Oude Delft 189 (hoekhuis, vroeger 187)

Nu Museumhotel

 
   

Het Museumhotel op de hoek van de Oude Delft en de Schoolstraat, nu Oude Delft 189, bestond oorspronkelijk uit drie verschillende huizen, twee op de Oude Delft en een daarachter in de Schoolstraat, voorheen Schoolstraat 12. Het huisnummer in de Schoolstraat is verdwenen. Op de Oude Delft hebben ook de huisnummers 187 en 191 bestaan. Ook die zijn niet meer te vinden.

De twee panden aan de Oude Delft waren in de jaren ’20 van de vorige eeuw samengetrokken in de bonthandel van Maria de Hessele en haar man Johannes van Dijk. In 1963 kwam het derde pand erbij toen de Delftse textielhandelaren Koreneef, van Uffelen van Van Velzen daar samen een ‘Delfts Modehuis’ openden. De benedenverdieping van de verschillende panden werd grondig uitgebroken, zoals dat bij winkels nu eenmaal gebruikelijk schijnt te moeten zijn. De winkel op deze locatie in Delft werd geen groot succes. Na tien jaar werden de panden overgedaan aan de gemeente Delft, die ze op haar beurt verbouwde tot kantoorruimte.
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
   

Gevaarlijk drukwerk
Van deze drie panden heeft het hoekhuis vermoedelijk de oudste geschiedenis. Na de stadsbrand van 1536 deed het in de zestiende eeuw dienst als drukkerij en boekhandel. In 1559 kwam hier de drukker mr. Harmen Schinkel te wonen. Hij had in Leuven gestudeerd en was ondermeester was bij de Latijnse School. Daarnaast kreeg hij ook octrooi om boeken te drukken.
In die hoedanigheid was hij erg actief in het drukken en verspreiden van psalmboeken en geschriften waarin de nieuwe, protestante geloofsleer werd aangeprezen, zeer tot ergernis van de Inquisitie. Die trachtte na de Beeldenstorm van 1566 de onruststokers hard aan te pakken. In 1568 werd Schinkel gearresteerd en na een ‘rigoureus examen’ op 23 juli ‘metten zwaerde geëxecuteerd’ op een schavot op de Markt.
“En soo ist, dat scheepens (rechters) den selven Mr.Harman Gevangen gecondemneert (veroordeeld) hebben, en condemneren hem mits desen geleyt te werden op het Schavot, ghedressert op het Markt-velt deser Stede, ....ende al-daer met den Swaerde gheexecuteert, en alle Sijne ghereprobeerde Boecken verbrant te worden, verclarende voorts alle sijne goeden gheconfuisqueert ende verbeurt tot profijte van de Conincklijke Majesteyt.
Actum den 23 Iuly 1568”. Aldus de letterlijke tekst van het besluit, dat bewaard is gebleven.

Het in beslag genomen drukwerk werd dus publiekelijk verbrand. Schinkel was destijds 32 jaar en liet een jonge vrouw met drie kinderen achter. De weduwe, Anniesgen Bruynsdr, hertrouwde met een andere drukker, Aelbrecht van Leuningen, en zette het bedrijf voort.  De brug tegenover het huis is later de Schinkelbrug genoemd. Van Leuningen werd de drukker van de Staten en het Hof van Holland, in feite dus de Staatsdrukker, en verhuisde uiteindelijk in 1591 naar Den Haag.
Ook de volgende eigenaar was een bouckbinder, Dirck Jochemszoon, die het pand in 1600 bewoonde. Daarna waren in de 17e eeuw onder meer een kleermaker, een schoolmeester en een bakker eigenaar van het pand.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Drukwerk van Harmen Schinkel

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Zelfs in de 18e eeuw werd nog een prent van de executie van Schinkel gemaakt. Hij werd echter niet opgehangen maar met een zwaard geëxecuteerd.

