| Oude Delft 155 | |
Kostschool, magistraten, apothekers en een prins |
|
De voorgevel van het huis Oude Delft 155 dateert uit de negentiende eeuw. Het voorhuis achter de gevel is veel ouder. Erachter ligt een binnenplaats met een glazen dak en dan komt een achterhuis. Tussen beide huizen is een verbindingsgang, zowel op de begane grond als op de verdiepingen. De balklaag van de vloer op de eerste verdieping in het voorhuis is vermoedelijk aangebracht tijdens het herstel kort na de stadsbrand van 1536. De linker scheidsmuur met het pand Oude Delft 153 bestaat uit 15e eeuws metselwerk. Die muur heeft de stadsbrand kennelijk overleefd. Bij een restauratie in 1997 kwamen in deze muur sporen te voorschijn van een schuin afdak, dat mogelijk als tijdelijk nooddak gefungeerd heeft in de periode na de brand. |
Oude Delft 155, een van de panden aan |
Hieronymusklooster In 1559 stichtte Adriaen Agrippa hier een kostschool. Van de rector van het klooster kreeg hij toestemming om achter in zijn huis een uitgang te maken naar de plaats naast de kapel achter de kloosterpanden Oude Delft 157 en 159. Hij mocht het kloostererf dus als schoolplein gebruiken. Zijn eigen huis had geen achtererf, maar grensde met het achterhuis direct aan de kapel. Later in de zestiende eeuw werd het pand vermoedelijk bewoond door diverse lakenkopers. In 1594 gevolgd door een korenkoper, Cornelis Govertszoon van Leijden en zijn ‘jonckwijff” Marijtgen Willemsdr.. |
|
Regentenfamilies In 1731 verkochten de erfgenamen van deze Cornelis Groenewegen van der Made het huis aan de buren van Oude Delft 157. Ook dat was overigens weer een Van Bleijswijck (arts/ regent Abraham), maar die naam kwam vaak voor in de regentenkringen van Delft. |
De buren lopen uit voor de begrafenis van prof. Elias,
|
Apothekerswinkel |
|
Punsch en slemp In 1861 deed mevrouw Paling haar apotheek over aan Arnold Lodewijk Oversluijs, die overigens volgens het adresboek van 1857 op dat monent reeds in het pand Oude Delft 153 woonde, en daar ook een kamer verhuurde aan de student V.A.L. van Lawick. In het pand nummer 155 woonde destijds J.H. Moorrees, een gepensioneerd majoor van het Oost-Indische Leger. |
Het interieur en de voorzijde van de apotheek eind |
Een nieuwe apotheek Na zijn dood in 1893 zette zijn weduwe, Maria Veth, moeder van acht kinderen, de apotheek voort tot in 1900 haar zoon, eveneens Arnold Oversluijs geheten, na zijn apothekersstudie, de zaak kon overnemen. Later zou diens dochter Louise de familie-apotheek voortzetten tot in de jaren ’60 van de vorige eeuw. Het belendende perceel Oude Delft 153 werd in 1905 door de familie verkocht, met het beding dat hier de eerste dertig jaar geen apotheek mocht worden gevestigd. |
|
Prinselijk onderkomen Henk Verbruggen
|
Prins Johan Friso woonde er op kamers en trouwde |
| nadere informatie over Oude Delft 155 | |