Oude Delft 151

Het huis van Maria Duyst werd discotheek

 
   

Dit pand heeft een bijzondere geschiedenis. Het wordt in het begin van de 17de eeuw eigendom van het voorname geslacht Duyst van Voorhout, tot het midden van de 18de eeuw. Het behoudt zijn status wanneer het daarna wordt bewoond door achtereenvolgens een dominee en een chirurgijn. Maar daarna begint de ‘aftakeling’. Van café-restaurant ‘Le Bourdon’,  wordt het een kroeg, ‘de Bourdon’,  en ten slotte een discotheek. Aan het einde van de jaren `80 van de 20ste eeuw is het pand zo verloederd dat afbraak dreigt. De buren en bewoners van de Oude Delft snakken naar minder overlast. Gelukkig werd het weer een woonhuis en hebben de huidige bewoners het pand weer zoveel mogelijk in de oude glorie hersteld

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
 

Zestiende-eeuwse moerbinten
Ook dit pand ligt in het gebied dat vroeger deel uit maakte van het Sint Hieronymusklooster, dat lag achter de bebouwing aan de Oude Delft tussen de poortjes ter hoogte van Oude Delft 147 en Oude Delft 161. Na de grote stadsbrand van 1536 heeft het klooster een gedeelte van de panden wegens geldgebrek niet kunnen herbouwen en de afgebrande percelen aan particulieren verkocht. Dat gold ook voor dit pand. Uit belastingregisters van 1543, 1553 en 1561 kunnen we concluderen dat op de plek van het huidige Oude Delft 151 tot 1557 ene Fransz Tromper woonde.
In het voorhuis van het huidige pand zijn nog steeds een viertal oude moerbinten te vinden die moeten dateren uit de zestiende eeuw. Er is een voorhuis en een achterhuis, gescheiden door een plaats. Aan de zuidzijde van het pand loopt een steeg of brandgang.
In 1557 verkocht Tromper het pand aan Simon Louwerszoon. Diens weduwe moet het huis vier jaar later weer verkopen, maar kan er als huurster blijven wonen. In 1600 werd het bewoond door wijkmeester Cornelis Jan Lucaszoon, die tevens eigenaar was. Het telde toen vijf stookplaatsen.

   

Rijk weeskind Maria Duyst van Voorhout
In 1611 kwam het in handen van Pieter Duyst van Voorhout. De familie Duyst van Voorhout was een voornaam patriciërsgeslacht dat in de loop der eeuwen in Delft tal van regentenfuncties heeft vervuld. Pieter zelf was commissaris huwelijkse zaken, secretaris van de Weeskamer en vader van het Meisjeshuis. Hij overleed in 1657 en vererfde het huis aan zijn broer Johan Duyst van Voorhout.
Johan was maar liefst acht keer burgemeester, de laatste keer in 1652. Hij was toen hij 70 jaar oud. In 1637 en 1643 werd hij ook Gecommitteerde van de Hoog Mogende Heeren der Staten-Generaal. Toen hij in 1660 overleed, kwam het huis in handen van het familielid mr. Hendrick Janszoon. Ook deze Hendrick was een belangrijk magistraat in Delft. Hij was onder meer schepen in 1672 en burgemeester in 1674. Zijn vrouw Cornelia Doublet was de dochter van George Rataller Doublet, lid van de Hoge Raad en bevriend met Constantijn Huijgens. Zij stierf in 1665.
De twee nog levende dochters van het gezin bleven als wees achter toen ook hun vader in 1674 overleed. In 1684 stierf een van deze zusjes en bleef de in 1662 geboren Maria Duyst van Voorhout, 22 jaar,  als enig erfgename achter. Zij zou zich ontpoppen als een grote weldoenster voor het lot van de slimme talentrijke wezen die het moesten stellen zonder familiekapitaal. Zij had dat in ruime mate. Op 92-jarige leeftijd zou zij puissant rijk en zonder nageslacht overlijden.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Portret van Maria Duyst. Zij werd bekend door
de Fundaties, die weesjongens opleidden.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Oude Delft op de Kaart Figuratief. Ook OD 151 zal
ooit een trapgevel hebben gehad. Het zal het
tweede huis links van het rechter poortje zijn.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Het klooster Sint Hieronymusdal aan de Oude Delft
op een kaart van Braun en Hoogenberg, 16e eeuw.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Oude Delft 151 rond 1900

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Foto uit de jaren ’60, toen café De Bourdon er zat.

