| Oude Delft 140 en 140a | |||
| Via Franse school en porselein naar Uit de Kunst | |||
| Het huidige etablissement “Uit de Kunst”, dat bestaat uit een café en een kledingzaak met bovenwoning, lijkt te zijn opgebouwd uit oorspronkelijk twee panden. Dat is ook te zien op de Kaart Figuratief uit circa 1675. Toch was het vanaf het einde van de 16e eeuw al één eigendom. Latere eigenaren hebben in het begin van de 19e eeuw het perceel, thans Heilige Geest Kerkhof 2, erbij gekocht. Het werd waarschijnlijk gebruikt als stalling, bergplaats en pakhuis. Later is het weer verkocht en is er een nieuw pand gebouwd. |
Peter Odijk fotografeerde de hoek van de Oude Delft De stoeppalen dateren van 1880. De Amsterdamse Jan van der Heijden schilderde
In de 17e eeuw werkte er een schoenmaker. De koffie is niet ver meer. Grapje tijdens een Vermeertijdgenoten-expositie in het Prinsenhof. (Collectie Erfgoed Delft Gemeentearchief) |
||
Oude stoeppalen |
|||
| Schoenmakerij Volgens het haardstedenregister uit 1600 was de timmerman Cors Lambrechtszoon eigenaar van het pand. Hij verhuurde het aan de weduwe van Cornelis Zandelijn. Het huis had toen drie haardsteden. Cors liet het pand na aan zijn dochter Commertgen. Daarna kwam het in handen van schoenmaker Jacob Janszoon. Mogelijk had hij hier zijn nering. De afbeelding op de Kaart Figuratief lijkt erop te wijzen dat het rechterdeel van het perceel de functie had van een winkel of werkplaats. Jacob en zijn vrouw komen jong te overlijden, zoals in die tijd helaas veel voorkwam, onder andere als gevolg van de vele zware pestepidemieën. In 1641 bleef hun minderjarige dochter Aeltgen achter met het huis. Haar voogd Pieter Servaes van Berlicom ontfermde zich over het pand. Pieter was destijds kleermaker op de Verwersdijk (zie ook Verwersdijk 87) |
|||
| Huwelijksgeschenk voor notaris
Niet onmogelijk is dat Van Berlicom zijn kleermakerij naar de Oude Delft verplaatste. In ieder geval werd hij mede-eigenaar. In 1664 werd het door zijn moeder geschonken aan zijn broer Jacobus van Berlicom. Die was notaris en trouwde in 1664 met Elisabeth Breijne uit Amsterdam. Zij kregen dus een mooi huwelijksgeschenk. Van Berlicom heeft hier zijn notarispraktijk uitgeoefend tot hij in 1679 kwam te overlijden.Zijn weduwe heeft het huis nog tot op hoge leeftijd in eigendom gehad. |
|||
![]() |
![]() |
![]() |
|
| Op de Kaart Figuratief 1675 nog aparte huizen. | Op de Kadasterkaart 1832 met het pand aan de Heilige Geest Kerkhof erbij. | Huidige situatie: nog steeds een groot perceel. | |
Speculant Schalkius van der Hoog(h) |
|||
| Franse/Waalse eigenaars
Na het overlijden van de huisbazin gingen de panden Oude Delft 140 en 138 in 1752 in de verkoop. Het pand Oude Delft 140 werd gekocht door Madeleine Congnard, ook van Franse komaf. Mogelijk bleef zij een deel van het huis aan haar dominee en zijn gezin verhuren. Sinds de opheffing van het Edict van Nantes in 1685 waren veel protestantse Walen en Fransen naar de Nederlanden gevlucht. Zij vormden een vrij grote groep in Delft met een eigen kerk: de Franse of Waalse Kerk, waarvoor de kapel van het Prinsenhof, oorspronkelijk van het Agathaklooster, ter beschikking werd gesteld. Ongetwijfeld was dominee Maisonnet ook afkomstig van deze vluchtelingen, evenals Madeleine en haar man Jean Fargues (Farques). Madame Congnard begon er een Franse school waar zij dochters van goede komaf onderwees in Franse taal en etiquette, die in die tijd zeer in de mode kwamen.Als Madeleine in 1773 overlijdt, verkoopt haar dochter Jeanne Fargues het huis aan notaris Johannes Arnoldus Prijn. Prijn woonde zelf aan de overkant van de gracht in wat nu Oude Delft 159 is. Het huis bracht relatief veel op. Het werd voor 3175 gulden verkocht. Waarschijnlijk heeft Madame Congnard veel opgeknapt aan het pand. Prijn verkoopt het door aan zijn collega-notaris mr. Jan Hoogeveen, die het huis betrekt. Hij was getrouwd met Catharina Bertha Verbrugge, die 1804 overleed, waarna Jan hertrouwde met Maria Geertruida de Geus. Nog datzelfde jaar gaf ook Jan de geest. Zijn nieuwe eega erfde het huis. Zij verkocht het in 1809 aan ene Wouter Bosch voor 2200 gulden. |
