| Markt 74 en 76 | |
| Jarenlang een apotheek | |
Markt 74 en 76 is een woning aan de noordzijde van de markt. Het pand is een gemeentelijk monument. Op dit moment wordt het bewoond door de heer en mevrouw de Roo. De begane grond wordt gebruikt als kantoor. |
![]() |
| In de gevel is een ‘eerste steen’ een opvallend element. De datum, die er op staat, klopt prima met de aankoop van de woning door de meester timmerman Cornelis Johannes Bonardt. Maar voor de letters H. J. heb ik maar een matige oplossing. De vrouw van de timmerman heet Magdalena Joosten. Stel dat haar roepnaam Helena was, dan zou dat de letters H. J. kunnen verklaren. Ondanks het feit dat ik eigenlijk nog niet klaar ben met mijn onderzoek, wil ik toch al iets vertellen. Ik heb voorlopig voor twee blokken gekozen: van 1750 tot 1867 en van 1867 tot heden. Fantasie en werkelijkheid zullen in mijn verhaal door elkaar lopen, omdat de gegevens die je tegenkomt met de toenmalige leefomstandigheden je fantasie prikkelen. | ![]() |
1750 tot 1867: De Apothekers |
![]() |
In de Trouw-, Doop- en Begrafenisboeken kom ik Philippus Flyck in 1751 weer tegen. Hij trouwt dan met Hester Donker en ze krijgen kinderen. Johannes wordt gedoopt op 14 april 1754 in de Oude kerk. De schoonvader van de apotheker is getuige. Verdriet is er ook, want op 7 aug. en 20 okt. 1756 worden er twee kinderen kort achter elkaar begraven. Ik denk dat Philippus Flyck nog regelmatig in het Delftse Gasthuis kwam en daar zijn opvolger heeft ontmoet. In 1775 doet hij zijn apotheek over aan Alexander de Réveré. Alexander de Réveré is een apotheker met een zachte g. Hij komt uit 's Hertogenbosch. Ook hij haalde zijn diploma rond 1764 als apotheker van het Gasthuis, nog steeds voor ƒ 200,- 's jaars. Op 22 november 1774 vroeg hij ontslag uit zijn functie, omdat hij per 1 januari 1775 wilde vertrekken naar de apotheek van zijn collega Fyck, die hij had overgenomen. De opzegtermijn was niet correct, maar de regenten van het Gasthuis toonden begrip en feliciteerden hem met zijn gedane koop en wensten hem Gods zegen over "Sijne aanstaande Affaire". Weer een apotheker van het Gasthuis die zijn goede baan opzegt en op de Markt gaat wonen. Dat wil toch wel wat zeggen. Hij moet het goed gedaan hebben, onze Philippus Flyck. Zijn vrouw overlijdt in 1801 en wordt twee dagen voor Kerst begraven in de Oude kerk. Volgens de boeken is ze dan al weduwe. Hoe oud Philippus Flyck is geworden weet ik niet. Alexander de Réveré is ook regelmatig Assessor tussen 1781 en 1788. Van 1782 tot 1797 is hij als apotheker verbonden aan het Oude mannen en vrouwenhuis. Mijn indruk is dat het goed gaat met Alexander de Revéré. Hij heeft, denk ik, een goede knecht aangenomen en kan zo regelmatig naar de Papenstraat wandelen om zijn werk te doen bij Huyse St.Christoffel. Goede netwerken waren toen ook belangrijk en regenten van het Gasthuis waren vaak ook regenten op andere plaatsen. Uit zijn eerste huwelijk met Maria Paréé worden twee dochters geboren. Op 25 september 1789 trouwde hij voor de tweede maal met Clasina Verburg. Zijn eerste vrouw was twee jaar eerder overleden. Hijzelf overlijdt in mei 1797 en wordt op de 23ste begraven. Hij sterft in het harnas en Clasina Verburg zoekt een koper voor de, in mijn ogen, goed lopende "bedoening". (Zie akte A) Zij vindt hem in de persoon van François de Wilde, zoon van rijke ouders uit Den Haag. Hij is geboren in 1768, en is dus 29 jaar oud, als hij op de Markt