 

Fonds voor wezen
Zij is twee keer getrouwd geweest. Op 19-jarige leeftijd ( in 1681) huwde zij Dirck van Hoogeveen, veertigraad van de stad Leijden. Hij overleed twee jaar later. Kort daarna trouwde ze opnieuw, met Frederik Adriaan, Baron van Reede, Vrijheer van Renswoude. Het paar kreeg een dochter, die slechts 14 maanden oud werd.
De baron van Reede was lid van de Ridderschap van Utrecht en afgevaardigde naar de Staten-Generaal. Tot 1730 woonde het echtpaar in Den Haag. Maria hield van het Haagse societyleven. Maar zij was niet de gemakkelijkste, ook niet voor haar man, zoals Huijgens opmerkte: “dikwijls begon ze te querellen eer hij se ter deegh gekust had”. Ze was ook bevriend met Anthonie van Leeuwenhoek.
Vanaf 1730 woonde ze in Utrecht. Toen zij in 1754 stierf, bestemde zij 1,5 miljoen toenmalige guldens voor een fonds voor ‘onbemiddelde, bekwame en verstandige wezen’ in Den Haag, Delft en Utrecht. Dit fonds moest speciale opleidingsinstituten oprichten om hen kennis bij te brengen en ze zo een kans te geven in de maatschappij. In Delft werd hiervoor in 1759 een fraai pand gebouwd, de Fundatie van de Vrijvrouwe van Renswoude, dat onderdak bood aan leerlingen die onderwijs en kost en inwoning verkregen. (Zie ook Oude Delft 49.)
Waarschijnlijk heeft Maria alleen als kind op Oude Delft 151 gewoond. In 1674 was Jacob Jacobszoon Thierens bewoner van het pand. Hij was ontvanger der gemeene middelen over Delft en Delfland en overleed in 1708. Daarna kwam mr. Caspar Casparsz van Kinschot in het pand, dat overigens nog eigendom was van Maria. Van Kinschot was gecommitteerde in de Hollandse Rekenkamer en Hoofdingeland van Delfland. In 1749 treffen we de zusters Magdalena en Maria Conjart op dit adres. Zij hielden er een Franse kostschool. In dat jaar verkocht Maria Duyst het huis aan Maria van der Elst.

 

Empire-restyling
De nieuwe eigenaresse woonde, net als Maria Duyst, in het Utrechtse Renswoude. Haar man was daar dominee, en niet van plan om naar Delft te verhuizen. In 1755 verkochten de echtelieden het huis voor 4000 gulden aan collega-predikant Jean Louis Maizonnet, van de Franse Gemeente (Waalse kerk). Ruim zeventig jaar lang zou het in bezit van de familie Maizonnet blijven. In deze periode is het ingrijpend verbouwd en grotendeels aangepast in Empire stijl. De steeg naast het huis is in het pand opgenomen en tot een lange gang verbouwd. De patio er achter is later ook bij het pand getrokken, waardoor het een diepte van meer dan 30 meter heeft gekregen.
In de negentiende eeuw werd het huis bewoond door notaris Hendrik van Duyl en daarna door de chirurgijn en gemeenteraadslid Abraham Antonie Küller. Hij was van Duitse afkomst. Bij zijn overlijden in 1899 liet hij het huis na aan zijn zoon Abraham, die gemeenteontvanger van Delft was en op Oude Delft 117, naast de Kloksteeg woonde. Nummer 151 was op dat moment verhuurd aan notaris Eelman.
In 1902 werd het voor 8200 gulden verkocht aan de koopman Joseph Dobbelman, die er ging wonen. Rond deze tijd werd de voorgevel aangepast en het achterhuis van een verdieping voorzien.
In 1924 werd Albert van Tricht de nieuwe eigenaar en bewoner. De eigenaren na hem hadden het pand alleen voor de verhuur.

 

Teloorgang en wederopstanding
Na de oorlog werd er een café-restaurant gevestigd: ‘le Bourdon, vervolgens een kroeg ‘de Bourdon’ en tenslotte, in 1975, een discotheek. De twee ramen in de benedenverdieping werden daarbij vervangen door een ‘grote etalageruit. Bij deze laatste bestemming zijn alle scheidingswanden verwijderd en werd de binnenplaats volledig volgebouwd.
Het uitgewoonde en verloederde pand kwam in de tachtiger jaren in handen van de huidige bewoners, die na een grondige restauratie en verbouwing het huis weer het cachet hebben gegeven dat past op deze chique locatie in het hart van de Oude Delft.

 

Henk Verbruggen