Oude Delft 193
Hier liepen de hoenders  
   

Na de grote stadsbrand in 1536 kwam het terrein in deze hoek van de stad in handen van  Aelbrecht die grootwerkmaecer (dat is een zilversmid), die het als bouwterrein ging uitbaten. Langs de Schoolstraat werd een nieuwe Latijnse School opgetrokken. En langs de Oude Delft vermeldt het Kohier van de tiende penning in 1543:
Joest die boeckebinder (op nu OD 189);
Aelbrecht die grootwerkmaecer (op nu nr. 195, met 191 en 193 als open erf);
en Meester Lucas huys alsmede Baert Jansdochter in twee huisjes (op nu nr. 197).

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

De stadsbrand in 1536 trof ook deze hoek van de
Oude Delft. Het Laserushuys voor melaatsen lag
een stukje buiten de Haagpoort. De priester, die
god prijst, meent dat de brand een straf is voor de
zondige gelovigen.
(Collectie Erfgoed Delft Gemeentearchief)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Rondom de Oude Kerk is het na de brand helemaal
kaal. (Kaart uit de Rode Van Bleyswijck)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Isaäc van Haastert schilderde omstreeks 1800 de
Oude Delft bij de Oude Kerk. Tweede huis van rechts
is 193. (Collectie Erfgoed Delft Museum Prinsenhof)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Oude Delft 193 in de jaren ’60
(Foto Grachtenboek Henri Ett)

Student H.Niemeijer maakte in de jaren ’50 of ’60 dit schilderij van OD 193. “Sigarenmagazijn” staat er boven de winkelruit. Hij bood het aan de eigenaar te koop aan.

 
Wat van het perceel nog restte is daarna door de kleermaker Mr. Barnard Gerritsz. (op nr. 195) verder tot ontwikkeling gebracht. Nadat hij rond 1600 eigenaar was geworden heeft hij op het zijerf (aan de zuidkant) tegen het reeds bestaande hoekhuis aan nog een huis ( 191) laten bouwen. Het grote achtererf werd in kleine perceeltjes verhuurd aan dagloners die er zelf hun huisjes improviseerden. Bovendien werd er tussen 191 en 195 tenslotte nog een klein huis (193) bij gemaakt door de balken eenvoudig bij de buren in te kassen.
 

Aeffgen Wouters
Het Huizenprotocol --- dat is de gemeentelijke administratie van eigenaren ---  geeft dan vervolgens als eigenaren aan: Dirck Sijmons Steijn cleermaker op nu nr.189; Aeffgen Wouters, weduwe van Simon Vrouwelingh, op nr. 191, 193 en 195 en Franchoys van Santen op nr. 197 (twee huizen). Wij nemen aan dat Aeffgen zelf het kleine huisje op 193 bewoonde. De kampong op het grote achtererf bleef slechts toegankelijk via een heel smal steegje tussen de huisnummers 195 en 197.

 

De zuster van Aeffgen,  Annetge Wouters, een “bejaarde jonge dochter”, die in het Bagijnhof woonde, erfde de drie huizen. Zij gaf op 26 februari 1664 aan de eerste klerk ter secretarie Johannes van de Berch machtiging om namens haar het blok op 7 maart 1664 over te dragen aan de voogden van drie weeskinderen, Eduart, Pieter en Frans. Zij zijn de nakomelingen van wijlen mr. Thomas Darius, chirurgijn en zijn eveneens overleden vrouw Arieaentje Pieters van Beaumont.
Toen Eduart, de oudste, na zijn opleiding, overzee naar Smirna was uitgezonden, besloot hun rentmeester de drie huizen te verkopen. Dat gebeurde met goedkeuring van de weesmeesters op 18 december 1671. Elk huis werd afzonderlijk geveild.

 
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Op de Kaart Figuratief zien we deze hoek van bovenaf. Vanuit de Schoolstraat is 193 het derde huis naar links. Geen verschil tussen de situatie in 1832 en de situatie nu. (Historisch Gis Delft)
 

Tiende penning
Dat de drie huizen OD 191, 193 en 195 zo lang, namelijk tot 1671, bij elkaar zijn gebleven zou wel eens het gevolg kunnen zijn geweest van een gemeenschappelijke bouwgeschiedenis. Die veronderstelling kunnen wij tegenwoordig toetsen en zelfs onderbouwen dank zij de publicatie (in 1999) van 'Het eerste kohier van de tiende penning van Delft (1543)', een belastingregister.
Bij het bestuderen van de geschiedenis van woonhuizen gebruiken wij het Huizenprotocol, dat omstreeks 1645 werd opgezet. Met het Kohier van de tiende penning kwam er nog een overzicht van het huizenbestand, maar dan rond 1543, kort na de grote stadsbrand van 1536. Beide documenten vormen als het ware een rondwandeling door alle straten en langs alle grachten.
Wij wilden ontdekken wat er gebeurd is tussen die ene vermelding in 1543 van Aelbrecht de grootwerkmaecer en de drie vermeldingen in 1645 van Aeffgen Wouters. Ergens tussen 1607-1609 heeft de vermoedelijke bouwheer van OD 193, Barnard Gerritz., het achterland erbij gekocht. Maar ooit moet er één groot perceel geweest zijn, met ter plaatse van 195 één huis of boerderij, waarvan de eigenaar ook Gravenhuur en Hoffshoendergeld, twee oude belastingen, moest afdragen.
De noordelijke grens van dit geheel heeft gelegen langs de scheiding van het naastgelegen perceel Huis Lambert van Meerten, dat in de 16de eeuw deel was van de grote bierbrouwerij het Claverblat.
De zuidelijke grens zal mogelijk langs de Schoolstraat hebben gelegen, want wij mogen veronderstellen dat in een verder verleden ook de grond onder het hoekhuis bij de Schoolstraat en zelfs de ondergrond van de in 1776 gesloopte Latijnse Scholen deel zijn geweest van dat ene grote perceel.

