Oude Delft 122
Korenwijnbranderij en mislukte school  
   

Het huidige pand Oude Delft 122 is gebouwd in 1885. Het heeft een voorgevel van drie vensters breed in sobere traditionele vormen. Het is een relatief diep pand met twee bouwlagen en een zadeldak. Eerder heeft op die plek een korenwijnbranderij gestaan die vrij ver naar achteren doorliep, waartoe destijds ook de bebouwing op de plek van het huidige buurpand Oude Delft 122 A behoorde.
Op de kaart Figuratief is te zien dat de bebouwing van dit perceel afwijkt van de overige bebouwing tussen het Heilige Geest Kerkhof en de Nieuwstraat. Het huis lag niet direct aan de gracht maar werd via een poort en een erf gescheiden van de gracht. De poort wordt in oude koopakten nergens vermeld. Zij vomde een integraal onderdeel van het perceel.
Omstreeks 1880 kocht fabrikant, en invloedrijk voorman van de plaatselijke katholieken, Cornelis Franciscus van Berkel, het pand van het voormalige bedrijf ten behoeve van de Vereeniging tot Oprigting eener Bijzondere School voor de Rooms Catholieke Burgerstand te Delft. De beide panden werden samen verbouwd tot een school en een schoolhuis en kregen een nieuw kadasternummer. Voor zover bekend heeft er echter nooit een katholieke school in het pand gezeten, want die bleef gevestigd op de Voorstraat, naast de brouwerij van de Van Berkels (zie Voorstraat 36-38).

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Oude Delft 122.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Beeld van dit stukje OD in de jaren ’60. (Archief Delft)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw vensterKlik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

De wapens van de families Camerling (links) en Dela Faille, die eigenaren zijn geweest van de panden, die hier vroeger stonden. (Archief Delft, Delftse Biografieën).

 

Kleermakers en schoenmaker
Vermoedelijk werd kort daarop de bestaande bebouwing afgebroken en het perceel gesplitst in twee bouwkavels. De opdrachtgever voor de bouw van het nieuwe Oude Delft 122 was kleermaker Reinier Everts.
Omstreeks 1890 woonde hier H. Greve de Valkenier, secretaris van Gymnastiek en Schermvereniging Olympia; H. Rinck, magazijnmeester van Rijks Centraal Magazijn van Militaire Kleding en mevrouw M.E. Verbeek – Houtzager, bewaarschoolhoudster.
Tien jaar later woonde hier kleermaker R.E.Verbeek en dr. P.M. Bolderman, leraar aan het Gymnasium. Het pand was toen inmiddels sinds 1906 eigendom van W.O.A. Lans, die ook de eigenaar was van Oude Delft 124 en 126.
Van 1920 tot 1938 had hier schoenmaker P. Fuijkschot zijn winkel. Hij had het huis in 1920 gekocht. In 1938 nam de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij ter Bevordering der Geneeskunst het pand over en liet het verbouwen tot kantoor voor het Algemeen Ziekenfonds Delft en Omstreken, dat in 1914 door het Delftse artsengenootschap was opgericht. In 1942 verhuisde het kantoor van het Ziekenfonds naar de Phoenixstraat.
In 1949 woonde kapitein magazijnmeester E.A. Brongers er.Waarschijnlijk was de benedenverdieping toen nog steeds ingericht als kantoor. In 1965 kocht het Algemeen Ziekenfonds Delft het pand alsnog van de artsenvereniging. Voor welk doel, behalve belegging, is niet geheel duidelijk, want ze waren daar inmiddels al lang vertrokken. In 1991 is het huis door brand verwoest. De brand bleek aangestoken door een man die door de deurwaarder Van Dam uit zijn huis was gezet. Kennelijk was het in die tijd een deurwaarderskantoor. Momenteel is het pand verhuurd aan studenten.

 
Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster
Op de Kaart Figuratief is de poort, die hier was, goed te onderscheiden. In 1832 was er nog een relatief smalle ingang aan de straatzijde. De huidige situaties zijn omstreeks 1885 ontstaan.
 
