Oude Delft 132
Twee panden, meer dan 400 jaar verenigd  
   
Het pand Oude Delft 132 is ontstaan uit de samenvoeging van twee panden die in opzet uit de 16de eeuw dateren. Dat moet ergens in de 17de of 18de eeuw zijn gebeurd. De huizen waren ongeveer even breed, maar niet even diep. De grote tuin erachter is ook niet overal even breed. Uit de oudste beschikbare gegevens blijkt dat beide huizen steeds in het bezit waren van één eigenaar.
Rechts ligt een een poort. De ingang is voorzien van een natuurstenen spitsboog. Het huis heeft aan de achterzijde een entree naar de kelder met oude Delfts blauwe tegels. De vertrekken op de begane grond werden in de 18de eeuw gemoderniseerd in Lodewijk XIV-stijl. Er is dan nog maar één voordeur, geplaatst in het rechterpand. De hoofdstructuur van de oorspronkelijke huizen is nog zichtbaar in de balklagen en oude kapconstructies. In het begin van de 19de werd de voorgevel gemoderniseerd.  Daarbij werden een geblokte pleisterlaag en Empireramen aangebracht. In de 20ste eeuw werd er achter nog een tuinkamer aangebouwd. Het werd toen woning annex huisartsenpraktijk.
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Oude Delft 132 in de namiddagzon. Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Het huis ligt rechts, aan een prachtig stukje Oude Delft.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Naast het huis de poort met spitsboog.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Schutterstuk door Jacob Willemsz Delff, 1648. In het midden Carel de Vooght, eigenaar van OD 132 en kapitein van het Witte Vendel. Hij heeft in zijn rechterhand de commandostok. (Coll. Museum Prinsenhof)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Jacob Delff schilderde Carel en zijn vrouw Bertha de Man ook al in 1644. Hij was toen 47 jaar oud, zij 42.
(Particuliere coll.) Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Bij de restauratie kwam op een schoorsteen een tekening van een vogel te voorschijn. (Foto Monumentensite)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Imposante marmeren schouw. Een andere was al uit het huis verdwenen. Foto gemaakt tijdens de restauratie.
(Coll. Erfgoed Delft gemeentearchief).

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Barokke deuren scheiden de ene kamer van de andere.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Het wapen van Delft, ingemetseld in een tuinmuur, vermoedelijk afkomstig uit een 17e eeuws stadsgebouw.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

De achtergevel heeft een kleine gevelsteen met jaartal 1767.

 
Oudste bewoners
De eerste eigenaar die we tegenkomen is Claes Wouterszoon van der Burch. In 1600 verhuurde hij het huis aan Niclaes de Groot, die op zijn beurt weer een deel,  waarschijnlijk het kleinere pand, doorverhuurde aan de moeder van Hans Wijgans. Totaal worden in 1600 zeven haardsteden vermeld. De samengetrokken panden behoren hiermee tot de grotere huizen. Nog in hetzelfde jaar wordt Willem Corneliszoon Vrouwlingh eigenaar/bewoner. Hij overlijdt in 1608. Zijn weduwe, Maritge Willems, vertrekt en koopt een ander, waarschijnlijk kleiner huis elders aan de Oude Delft. Inmiddels in dan Cornelis Adriaenszoon Bogaart eigenaar. Hij was in 1598 getrouwd met Maria Basius. Zij overlijdt - als weduwe - in 1627.
 
