Oude Delft 143

De Nieuwe Eenhoorn, een nieuwe naam

 
   

Dit huis werd in 1727 gekocht door Judith van Eenhoorn, weduwe van Adriaen Cokx. De huidige eigenaar vond het wel aardig het huis naar haar te vernoemen. Historisch is het niet onder deze naam bekend. Ook niet onder een andere huisnaam, hetgeen kennelijk toch als een gemis werd ervaren.

Dit huis, of althans zijn oudste resten, zijn gebouwd in 1624 op een tot dan toe nog onbebouwd stuk grond, dat vermoedelijk behoorde bij het erf van het buurhuis Oude Delft 145 of het regentenkasteel Oude Delft 141. Degenen die voor de bouw tekenden waren de stadsbureaucraten pensionaris Gilles de Glarges en Adriaen Groenlandt, secretaris van de Weeskamer. Mogelijk heeft hier voor de stadsbrand van 1536 al een huis gestaan en is het erf bijna een eeuwlang onbebouwd gebleven ten gerieve van de buren. Het kan ook zijn dat het erf behoorde tot de bezittingen van het Hieronymusklooster, al is dat niet zo waarschijnlijk. Het perceel ligt recht tegenover de Nieuwstraat. Er is een mooi uitzicht op het achttiende eeuwse Meisjeshuis – beetje naar rechts aan de overkant --  en de kapel, die er vroeger bij hoorde.
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Oude Delft 143 kijkt uit in de Nieuwstraat. Een foto
uit 1926 gemaakt door Henri Berssenbrugge.
(Collectie Gemeentearchief)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Verbouwing bij de buren op 139-141. Links is
een stukje achterkant van 143 te zien.
(Foto Gemeentearchief)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Oude Delft 143 hoort nog net bij dit stukje Oude
Delft. Gefotografeerd in 2002 voorafgaand aan de
bijzetting van Prins Claus in de Nieuwe Kerk en
daarom zonder auto’s. (Collectie Gemeentearchief)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Overlijdensadvertentie in Het Vaderland
voor de weduwe Kethel in 1932.

 

Familie met geld
De eerste eigenaren verkochten het nieuwe huis in 1639 aan Elisabeth van Beest, weduwe van Adriaen van der Wall. Het blijft halverwege de 17e eeuw 45 jaar lang in bezit van de familie van der Wall(e). Die familie zat er warmpjes bij, want bij de vermogensheffing voor het familiegeld van 1674 werden ze getaxeerd op een vermogen van 128.000 gulden. Niettemin woonden ze hier wel, in een redelijk bescheiden huis, maar op een toplocatie in het Delft van de Gouden Eeuw.Nadat mr. Adriaen van der Wal, waarschijnlijk de zoon van de eerst genoemde Adriaen, in 1684 kwam te overlijden, verkochten de erfgenamen het pand voor  4200 gulden aan ene Quirinus Franciscus van der Hoogh. Na zijn dood in 1702 werd Johanna van Schoonhoven de eigenaresse. Zij, op haar beurt, werd degene die het huis verkocht aan de weduwe Judith van Eenhoorn, die nu met haar naam aan het pand verbonden is. Judith was in 1669 getrouwd met Adriaan Cokx, eigenaar van de plateelbakkerij “De Griekse A”, één van Delfts beroemde plateelbakkerijen. Judith overlijdt in 1738.

 
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Situatie in 1832, het pand zonder tuin. Situatie nu, hetzelfde als in 1832. Detail Kaart Figuratief. Oude Delft 143 tegenover de Nieuwstraat met drie bomen in de tuin.
 
Burenbezit
De erfgenamen van Judith verkochten in 1739 het pand voor 4650 gulden aan de buurman, de regent mr. Jan van der Burch, bewoner van het regentenpaleis Oude Delft 141. In 1750 verhuurde hij dit huis aan de rentenierster Johanna van Lokhorst, die er met haar meid woonde.
De gehele achttiende eeuw blijft het huis verder van deze huisbazen uit de familie Van der Burch, die het verhuren. In 1807 komt het in handen van de nieuwe buurman Paulus Soek, die alleen belangstelling had voor de tuin van het huis. Hij verkocht het huis, zonder tuin, voor 1600 gulden aan Anthony van der Kemp. Na hem werd apotheker Gerard van Kuijk, die in Oude Delft 153 woonde, de eigenaar. Zijn vrouw Neeltje Anthonia van der Kemp had het huis geërfd van haar vader.
 
Carrousel van huisbazen
Het pand blijft een handelsobject van huisbazen. In 1824 verkoopt de apotheker het aan koperslager Willem van der Polder. Deze Van der Polder was blijkens het nieuwe kadaster, dat in 1832 in werking trad, een huisjesmelker met vele woningen in Delft.
In 1837 verkochten zijn erfgenamen het huis aan Adriana Engelbregt, weduwe van Pieter Houtman voor 2400 gulden. Het was toen verhuurd aan Petrus van Hulstein, voor 250 gulden per jaar.
Na de familie Houtman gaat het huis over naar uitbaatster Jonkvrouwe Henriette Musquetier. Wanneer Henriette in 1869 overlijdt, wordt het pand in 1870 geveild en uiteindelijk gekocht voor 5150 gulden door de fabrikant Frederik Willem Braat ten behoeve van Mejuffrouw Sophia Groenewegen.
Na het overlijden van Sophia komt het pand voor 8400 gulden in bezit van gemeenteraadslid en advocaat Willem van der Mandele, die ook weer even verder op de gracht woonde en het ging verhuren aan H. Nooten, die onder andere lid van het parochiaal kerkbestuur was. In 1892 werd muziekonderwijzer en organist Johan Kethel de nieuwe eigenaar, een van de weinigen die er ook zelf heeft gewoond.
 
Boekhandel
Na de dood van zijn weduwe, kwam er in 1932 weer een nieuwe huisbaas. Winkelier Versteegh van de Brabantse Turfmarkt ging het pand verhuren aan Boekhandel De Arbeiderspers en later ook aan de redactie van Het Vrije Volk (op de eerste verdieping).
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zaten onder meer enige tijd Canadese vliegers in het huis ondergedoken. Na 1970 is het pand verkocht aan de huidige bewoners, die het weer in de oude toestand hersteld hebben en onder meer de kelder weer open hebben gemaakt. Later kochten zij achter  het deel van Oude Delft 145 erbij, waarin tot dan toe de kluis van het toenmalige kantoor van de Gemeenteontvanger zat.
 
Henk Verbruggen