Nadere informatie over Oude Delft 191

 

Kadasternummer 1832

C 59, sinds 1860 C 1630

Wijk en huisnummer in de 19e eeuw

Wijk 5 no. 9

Verpondingsnummer in de 18e eeuw

4090

Folio Huizenprotocol

folio 866

Oud Huizenprotocol folio 261

 

 

N.P.H.J. Roorda van Eysinga, Stadspaleizen aan de Oude Delft (2001)

(opvolgende) Eigenaren

 

Barnhardt Gerritszn, cleermaecker

 

Aeffgen Wouters, weduwe van Symon Peyterszn Vrouweling

 

Annetge Wouters 'bejaarde jonge dochter' wonende in het Bagijnhof (erfgename van de vorige)

1664

de kinderen van mr.Thomas Darius [gekocht bij waarbrief 4N 292]

1671

Françoise de Lormes, weduwe van Hein Cramerius [4T 120']

 

Martijntge Jacobsd Berge [gekocht bij waarbrief 4X 120]

1692

Jean Bouchon [gekocht bij waarbrief 5H 292]

 

Maria Bouchon, weduwe Anthony v.d. Post [geërfd, not.Boogert 1729]

 

Jan Jacob Schindelaars [bij decreet 5T 199]

1766

Hendrik Fedden [gekocht bij waarbrief 6V 194']

1788

Willem Visser gepens. militair [gekocht bij waarbrief 7G 203]

 

Vervolgens: Het RC Oude Vrouwenhuis

1831

Pieter van Zonsbeek, penningmeester van Delfland [kad. art.1678]

1834

Lambertus Adams [kad. art.2102]

1840

Gerrit Sprenger, schoenmaker [not.Van Staveren, 26.5.1840]

1860

Anton Kneteman, stucadoor [not.Vorstman 1859 akte 91]

 

Vervolgens zijn zoon, Johan Heinrich Kneteman [kad. art.4139]

1906

Theodora Maria van der Heijdt, modiste.

 

Vervolgens Petrus J.Bannenberg [kad. art.12329]

1923 of 1926

verkoop aan Johannes A.B.van Dijk koopman, gehuwd met Maria Louisa de Heselle houdster van een zaak in bontwerken

1956

De Porceleijne Fles

1963

Delfts Modehuis

1974

Gemeente Delft

1983

E.J.G. Schermerhorn

 

Bewoners

1600

Bernard Gerritszoon, kleermaker, en zijn huurders joffrouwe Vesyns, weduwe van Jan Pee, en Capiteyn Missi (haardstedengeld)

1750

Jean en Maria Bouchon, leven van haar rente, met ‘een meijd bij de dag’ (impost)

1840

Gerrit Sprenger, schoenmaker

1857

H. van Trigt, modenaaister [beroepengids 1857]