Fonds voor wezen
Zij is twee keer getrouwd geweest. Op 19-jarige leeftijd ( in 1681) huwde zij Dirck van Hoogeveen, veertigraad van de stad Leijden. Hij overleed twee jaar later. Kort daarna trouwde ze opnieuw, met Frederik Adriaan, Baron van Reede, Vrijheer van Renswoude. Het paar kreeg een dochter, die slechts 14 maanden oud werd.
De baron van Reede was lid van de Ridderschap van Utrecht en afgevaardigde naar de Staten-Generaal. Tot 1730 woonde het echtpaar in Den Haag. Maria hield van het Haagse societyleven. Maar zij was niet de gemakkelijkste, ook niet voor haar man, zoals Huijgens opmerkte: “dikwijls begon ze te querellen eer hij se ter deegh gekust had”. Ze was ook bevriend met Anthonie van Leeuwenhoek.
Vanaf 1730 woonde ze in Utrecht. Toen zij in 1754 stierf, bestemde zij 1,5 miljoen toenmalige guldens voor een fonds voor ‘onbemiddelde, bekwame en verstandige wezen’ in Den Haag, Delft en Utrecht. Dit fonds moest speciale opleidingsinstituten oprichten om hen kennis bij te brengen en ze zo een kans te geven in de maatschappij. In Delft werd hiervoor in 1759 een fraai pand gebouwd, de Fundatie van de Vrijvrouwe van Renswoude, dat onderdak bood aan leerlingen die onderwijs en kost en inwoning verkregen. (Zie ook Oude Delft 49.)
Waarschijnlijk heeft Maria alleen als kind op Oude Delft 151 gewoond. In 1674 was Jacob Jacobszoon Thierens bewoner van het pand. Hij was ontvanger der gemeene middelen over Delft en Delfland en overleed in 1708. Daarna kwam mr. Caspar Casparsz van Kinschot in het pand, dat overigens nog eigendom was van Maria. Van Kinschot was gecommitteerde in de Hollandse Rekenkamer en Hoofdingeland van Delfland. In 1749 treffen we de zusters Magdalena en Maria Conjart op dit adres. Zij hielden er een Franse kostschool. In dat jaar verkocht Maria Duyst het huis aan Maria van der Elst. |