Vaak geschilderd
In datzelfde jaar 1627 trouwde Carel de Vooght met Bartha de Man en kocht Oude Delft 132. Voor Bartha (ook wel Bertha) was de Oude Delft bekend terrein. Haar vader,  Boudewijn de Man,  woonde op Oude Delft 126. Vier huizen verderop. De beide jongelui, Carel en Bartha, zijn meerdere malen geportretteerd. In 1633 lieten zij zich schilderen door Michiel van Mierevelt en in 1644 door Jacob Willemszoon Delff. Bertha overleed in dit jaar.
Van de schilderijen door Jacob Delff zijn afbeeldingen bekend in het Rijksbureau voor kunsthistorische documentatie. Carel was, toen Delff hem uitbeeldde 47 jaar, en Bertha 42. Hij draagt een zwarte buis met tressen, waarbij een platte kraag met ‘akertjes’, aldus het RKD. De kledij van Bertha wordt beschreven als: zwarte japon met een dubbele gazen stolpkraag met vetertje als sluiting, en gazen manchetten. Ze heeft een zwart kapje op haar ‘chignonkapsel’.
Carel is ook te zien op een fraai schutterstuk van Jacob Willemsz. Delff,  met de vijf officieren van het Witte Vendel. Het is in bezit van het museum Het Prinsenhof. De middelste man is een weldoorvoede en trotse De Vooght, herkenbaar aan de lange commandostok. Op de trommel, rechts achter het witte vendel, staat het jaar 1648. De Vooght was op dat moment vijftien jaar kapitein van deze burgerwacht.
 
Geboortehuis van Otto de Vooght
Zijn zoon Otto werd in 1632 in het huis aan de Oude Delft geboren. Otto zou later een bekend Delfts dichter worden over wie Peter Zuijdgeest in 1991 een interessante monografie schreef. Dat vader Carel in goede kringen verkeerde blijkt uit het gezelschap dat bij de doop van Otto aanwezig was: komies Bruijn Jacobs van der Dussen, die later schepen en burgemeester van Delft werd,  en Otto’s grootvader Boudewijn de Man, ontvanger van de ‘gemene middelen’ van Delft. Belastingontvanger dus. Over de manier waarop hij de ‘gemene middelen’ inde, werd driftig geklaagd bij de Raad van State, zonder succes. Grootvader van vaders zijde was Mr. Leonard de Vooght, pensionaris van Delft en een bekwaam diplomaat in de eerste decennia van de tachtigjarige oorlog.
 
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Welk van deze huizen is Oude Delft 132? Het huis met twee daken en één deur heeft geen poort opzij. 1832. Aan één kant een poort, aan de andere kant een open ruimte, die later is volgebouwd. Situatie nu. De poort is er nog, de tuin is groter geworden, en er is een buurhuis.
 
Verliefde jager
Otto werd later bekend als dichter van vooral gelegenheidsverzen. In 1985 is nog een uitvoering gegeven in het Delftse Stadhuis van zijn spel “De Verliefde Jager”. Omstreeks 1660 werd het op de Markt verkocht bij de boekverkoper Plantenburgh “In den beslagen Bijbel”, (op het hoekje bij de doorsteek naar de Jacob Gerristraat). Het gaat over een jongeman, die met zijn vriend een bezoek aan diens vriendin brengt, en prompt verliefd wordt op het meisje. Volgens biograaf Zuidgeest gaat het over Otto zelf, zou de vriend mr. Johan van der Dussen kunnen zijn, en dan moet Elisabeth Pauw Otto’s droomprinses zijn geweest.  Zij trouwt in 1662 met Van der Dussen.  (Zie ook Paardenmarkt 61, Hofje van Pauw).
Of “De Verliefde Jager” rond 1660 ook werd opgevoerd is niet bekend. De protestante kerk vond toneel zedenloos. Zelfs de Delftse rederijkerskamer De Rapenbloem moest tientallen jaren ondergronds.
Otto de Vooght, die later ook zelf aan de Oude Delft woonde op de hoek bij de Breestraat, werd in 1665 door de Staten-Generaal aangesteld als vlootfiscaal. Deze functionaris moest orde en tucht op oorlogsschepen handhaven. Aldus maakt Otto ook de rumoerige tocht naar Chatham mee. Hij schreef een gedetailleerd en levendig ooggetuigeverslag. Dit “Journael” van ‘wat er tussen 20 en 30 juni is voorgevallen’, was ook al aan de Delftse Markt te koop.
 
