Oude Delft 180, hoek Baljuwsteeg
Hier woonde baljuw Aelbrecht Storm van Wena  
   
Oude Delft 180 is een van de stadspaleizen op de Oude Delft, op de (noordelijke) hoek met de Baljuwsteeg. Dit smalle straatje wordt in de tweede helft van de veertiende eeuw voor het eerst genoemd, maar onder een andere naam, Jan Ruters Steghe. Baljuwsteeg werd het pas toen een bewoner van het hoekpand baljuw en dijkgraaf van hoogheemraadschap Delfland werd. Over hoe het woord baljuw moest worden geschreven hadden kaartmakers en schrijvers in het verleden zo hun eigen ideeën. Op de Kaart Figuratief wordt het geschreven als “Baillu”. Op de kaart van Blaeu komt het voor als “Biljouw”, en verder komen ook voor “Baillou” en  “Baljouw”. Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Zes vensterasssen breed

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Het grote pand linksonder is Oude Delft 180. Aan de achterzijde een brede tuin.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Herinnering aan de jaren ’60.
(Coll. Erfgoed Delft, archief)

 
Op het moment dat de eerste Kadasterkaart voor Delft werd gemaakt (omstreeks 1832, de opmetingen werden een paar jaar eerder gedaan) was Oude Delft 180 onderdeel van een heel groot perceel dat van de Oude Delft tot aan de Voorstraat liep. Aan de kant van de Voorstraat was er toen helemaal geen bebouwing. In het Delftse deel van de Kadastrale Atlas voor Zuid-Holland wordt het geheel simpel omschreven als’huis en erf’, eigendom van Dirk Apon. Deze Apon mocht omstreeks 1832 veertien percelen grond en tien huizen tot zijn eigendom rekenen.
 
Op de monumentensite van de gemeente Delft wordt als oudste bouwperiode voor dit pand 1500 tot 1600 genoemd. Het wordt beschreven als een laat-middeleeuws huis met een parterre en een verdieping en twee evenwijdige dwarse schilddaken. De gevel telt zes vensterassen. De rechter hoek heeft een versiering met blokken in Obertangersteen.
 
De voorgevel wordt bestempeld als “eenvoudig” en dateert uit de achttiende eeuw. De deur heeft een omlijsting met pilasters en hoofdgestel. Er is een stoep met hardstenen palen en hekken. In de (noordelijke) linkerzijgevel zitten muurankers uit de XVIe eeuw. In de rechterzijgevel zijn er twee uitgebouwde rookkanalen. Eentje is bijzonder, omdat het op een bepaald punt naar buiten komt, en een stuk hoger weer de gevel in gaat. De negentiende eeuwse achtergevel is opgebouwd met  IJsselstenen.
 
Twee percelen
Wij zien de Oude Delft 180 nu als één geheel, maar in werkelijkheid staat het pand op twee percelen (180 en 180a) met bijbehorende kadasternummers. Op deze twee percelen hebben in het verleden veel meer (kleinere) gebouwen gestaan. Tussen 1548 en 1832 stonden zes huizen op het rechterperceel (180). Over het linkerperceel (180a) is minder bekend. Beide percelen vallen inmiddels onder huisnummer 180.
Volgens de bestaande plattegrond is het huidige gebouw ontstaan uit een samenvoeging van minimaal drie kleinere panden. Uit een kaart uit 1667 valt af te leiden dat destijds reeds twee panden waren samengevoegd. Daar zit de rechterkant van het huidige pand al in verwerkt. De oorspronkelijke oudbouw gaat terug tot de 16e en 17e eeuw. De aanbouw aan de achterzijde van het pand is van latere datum.
   
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Op de hoek met de Baljuwsteeg. Achter het huis staan in de steeg vele kleinere huizen. Die zijn er  nu niet meer. Een groot perceel tussen Oude Delft en Voorstraat. Het pand lijkt een geheel maar heeft twee kadasternummers. Ook op de ingekleurde kaart van Braun en Hogenberg
(1580) is de Baljuwsteeg duidelijk herkenbaar.
   
Het huidige pand valt onder beschermd stadsgezicht van de Monumentenwet. Tevens is het aangewezen als beschermd Rijksmonument in het kader van de Monumentenwet 1988. Dit is van toepassing op de voor- en achtergevel en de benedenverdieping (met uitzondering van de aanbouw). Op de benedenverdieping, aan de voorkant, vinden we o.a. de grote vergaderzaal, die bekend staat als een Lodewijk XVI stijlkamer en een kamer, die is ‘aangekleed’ in de stijl van Lodewijk XIV. Beide kamers zijn in 2009 opgeknapt. In de beide stijlkamers bevinden zich deurstukken (panelen met olieverf beschilderd) uit de 17e of 18e eeuw. Deze zijn tussen maart 1999 en maart 2000 geheel gerestaureerd. Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

De Baljuwsteeg in 1979 gefotogtafeerd vanaf de Voorstraat naar het westen. (foto Erfgoed Delft Gemeentearchief)