Pensionaris en Ambassadeur
In het grote pand dat vroeger op de plaats van Oude Delft 122 en 122a heeft gestaan, woonde tussen 1578 en 1606 ene Haesgen Doen. Haar huis telde in 1600 zes haardsteden, hetgeen toen redelijk veel was. In de jaren 1575-1582 was zij moeder van het even zuidelijker gelegen Heilige Geesthuis (later het Meisjeshuis). In 1600 had zij de dochters van Andries van der Goes in huis wonen. Na haar dood werd Dirck Fijcken van Hove de eigenaar en kort daarna de notaris Jacob Dassigny, die in 1625 overleed. Hij was getrouwd met Maria Gerrits Camerling, en via haar werd het huis vervolgens eigendom van de stadspensionaris Mr. Johan Camerling. Johan was sinds 1598 pensionaris van de stad en werd ook onder andere in 1620 ambassadeur in Engeland en curator van de Universiteit van Leiden. Hij overleed in 1640, maar zijn weduwe bleef er nog lang wonen. In 1674 werd zij hier nog voor het familiegeld aangeslagen.
   
Herstructurering
Tussen de voorname families Dassigny, Camerling en Dellafaille (De la Faille) bestonden diverse familieverbanden. In 1618 trouwde Elisabeth Camerling, wonend op de Oude Delft, met Bernardus Dellafaille, controleur van de Financiën van de Prins. Tot de erfgenamen van Johan Camerling behoorde ook Johan Dellafaille, waarschijnlijk ook een schoonzoon, of een zoon van de genoemde Bernardus. Via deze lijn kwam het huis in 1716 in handen van een Cornelis Dellafaille, over wiens spectaculaire vlucht uit Delft in 1730 vanwege de vervolging van homosexuelen bij Oude Delft 124 meer valt te lezen. Het huis was toen waarschijnlijk bewoond door een andere regent, Francois Doublet, heer van Groeneveld, die het pand huurde. Zowel Johan Dellafaille als diens zoon Cornelis waren zelf ook belangrijke regenten en kwamen al snel ook in het bezit van het huis Oude Delft 124 ernaast. Mogelijk heeft in die periode een flinke herstructurering plaatsgevonden van huizen in de omgeving. De volgende eigenaar wordt weer een vooraanstaande regent: Adriaan Wevering. Ook hij woonde overigens elders. In 1750 bleek hij het huis te verhuren aan dominee Albertus Wilhelmus Arendse met zijn vrouw en een meid. Als de weduwe van Wevering in 1783 op hoge leeftijd overlijdt, komt het huis aan haar dochters Martina (geboren 1729) en Bartha (geboren 1731).

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Een katholieke school aan de oude Delft ging niet door. Aan de Nieuwe Langendijk kwam er wel één. (Archief Delft)

 
Koornwijnbranderij
Aan het einde van de achttiende eeuw werd het pand verbouwd tot Koornwijnbranderij oftewel jeneverstokerij. Vermoedelijk was hier Carel Nicola voor verantwoordelijk, die het huis destijds bewoonde volgens het boekje van de dominee. Hij vond een geldschieter in de persoon van Carel Godfried Schmiedt, die in 1792 het pand aankocht van de laatste regententelg Martina Wevering. Het bedrijf heette destijds Koornwijnbranderij “De Eendragt”.Met de jeneverfabricage was aan het einde van de 18e eeuw goud te verdienen, mede dankzij de smokkelhandel op de nieuwe Verenigde Staten van Amerika. Niet alleen in Schiedam, maar ook in Delft en Delfshaven rezen de jeneverstokerijen als paddestoelen uit de grond. In 1795 telde Delft er negen, waaronder die van C. Schmidt & Co. De meeste verdwenen kort daarna even snel als ze verschenen waren, zo ook De Eendragt. Het pand kwam echter in 1802 nog gedeeltelijk in handen van George Carel Nicola voor een totaal bedrag van 5412 gulden.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Een tijdlang zat hier schoenverkoper Fuykschot, met telefoonnummer 728.