Zeventig jaar familie Valensis
In 1651 werd de weduwe Catharina van der Dussen eigenaar van het perceel. Zij was van goede komaf.  Ze was in 1609 met getrouwd met Pouwels Halling, advocaat bij het Hof van Holland. Na diens overlijden hertrouwde ze met Jacob van der Graaff.
Ze stierf in hetzelfde jaar dat ze het huis kocht.
Het gaat daarna, in 1652 in de verkoop wordt eigendom van Theodorus Valensis, oud-schepen. Theodorus was medicus en was in 1644 getrouwd met Agatha van Beresteijn. Eén van hun kinderen is Corina, geboren in 1650. Zij wordt later eigenaar van dit pand. Het blijft gedurende ruim 70 jaar in handen van de familie. Dochter Corina Maria Valensis, in 1671 getrouwd met Gerardt van Borselen, blijft eigenaar tot zij in 1728 overlijdt. In 1729 wordt het huis geveild en gekocht door Clara Jacoba van Bleiswijk.
 
Koets met twee paarden
In 1737 koopt Mr Adriaan Boogaart van Belois, samen met zijn vrouw Elisabeth Adriana Backer, het voor ƒ 7800. Zij woonden er met vier dienstboden. Ze bezaten tevens een koets met twee paarden. Adriaan was penningmeester van Delfland.
Zij hebben lang van hun bezit kunnen genieten. Pas vijftig jaar later gaat het over in andere handen: in 1787, wordt het voor ƒ 9150 gekocht door mr. Reijer Geesteranus. Het huis blijft tot het midden van de 19de eeuw in het bezit van deze familie. Wanneer Reijer in 1794 overlijdt, erft zijn vrouw Johanna Cornelia Boers het huis. Na haar overlijden in 1835 gaat het opnieuw door vererving over, nu op haar dochter Petronella Georgetta Geesteranus.  Enig erfgename in 1845 is Anna Cornelia van Ingen Messchert. Het huis is intussen verhuurd geweest aan de zee-officier Pieter Zier, en aan  Jan Pijnappel, leraar aan de Koninklijke Academie (voorloper van de Technische Universiteit).
Andere bewoners uit de jaren 1836-1850 waren de koopman C.J. van Tomputte en de weduwe Noorderdorp-Kos. De al genoemde zeeofficier heette volgens aantekeningen in de wijkboeken niet Zier, maar Ziervogel.
 
Portretten van ds. Woerman en de treurige aankondiging van de dood van zijn pasgeboren kind.
 
Predikanten
In de tweede helft van de 19e eeuw was OD 132 lange tijd het woonhuis van predikanten. In 1855 werd het geveild en voor ƒ 7000 gekocht door Henricus Woerman, predikant bij de Nederduitsch Hervormde Gemeente te Delft. Hij woonde voor die tijd op het adres Koornmarkt  45.
De dominee was getrouwd met de dertien jaar jongere Sara Kleijn van Willigen die uit een familie van rijke boterkooplieden kwam. Het zal vooral haar geld geweest zijn, waarmee ze het huis kochten. Op de Koornmarkt huurden ze nog. Na elf jaar huwelijk kregen ze däár hun eerste en enige kind. Henricus was toen al 52. Het kind heeft twee dagen geleefd.  Zij ontfermde zich verder als regentes over de weesjes van het Weeshuis en hij was jarenlang curator bij het Stedelijk Gymnasium. De familie Woerman verhuurde een deel van hun nieuwe huis aan de dominee H. Koermann.
Als Sara in 1879 als weduwe overlijdt, wordt het huis opnieuw verkocht aan een predikant van de Hervormde Gemeente, Arent Dionyszoon Drost, nu voor ƒ 11.000. Het is dan bekend als een dubbel herenhuis en erf met tuin daarachter en met een afzonderlijke uitgang naar de straat via een afgesloten bleekveld. De uitgang met het poortje is nog altijd aanwezig. Na 11 jaar wil Drost liever buiten de stad wonen. Hij ruilt zijn huis dan met gesloten beurs voor een pand aan de Spoorsingel, hoek Laan van Overvest. Toen keek je daar aan de achterzijde nog uit over weilanden.
 