 
Drie namen voor de steeg
Voor het gedeelte Oude Delft 180, de rechterkant van het gebouw, zijn veel gegevens bekend. Omstreeks 1372 komen we voor het eerst de naam Jan Ruter tegen. Wat wij nu kennen als de Baljuwsteeg, heette toen Jan Ruter Steghe. Hij woonde op de hoek met de Oude Delft, (hoogstwaarschijnlijk op ons huidige perceel) en bezat land aan deze steeg.
In de tweede helft van de 15e eeuw woonde Willem Gerritsz Storm van Wena met zijn vrouw Maria Vrancken van der Meer op wat nu onze kavel is. Willem Gerritsz Storm van Wena was omstreeks 1450 tresorier (schatbewaarder, penningmeester) van beroep. In de jaren 1452-1453 was hij schepen en daarna schout (burgermeester) van Delft. De Jan Ruter Steghe werd toen de Stormsteeg genoemd, naar hem of een nakomeling van hem.
Later kwam Aelbrecht Storm van Wena in dit huis te wonen. Hij werd in 1592 baljuw en dijkgraaf van Delfland, functies die hij tot zijn dood in 1629 heeft uitgeoefend. Toen zou ook de Stormsteeg gewijzigd zijn in de Baljuwsteeg, met de aantekening ‘vermits de Heer Storm van Wena, hier op den hoek woonende, Baillu van Delfflandt wierd’.
   
In latere eeuwen vinden we op dit terrein (wellicht ook in de kleinere huizen, die er stonden) mensen met uiteenlopende beroepen, zoals Cornelis Willmsz de stoeldraaier, Vincenten de schoenmaker, Jan Vranckenzn, kuiper, Aäron Claes de goudsmid,  vier generaties van de familie Van der Doe, een plateelbakker, die Pieter Schotte heet, Jacon van Wena, steenhouwer, en een doctor, Roelandus Stormius. En verder vele namen, waarbij op www.historischgis/delft.nl  geen beroep wordt vermeld. Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Het opmerkelijke rookkanaal in de zijgevel.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Een imposante voordeur met een mooi bovenlicht.

 
Eind negentiende eeuw
We maken een sprong in de tijd. Van 1888 tot 1902 heeft mevrouw Christina Maria van Swaaij-Althoff (1828-†19-05-1902), weduwe van Joannes van Swaaij, hier alleen gewoond. Hierna is het huis overgenomen door Willem Hendrik Leonard Janssen van Raaij, die hier tussen 1903 en 1932 heeft gewoond. Hij was leraar en vervolgens hoogleraar aan de Polytechnische School (later Technische Hogeschool/TU Delft) in de ‘zuivere en toegepaste wiskunde en mechanica’. Hij was tevens gemeenteraadslid (tussen 1907-1915), voorzitter van het bestuur der gemeentelijke Arbeidsbeurs, van het departement Delft van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen en van de afdeling Delft der ‘Maatschappij van Weldadigheid’.
Tussen 1933 en 1960 is het rechterpand (nu gang/vergaderzaal/trap en kamers eerste verdieping weerszijden) bewoond door notaris Richard Johan Montijn (1888-1959) en zijn gezin. In 1934 heeft hij het pand gedeeltelijk vernieuwd.
Tussen 1960 en 1963 was het gebouw eigendom van NV Bureau voor het samenstellen van Bouwprogramma’s, Den Haag. Dit kantoor heeft hier tot omstreeks 1979 gezeten, wellicht als huurder. Later is het overgegaan of overgenomen door architectenbureau BRC, huurder tot 1981.
 
De linkerkant, 180a
Zoals eerder aangegeven, zijn voor het perceel Oude Delft 180a, de linkerkant van het gebouw, veel minder gegevens bekend. Wat wel terug te vinden was, is dat van 1810 tot zeker 1832 de heer Dirk Apon een logement voerde en hoogstwaarschijnlijk ook bewoner was van het pand. Dan ontstaat er een gat en pas in 1910-1918 vinden we terug dat hier de weduwe van Jacobus Elzinus Kouwenhoven (koopman, †1908) heeft gewoond.
Van 1924 tot waarschijnlijk 1929 komen diverse namen voor. Het is niet duidelijk hoe nummer 180a verdeeld was. Maar de hieronder genoemde personen hebben er gewoond:
Ir. Arie Pieter van der Meer, directeur van een BV en Hendrik Gerard Wolfert, arts. Van 1924-1929 was hotelhouder (op de Koornmarkt) Hendrik Nijhof eigenaar van het pand. Hij heeft het door veiling in handen gekregen. Niet duidelijk of het een gedeelte van het pand was of in zijn geheel. Van 1929-1960 was er hier een kapper gevestigd, Gerrit Kiela, (1876-† 28-2-1945). Hij woonde er met zijn vrouw Johanna Wilhelmina Gerardina Kiela-Siegel. Vanaf 1960 was de linkerkant samengevoegd met de rechterkant.
 
Sinds 1981 is CE Delft op het adres Oude Delft 180 gehuisvest. Aanvankelijke als huurder en sinds 1997 als eigenaar. CE Delft is een onafhankelijk onderzoeks- en adviesbureau, gespecialiseerd in het ontwikkelen van innovatieve oplossingen van milieuvraagstukken. Meer informatie: http://www.ce.nl/
 
Onderzoek: Giselle Ras en Hannie van de Ploeg, medewerkers van CE Delft.  
   
nadere informatie over Oude Delft 180, hoek Baljuwsteeg  
laatste wijziging 03-10-2010