   

Bakkerij
Bij de eerste opmeting van het kadaster in 1832 stond het pand op deze plaats te boek als pakhuis. Het was vrij groot en liep diep naar achteren door. De jenever had toen inmiddels alweer het pand verlaten. Het was net als de naastgelegen woonhuizen aan weerskanten, nu Oude Delft 124 en 122a, eigendom van koekbakker Johannes Pijpers, en later van zijn zoon Josephus Pijpers. Het pand ligt inmiddels op deze kaart wel netjes aan de rooilijn van de gracht en niet meer daarachter, zoals te zien op de Kaart Figuratief van 1675. In de tussentijd moet er dus iets aan de voorzijde aangebouwd zijn, of misschien wel het hele pand vernieuwd.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Opruiming bij schoenenwinkel Fuykschot. Advertentie uit 1929 in de krant Voorwaarts.

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

In 1991 zette een brandstichter de boel in de fik. (Archief Delft)

Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster

Ben Viegers schilderde dit deel van de Oude Delft in 1947.

 

Interne schoolstrijd bij de katholieken
Aan de stichting van de eerder genoemde Bijzondere School voor de Rooms Catholieke Burgerstand op deze plek door C. F. van Berkel ging een langdurig conflict van de katholieke regenten met de gemeente en vervolgens met de katholieke clerus vooraf.
In het begin van de 19de eeuw stuurden de katholieken van gegoede klasse hun kinderen naar deftige particuliere scholen en de kinderen van de volksklasse naar de armenscholen van de Kamer van Charitate. Deze armenscholen gingen over naar de gemeente. De katholieke regenten kregen voor elkaar dat na veel getouwtrek ook een katholieke school voor de volksklasse ontstond.
Op initiatief van de plaatselijke katholieke regenten, onder wie B. en C.F. van Berkel, werd in 1854 ook een aanvraag bij de gemeente ingediend tot oprichting van een bijzondere school voor “Rooms Catholieke kinderen van een fatsoenlijke burgerstand”. Daarop kreeg P.J. Vinkesteijn als schoolhoofd in 1855 vergunning voor een dergelijke bijzondere school aan de Oude Delft bij de Nieuwstraat. Naar men mag aannemen de plaats van de huidige panden Oude Delft 122 en 122a.

 

Kerkelijk gezag
In 1864 besloten de Nederlandse bisschoppen bij mandement (herderlijk schrijven aan de gelovigen) het katholieke onderwijs krachtig te gaan bevorderen en geheel onder kerkelijk gezag te brengen. In 1868 werd daartoe in Delft door de pastoors van de beide bestaande katholieke parochies een commissie voor de reorganisatie van de r.k. scholen opgericht. In deze commissie ontbraken de katholieke regenten die zich tot nu toe hadden ingespannen om het katholieke onderwijs in Delft van de grond te krijgen. Hen werd opgedragen de katholieke scholen die zij tot dan toe mede hadden gefinancieerd zonder tegemoetkoming aan het kerkelijk gezag over te dragen.

 

Opgeheven
Na veel verzet gaven deze regenten zich in 1874 gewonnen. Zo ontstonden nieuwe katholieke jongens- en meisjesscholen aan respectievelijk de Nieuwe Langedijk en de Voorstraat. De school voor de fatsoenlijke burgerstand aan de Oude Delft werd opgeheven. In de Annalen van het St. Anthoniusgesticht, Voorstraat 22 te Delft wordt de splitsing van de school aan de Oude Delft expliciet vermeld. Onder de nieuwe structuur speelde de katholieke clerus een hoofdrol, en leken-onderwijzers werden, mede met oog op de kosten, zoveel mogelijk vervangen door geestelijken (o.a. de zusters van Roosendaal).

 

Diepe wonden
Bij de regentenfamilie Van Berkel heeft deze inbreuk van de diepe wonden achter gelaten. In 1880 nam C.F. van Berkel nog eenmaal het intiatief tot een 'Vereeniging tot Oprigting eener Bijzondere School voor de Catholieke Burgerstand' te Delft om de opgeheven school aan de Oude Delft nieuw leven in te blazen, buiten de katholieke clerus om. Deze school zou gevestigd worden in hetzelfde pand dat eerder al voor dit doel was gebruikt. Hoewel het schoolgebouw nog is verbouwd, met daarnaast een apart woonhuis voor het schoolhoofd, is de school er nooit gekomen. Uiteindelijk ontstonden hier twee nieuwe panden die voornamelijk een woonbestemming kregen.

 
 
Henk Verbruggen, met dank aan Kees van der Wiel
 
nadere informatie over Oude Delft 122
laatste wijziging 18-09-2012