 

Welgestelde dame
Afgezien van Barnardt Gerritz. waren omstreeks 1640 de eerste eigenaren van OD 193 Greytgen en Lysbeth Willemsdr.
Daarna komt Aeffgen Woutersd. Zij moet een zeer wel gestelde dame geweest zijn, gezien het feit dat zij ook haar buurhuizen koopt. Na haar overlijden gaan alle drie die huizen via haar zuster Annetge in 1664 naar de weeskinderen Darius, die ze zeven jaar later lieten veilen.
Het middelste, nr. 193,  werd toen aangekocht door Cornelis Teunis Braber. De opeenvolgende eigenaren daarna zijn Joan Buchon en zijn zuster Maria Bouchon (weduwe van Anthony v.d.Post),  Marcus du Ferro, Daniel van Zeventer, en Johanna Elisabeth Wiegman (weduwe van Jan Vink).

 

Goed te zien
Omstreeks deze tijd schilderde I. van Haastert (1753-1834) het doek van de Oude Delft bij de Oude Kerk, dat zich in de collectie van het Prinsenhofmuseum bevindt. Nr. 193 is goed te zien. Rechts op de voorgrond het smalle poortje tussen OD 195 en 197. Dan de gevel van OD 195, met op de begane grond al een modern groot schuifraam. Voor dergelijke aanpassingen was OD 193 waarschijnlijk te klein. Dat bleef daarom in een originele vorm bewaard als één ruimte, met alleen een spiltrap naar de verdieping. Wel is ten slotte ook hier de pui opengebroken en voorzien van een groot winkelraam.
De weduwe Vink heeft het zo gezien. In de belastingboeken van de Verponding 1810 staat ook zij als eigenaar genoemd, gevolgd door de weduwe van  Jan Steen, Willem Jongeleen  en Johannes van der Stap.

 

Militaire werkplaatsen
Na 1830 komt het Kadaster en wortd dit huis genoteerd als Sectie C, nr. 58 (huis en erf groot 0,5 are), eigenaar Van der Stap, en na hem Willem Ram  sergeant te Delft. Door de hele 19de eeuw heen waren in Delft belangrijke militaire werkplaatsen gevestigd. Ook de volgende eigenaar Johan Leeuwenberg had als oorlogsinvalide werk gevonden in de Artillerie-inrichtingen (thans het Armamentarium aan de Korte Geer). Bovendien begon hij in 1820 aan het tegenover gelegen Achterom een handel in ijzerwaren, het begin van de succesvolle onderneming ijzerhandel Romijn. Leeuwenberg en hij zijn zoon Goverinus Johannes handelden ook ijverig in onroerend goed.
Zij gaven in 1862 aan een andere speculant, de stukadoor Gerrit Kneteman, toestemming om op het toch al bescheiden achtererf van OD 193 nog een torentje van twee verdiepingen te bouwen, ten gerieve van het naastgelegen pand  OD 191. Zo ontstond een situatie die nu onder geen voorwaarde zou worden toegestaan.

 

Tabak en sigaren
In deze periode heeft het huis steeds wisselende bewoners gehad, tot dat zich hier in 1889 Jan Engelen vestigde. Hij begon een handel in tabak en sigaren, en  verhuurde bovendien ook nog wel een kamer. Zo kon hij met steun van zijn consorten Helena Maria Engelen en haar echtgenoot Arie Langen zelf in 1897 het perceel in eigendom verwerven en grondig laten opknappen. Dat resulteerde in een opwaardering door het Kadaster. Waarschijnlijk is toen onder meer de zolder bewoonbaar gemaakt.
Na Engelen houdt Wilhelmus Johannes Bernardus van der List, die op Burgwal 39 woonde, het perceel vele jaren in bezit. In 1951 wordt Johannes Herman Marie Groenewegen, sigarenfabrikant, eigenaar, maar door pech achtervolgd, moet hij het huis openbaar laten veilen. Nu komt er een winkel in tabak, eigendom van de winkelier Leendert van Heusden.  
Hij en later zijn weduwe, hebben hier vele jaren gewoond. Ten slotte werd het perceel in 1968 aangekocht door Jan Gerrit Droog, tekenaar, en zijn vrouw Maria Adriana van Dongen.

 
Nico Roorda van Eysinga  
   
nadere informatie over Oude Delft 193
laatste wijziging 27-02-2010