Grond verkocht
Dan slaan vastgoedhandelaren hun slag: de heren Willem Adrianus Paerels,  grondeigenaar, en zijn zwager, een behanger-stoffeerder. Zij verkopen in 1893 een deel van het perceel, dat 90 jaar eerder door de erfgenamen van Johanna Boers was toegevoegd, aan de timmerlieden Gerrit en Johannes Bruigom. Een loodsje, een keuken en een privaat waren hier verrezen. De actieve aannemers hebben er Oude Delft 132A gebouwd.  
In 1900 woont hoogleraar mr. J.C.Th. Heijligers op OD 132.
In 1903 verkopen de erfgenamen van de Paerels het huis voor ƒ 9600 aan de weduwe Cornelia Petronella de Boer.  In 1904 koopt zij nog een stuk grond en een schuur schuin achter haar huis, waarmee het huidige omvang van Oude Delft 132 ontstaat. Cornelia bezat veel onroerend goed, hoofdzakelijk aan de Oude Delft, maar in dit huis woonde ze zelf. Ze overleed in 1911. Het pand wordt voor ƒ 14000 verkocht aan Leffert de Vries, inspecteur der directe belastingen, invoerrechten en accijnzen.  Hij komt uit Den Bosch en verhuist naar Delft.
 
Artsenpraktijk
Zeven jaar later, in 1918, werd Gerardus Petrus van der Ham voor ƒ 19.900 de nieuwe eigenaar. Hij verhuurde het huis aan Eliazer Jacobus Dennekamp, die als officier van gezondheid aan het Militair Hospitaal te Delft verbonden was. Hij was ook bestuurslid van de Sociëteit Standvastigheid en van de afdeling Delft van de Nederlandsche Padvindersorganisatie. Het huis wordt in 1923 weer doorverkocht, aan de arts Corneille Adrien van Hees voor slechts ƒ 15.200. Tot 1999 blijft het dan bewoond door artsen. In 1934 komt Johan Hendrik Ressing als eigenaar en bewoner. In 1968 werd hij opgevolgd door zijn zoon, ook huisarts. Het poortje naast het huis diende als ingang voor ziekenfondspatiënten. Particulier verzekerden mochten de praktijk via de hoofdingang betreden, zo weten vele oude Delvenaren te vertellen.
   
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Een detail van dit fraaie hek, stijl Lodewijk XIV. Zo slecht was het hek voor de restauratie. (foto W. de Fraiture) Restaurateur aan het werk. (foto W. de Fraiture) Bij het bordes hoort een 18e eeuws smeedijzeren stoephek.
   
De huidige eigenaren hebben hun woning grondig laten restaureren onder auspiciën van Monumentenzorg. Een van de schouwen was al verdwenen naar een Koornmarkt-pand. De restauratie van de hardstenen stoep met bordes en hek werd door de historische vereniging Delfia Batavorum genomineerd voor de Le Comte prijs 2002. In de tuinmuur zijn door een vroegere eigenaar een aantal gevelstenen ingemetseld,  waarvan de herkomst niet duidelijk is. Eén is afkomstig van een stadsgebouw en dateert van de 16de eeuw. De andere draagt als jaartal 1665 en hoorde wellicht bij de stedelijke timmerwerf. Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

In de tuin ook een gevelsteen die wellicht bij de stadstimmerwerf hoorde.

 
Henk Verbruggen en George Buzing
 
nadere informatie over Oude Delft 132
laatste wijziging 06-11-2011