   

Plundering
De naam die het huis heeft gedragen is enigszins verwarrend. In 1600 had het kennelijk geen naam. In 1755 werd het verkocht als “vanouds genaemd La Bastille”, drie jaar later luidde de naam ‘vanouds’ echter “Volle Maan” en in 1787 werd het genoemd “de Coninck van Navarre”. Het pand was sinds 1758 eigendom van de koster van de Oude Kerk, Pieter Kleijn, die het omstreeks 1787 verhuurde aan kabinetwerker (meubelmaker) Joost Vrijdag.
Deze Joost Vrijdag (1758-1828) was een voorman van de patriottenbeweging in Delft, die een eind wilde maken aan de heerschappij van het Oranjehuis en het regentendom. Na een operette-revolutie in het stadhuis kregen de patriotten in 1787 kortstondig het stadsbestuur in handen. Binnen enkele weken echter werden ze, ondanks oponthoud bij Goejanverwellesluis, door het Pruisische leger verjaagd. Oranje-gepeupel uit Den Haag trok daarop naar Delft om een bijltjesdag te houden en bij bekende patriotten de boel kort en klein te slaan. De winkel van Vrijdag was één van de objecten waarop zij zich uitleefden.

Vrijdag vluchtte naar Duinkereken en kwam in 1795 met het Franse leger terug, waarna hij hier een baantje kreeg bij het ‘comité des vivres’, als bevoorrader van de troepen.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Het huis op de hoek Oude Delft en de Schoolstraat, vlakbij het kerkhof van de Oude Kerk

   

Avontuurlijke vlucht
Tussen 1815 en 1825 woonde in het huis Justus Gerard Swaving, docent aan de Artillerie- en Genieschool. Hij had tot dan toe een avontuurlijk leven geleid als marine-officier, waarin hij meerdere schipbreuken overleefde en enige tijd als planter in West-Indië zijn brood verdiende. Via Baltimore in de Verenigde Staten keerde hij terug naar Europa. In 1812 monsterde hij aan bij de Garde d’honneur van Napoleon om daaruit vervolgens te deserteren.
In 1825 werd hij verdacht van fraude bij de administratie van militaire kleding en in zijn huis op de hoek van de Schoolstraat onder huisarrest geplaatst. Hij wist echter de schildwacht te misleiden door in kleren van zijn vrouw uit huis te ontsnappen en via Frankrijk en Engeland naar Kaap de Goede Hoop te vluchten. Daar kreeg hij een baantje bij het Hof van Justitie en begon een succesvolle reeks boeken over zijn avonturen te schrijven.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Officier Justus Gerard Swaving ging er in vrouwenkleren vandoor

   

Koffie, thee, tabak en modes
In 1853 werd het hoekpand een winkel in koloniale waren van mej. De Groot. Blijkens de gevelreclame op een oude lithografie verkocht ze daar koffie, thee en tabak. In 1884 was hier de winkel van mej. M.H. Veldhoven gevestigd. Omstreeks 1890 woonde, wellicht boven de winkel, de gepensioneerd kolonel C.G. Cox er. En vanaf 1890 was er een winkel in ‘modes’ van de gezusters Kneteman.
In 1910 kwam de zaak van bakker A. Koomen uit Haarlem, die in de hoge kelderruimte zijn oven had. De winkel droeg toen nog het nummer Oude Delft 187. In de jaren ’20 van de vorige eeuw werd het pand een geheel met de bontwinkel van Maria de Hessele ernaast, waarvan het onder- en bovenhuis destijds nog de nummers 189 en 191 droegen.

In 1956 werden deze panden en het pand in de Schoolstraat daarachter aangekocht door aardewerkfabriek “De Porceleyne Fles”. Deze had het plan in het complex een aardewerkwinkel te vestigen tussen de toeristische trekpleisters Museum Het Prinsenhof en Museum Huis Lambert van Meerten. Dat plan is echter nooit gerealiseerd. In 1963 werden de panden, zoals eerder vermeld, omgetoverd in een ‘Delfts Modehuis’.
Van 1972 tot 1982 was het de moderne vleugel van het Prinsenhof Museum, met als naam De Volle Maan, en was er ook nog een gemeentelijk kantoor gehuisvest. In 1983 is het complex aangekocht door E.J.G. Schermerhorn, die er het Museumhotel van maakte.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Een prent ten tijde van de tabakswinkel

Oude Delft 189 als Delfts Modehuis

 

Nico Roorda van Eysinga

 
nadere informatie over Oude Delft 189