832, waarbij ook OD 199 tot het bezit hoort. De tuin van OD 197 is niet zeer diep. OD 197 in 2004

Hoofdingang
Deze doorbraak bepaalde vervolgens de plaats van de hoofdingang aan de grachtzijde. Daardoor  kwam aan de noordkant van wat lang geleden een poort was (nu dus gang) juist extra ruimte om de oude voorzaal te vergroten tot een vrijwel vierkante ruimte, gesierd door een rozetvormig stucplafond met engelenfiguren.
Doordat eronder nog altijd nog de kelder is, bleef  in die zaal het vloerniveau iets boven dat van de gang liggen.  De oorspronkelijke moer-en-kinderbalken zijn in het voorgedeelte vervangen door een langere en meer sobere balklaag, die nu schuil gaat achter het stucplafond.

Alle deuren (behalve de laatste, die naar de keuken voert) langs de witte gang zijn symmetrisch geplaatst. Het suggereert een groot aantal vertrekken. Toch is er links, aan de zuidzijde, maar één fraai gedecoreerde voorkamer, vervolgens met twee deurkozijnen de grote staatsietrap, nog een dienstvertrek en tenslotte de opvallend grote keuken. Rechts zijn er twee grote en rijk gedecoreerde zalen, met een sobere tussenkamer voor dienstgebruik, en een deur voor de kelderingang.

Twee toegangen
Op het moment van de grote verbouwing had de kelder onder het voorhuis twee toegangen. Een oorspronkelijke ingang via een luik in de vloer van de voorkamer (sinds lang  buiten gebruik) en een tunneltje met een oploop naar de keuken toe, dat van François van Santen had laten maken. Door de aanleg van een nieuwe gang moest het vervallen. Daarom werd er van uit de gang een nieuwe toegang gemaakt.

De verdieping is geheel overeenkomstig de begane grond ingedeeld, maar uiteraard wel sober gehouden. Door het ontbreken van buitendeuren kwamen voor en achter nog enkele kleine tussenkamers beschikbaar. De vertrekken boven het keukenblok zijn volledig in het huis opgenomen.
Strikt genomen kon daarmee in de keuken het eigen trapje naar de verdieping vervallen. Maar het belang van zulke domestieken-trapjes voor een soepele en geruisloze bediening bleef nog lang bestaan. We nemen wij aan dat de glazen servieskast, die in de keuken de plaats van het oude trapje heeft ingenomen, nog niet bij deze verbouwing maar pas later is gemaakt.

Brede lijstgevel
Boven de verdieping waren overal al grote was- en bergzolders geweest. Maar bij de grote verbouwing werd voor langs de straat de zolder zodanig hoger opgetrokken (en voorzien van ramen), dat het geheel een derde woonlaag ging suggereren.
Er kwam een geheel nieuwe brede lijstgevel, met grote ramen die bezet door vele kleine ruiten extra groot leken. En met de kroonlijst ook nog gesierd door vijf rococo-elementen kwam deze gevel opvallend in het stadsbeeld te staan.

Aan de achterkant, naar de tuin toe, bleven daken en gevels in hoofdzaak ongewijzigd. Ze werden slechts voorzien van nieuwe grote ramen. Met uitzondering van de donkere tussenkamers, en de verdieping die als gebruikelijk eenvoudig werden aangekleed, zijn naast de grote gang ook alle vertrekken rijk gedecoreerd met stucwerk, marmeren schoorstenen, betimmeringen en bespanning. Met uitzondering van het kwetsbare behang en de schouw in de voorkamer is dat alles nog aanwezig. Die schouw moet in de 20ste eeuw verloren zijn gegaan, en is toen in 1960 maar vervangen door een eenvoudige mantel in Louis XV- stijl , afkomstig uit Amsterdam.

Wanneer wij de versiering van OD 197 vergelijken met het stucwerk in vrijwel alle andere Delftse huizen, dan valt de grote verfijning op die samengaat met een zeer bescheiden materiaal gebruik. Zware voluten en banden ontbreken. Geen overdonderende stoerheid, maar de subtiele beschaving die een vrouwenhand doet vermoeden. En een duidelijke toepassing van rococo-elementen.
Toepassing van rococo-ornamenten lijkt destijds maar langzaam tot Delft te zijn doorgedrongen. H.M.van den Berg wijst in Delftse Studiën (1967) erop dat de asymmetrische cartouches in de Oud Katholieke Kerk op het Begijnhof die in 1743 tot stand kwamen, in het Delftse milieu nog als een nieuwigheid gezien moesten worden.
Ons lijkt het verantwoord om de inrichting van ons rococo-stadspaleisje in de tijd te plaatsen kort na 1743, en daarbij wat de eigendom betreft vooral naar een vrouwenhand uit te zien.
En dan stellen wij vast dat die vrouwenhand toebehoorde aan Alida Wilhelmina van de Graaf en dat haar rococo-paleisje met grote zekerheid rond 1743, wellicht zelfs kort daarvoor, gedateerd moet worden.

Nico Roorda van Eysinga
Ontleend aan zijn studie Stadspaleizen aan de Oude Delft

Lees meer: