Oude Delft 142
Hoekhuis van oudsher genaamd ‘Hof van Holland’ en ‘De Krabbelde Kat’  
   
Dit huis ligt op de hoek van de Oude Delft en het Heilige Geest Kerkhof en is ingebouwd tussen de panden Heilige Geest Kerkhof 1 en Oude Delft 140, thans koffiehuis en kledingwinkel ‘Uit de Kunst’. Het huis heeft geen erf. Recentelijk is er een klein dakterras gemaakt. In documenten wordt dit pand vanouds ‘Hof van Holland’ genoemd en later ‘de krabbelde kat, waarin lange jaeren apothecaris winckel is gedaen’.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Apotheker De Hoogh was lid van het koopmansgilde. In het gildehuis een gevelsteen met twee kolfstokken. (www.gevelstenen.net)

 
Vijftig jaar apotheek
In 1600 woonde hier schoenmaker Abraham Evertszoon van der Sijl. Het huis had toen drie haardsteden. Abraham overleed in 1623. In de administratie van de Verpondingsbelasting in 1620 wordt hij Abraham van der Zijlenarts genoemd.
Na hem werd Willem Janszoon de Hoogh eigenaar. Willem trouwde in 1624 met Agniesken Francken, en had haar dus een huis te bieden. Toen hij in 1645 overleed, erfde zij het. Tot 1711 bleef het in bezit van de familie de Hoogh.
In 1658 komt hier de apotheker Johannes de Hoogh, die zich dat jaar inschreef bij het Sint Nicolaas Gilde. Dat is het gilde van de kooplieden, die hun gildehuis (De Coomanskolf, ‘cooman’ is koopman) hadden op het adres Oude Langendijk 7. Een gevelsteen met twee houten kolven herinnert daar nog aan. Ze dreven er handel, dronken een glaasje en speelden een spelletje ‘colf’.
De Hooghs nering was op Oude Delft 142 gevestigd. In 1682 werd hij bestuurslid van het toen nieuw opgerichte apothekersgilde Collegium Medico Pharmaceuticum.
   
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

In 1682 werd de apotheker bestuurslid van het nieuwe Collegium, dat later naar De Waag verhuisde. Daar zit deze gevelsteen nu nog in de achtergevel.

Op de hoek Oude Delft/Heilige Geestkerkhof een vrij klein huis.
Detail Kaart Figuratief (1675)
In 1832 uitzicht op het kerkhof. Tegenwoordig is het kerkhof weg.
Het hoekhuis bleef.
 

Grebbemeester
Johannes was aan het eind van de 17de eeuw ook grebbemeester van de ‘grebbens’ (vuilstortplaatsen) tegenover het iets verder gelegen pand ‘de Stockbeurs’. De Hoogh overleed in 1706. Mogelijk heeft hij in zijn latere jaren Gerard Stipsius als compagnon gehad, die zich in 1691 inschreef als apotheker bij het St Nicolaas Gilde. Hij had een apotheek aan de oostzijde van de Oude Delft.
Enige jaren na De Hooghs overlijden verkocht  Agnitha de Hoogh, weduwe van dr. Wilhelmus Aemilius, en de enige erfgename van Johannes, het huis aan Michiel Ignatius Stipsius. Het had hem 820 gulden moeten kosten. Michiel vertrok echter al een maand later naar Brabant, vermoedelijk zonder te betalen, want kort daarop verkoopt Maria Aemilius de Hoogh, die het huis inmiddels van haar moeder had geërfd, het aan ene Joris van Vliet voor 100 gulden en een schuldbrief van 600 gulden.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Helemaal rechts het hoekpand op de Oude Delft.
Ansicht van rond 1900.
(www.delft-prentbriefkaarten.nl)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Mooi uitzicht over de Oude Delft naar het zuiden.
Op de hoek Oude Delft 142.
(Collectie Erfgoed Delft Gemeentearchief)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

In de jaren ’60 een weefgetouw achter het raam.
(Foto Grachtenboek Henri Ett)

 
Aannemersbelegging
Na het overlijden van Van Vliet hertrouwde zijn weduwe Dirkje Doorne(veld) in 1729 met Jan Goudsblom. Vermoedelijk waren zij ook bewoners van het pand. In 1740 verkochten zij het aan Esther le Bachelle voor 1600 gulden. Deze dame stierf reeds zes jaar later in 1746, waarna haar erfgename Gisanne de Vivier, vanuit Maastricht, het huis verkocht aan meester metselaar Paulus Loose voor 1900 gulden.
Paulus woonde zelf in de Broerhuisstraat en deed zijn nieuwe aanwinst in de verhuur. Huurster werd Anna Maria Bergsland, die weduwe was van Gerardus van Dam. Zij woonde er in 1750 met een meid. Na de dood van Paulus Loose in 1752 werd het huis gekocht door Cornelia Verreijs, de weduwe van Pieter de Ridder, die er haar intrek nam, zo blijkt uit het huisbezoekboekje van de dominee. Zij betaalde 1850 gulden voor het pand. Vermoedelijk heeft ook nog enige tijd een juffrouw De Vlugt bij haar in huis gewoond.
 
Kosterswoning
In 1767 ging het huis voor 1950 gulden naar de koster van de Oude Kerk, Pieter Kleijn. Het is een ideale plek voor een kosterswoning. De huidige koster woont nu in het naast gelegen pand Heilige Geest Kerkhof 1.De koster werd in 1799 in zijn kerk begraven, maar het pand bleef in het bezit van de familie. Zijn schoonzoon Abraham van Willigen werd de nieuwe eigenaar. Hij was in 1767 getrouwd met Pieter’s dochter Petronella. Na het overlijden van Abraham in 1806 tooide Petronella zich met de luxe achternaam Kleijn van Willigen. Zij was nog steeds de eigenaresse van het pand toen in 1832 het kadaster met zijn administratie begon. Ze woonde inmiddels in Den Haag.
 
Boekhandel
In 1832 werd het huis verkocht aan de winkelier Hendrik Kirchholtes die nog twee huizen had, onder meer op de hoek van de Choorstraat en de Hippolytusbuurt. Zijn weduwe Antonetta Josepha Thijssen overleed in 1853 op 76-jarige leeftijd. Of zij in dit huis zelf een nering hebben gedreven is zeer de vraag.Na haar overlijden kwam het in handen van Antje Braams, die getrouwd was met de boekhandelaar, boekbinder en leesbibliotheekhouder Johannes Nicolaas van Velthoven. Mogelijk waren zij al langer huurders van het pand. Antje overleed en Van Velthoven hertrouwde in 1870 met Johanna Marquet. Hij was ondertussen president geworden van de rederijkercoöperatie ‘Onderling Genoegen’, wat in de lijn lag van zijn beroep. Kennelijk was hij een enthousiaste boekenwurm. Na zijn dood zette zijn tweede vrouw in 1904 zijn winkel voort, en vervolgens haar twee dochters uit het huwelijk met Van Velthoven. Deze dames overleden in de oorlogsjaren.

 

Van buurman Bender
Uiteindelijk werd het pand aangekocht door de buurman W.J.P.Bender, die in het naastgelegen pand een winkel had, zoals nog steeds zichtbaar is op de gevel van Oude Delft 140. Het pand werd niet bij de winkel getrokken maar afzonderlijk verhuurd, in de jaren zestig vorige eeuw aan het handweefatelier van Willy Pennings. Toen stond er een groot weefgetouw achter de ramen.

 

Henk Verbruggen

 
nadere informatie over Oude Delft 142