|||
|
|||
| Koppeling met het perceel Heilige Geest Kerkhof Kort daarna kwam het in bezit van burgemeester Abraham van Schuijlenburch, die tevens eigenaar werd van het perceel erachter aan het Heilige Geest Kerkhof 2. Er ontstaat nu de situatie zoals weergegeven op de kadasterkaart 1832, waarbij beide percelen onder één nummer voorkomen met een gemeenschappelijke tuin. Het perceel aan het Heilige Geest Kerkhof was in 1798 verkocht voor slechts 300 gulden. Van Schuijlenburch bezat in de Franse tijd veel onroerend goed in Delft. Na hem werd in1814 Peter van Zonsbeek, de penningmeester van het Hoogheemraadschap Delfland, de nieuwe eigenaar. Ook hij grossierde in onroerend goed. Op zijn naam staan 22 panden. Hij verhuurde het pand van 1815 tot 1819 aan Petrus Coenraad de Coning en zijn vrouw Catarina Drabbe, vervolgens van 1820 tot 1822 aan Hendrik Wiegand Vries en ten slotte aan Nicolaas Westrowen van Meteren. |
|||
Boterhandel |
|||
Winkel met woonhuis Herenhuis en tuin en een afzonderlijk achterhuis op zeer aangename stand gelegen. De nieuwe eigenaar, Jan Richter, heeft de parterre van het pand Oude Delft 140 laten verbouwen tot winkelruimte. Hij vestigde hier firma Richter, een handel in kachels, fornuizen en metalen huishoudelijke artikelen. Aan de overzijde van de gracht, in Oude Delft 175, verkochten zijn dochters, de “Gezusters Richter”, later huishoudelijke artikelen van hout en niet van metaal zoals overeengekomen was. Het woonhuis Oude Delft 140a was aanvankelijk verhuurd aan de majoor J.G.F. van Houtum, hoofd van de Constructie Werkplaatsen. Vanaf 1900 woonde Jan Richter zelf in het huis. Hij is dan notabele van de Nederduitsch Hervormde Kerken en van het kiescollege. |
Detail van Jan van der Heijden. Op de voorgrond een aanlegplek voor schepen, waar de gang naar de Uit het Delftse Grachtenboek van Henri Ett, jaren ‘60. Delftsche Courant 20-9-1918 en 17-10-1918. |
||
| Firma Bender Uiteindelijk verkocht hij de zaak en het huis aan Willibrodus Josephus Petrus Bender, telg van het Delftse ondernemersgeslacht Bender, die het pand onderbracht in de Vennootschapfirma P.H. Bender.De zaak was begonnen met de Duitse koopvrouw Catharina Bender–Geelhart (1784-1842) die in het begin van de 19de eeuw naar Nederland kwam. Zij kocht in 1819 een pand aan het Zuideinde en handelde daar samen met haar zuster Grietje in aarden potten. Haar zoon zette de zaak voort. Zo ontstond een familiebedrijf dat in Delft aan het einde van de 19de eeuw en het begin 20ste eeuw drie winkels had: Oude Delft 140, Nieuwstraat 2 (hoek Oude Delft) en hoek Binnenwatersloot- Phoenixstraat. De aanwezigheid van de firma Bender is nog duidelijk te zien aan de opschriften boven de winkelruiten: “Glas Porcelijn Aardewerk, Fa. P.H.Bender, Luxe en Huishoudelijke Artikelen”. In de loop der tijd ging de Fa. Bender ging zich steeds meer toeleggen op de groothandel. Langzamerhand verdwenen de winkels uit het stadsbeeld, de laatste nog maar een paar jaar geleden, rond 2005. Inmiddels is de firma Bender uit Delft vertrokken naar een industrieterrein nabij het Prins Clausplein, Leidschendam. Momenteel is in het pand Oude Delft 140 “Uit de Kunst” gevestigd. |
|||
Henk Verbruggen |
|||
| nadere informatie over Oude Delft 140 en 140a | |||