gaat wonen. Hij krijgt zijn opleiding in Den Haag, maar ook hij gaat in 1792 naar het Oude Gasthuis als apotheker. In 1797 neemt hij ontslag om de apotheek van de erfgenamen van de Revéré over te nemen. In datzelfde jaar trouwt hij met Elisabeth Johanna van Noordeloos. Twee jaar later wordt een dochter geboren, Maria en gedoopt op 6 januari in de Nieuwe Kerk. Zijn vrouw was een meewerkende huisvrouw. Haar naam komt voor op jaarrekeningen die zij aftekende. (Rond 1800 waren er in Delft zo'n 11 apotheken gevestigd, op 14000 inwoners. Dat aantal is er nu ook op "wat meer" inwoners. De bekendste apotheek blijft in Delft Kipp. maar ook Oversluys, Gerrevink en de Haagsche Apotheek zijn bekend.) In 1824 overlijdt Elisabeth Noordeloos. François de Wilde is dan 56 jaar en hij stopt ermee. Hij verkoopt aan J.C. Overvoorde en verhuist naar de Westzijde van de Markt. Hij kan er nog eens langslopen, maar op 61 jarige leeftijd komt ook aan zijn leven een eind, in 1829. |
|
Jacob Cornelis Overvoorde wordt in 1800 in Maassluis geboren en komt in 1821 als leerling bij François de Wilde in dienst. In 1825 doet hij met goed gevolg examen in Den Haag en in 1826 komt er met zijn baas Francois een koopovereenkomst tot stand. Leuk en handig voor Francois dat hij het aan een eigen personeelslid kan overdoen. Zou hij daarom op de Markt blijven wonen? Om nog eens te helpen of te adviseren? Dan zijn we nu bij de vijfde apotheker: de heer Dirk Hendrik van Rossem, geboren in 1821 in Gelderland. Hij doet examen in 1848 in Den Haag, ook als apotheker. Hij is in Delft getrouwd toen hij 30 was, met een zuster van drogist van Mullem, ook van de Markt. Adriana Petronella. Ik betwijfel of ze bij de apotheek woonden. In 1870 splitst Dirk Hendrik de boel op. Rond die tijd verkoopt hij een stuk open grond voor ƒ 300,- aan Cornelis Johannes Bonardt. Ook verkoopt hij huis en pakhuis met erven aan de Kerkstraat. Rond deze tijd verandert het kadasternummer in C1940. Ik denk dat de apotheek en de kleine verkoop in die tijd deels verplaatst werden naar drogisterij De salamander van zijn zwager en dat hij meer bezig is met onroerend goed dan met pilletjes en zalfjes. Zijn naam komt bij de notaris Schagen van Leeuwen nogal eens voor als koper en verkoper. De namen van enkele boven genoemde apothekers komen ook voor bij namen van andere panden aan de Noordzijde van de Markt. Zekerheid over de vraag of men op het bewuste adres werkte en ook woonde heb ik in mijn onderzoek niet gevonden. |
Hierboven het stukje noordzijde van de Markt zoals het is afgebeeld op de Kaart Figuratief van Delft. Het geeft de situatie weer zoals die was in de 17e eeuw. |
| De Periode 1867 tot heden. Cornelis Johannes Bonardt, meestertimmerman, bouwt in 1867 een nieuw huis en timmerwerkplaats. Dit klopt met de eerste steenlegging van het huidige pand. De letters van de steen verwijzen mijns inziens naar Magdalena Joosten, de echtgenote van Bonardt. Bonardt is eigenaar volgens het kadaster. In het consentboek, wijk 4 nummer 368 vraagt G.de Ronde, metselaar, toestemming voor het zetten van een steiger en het storten van puin aan de Noordzijde van het Marktveld. De jaartallen kloppen precies, dus gaan we daarvan uit. Wat er precies werd afgebroken zal wel altijd een vraagteken blijven, maar de woning met timmerwerkplaats wordt genoemd in een testament van Bonardt. Zijn vrouw is erfgenaam (Zie akte C). In 1875 komt de timmerman te overlijden en wordt Magdalena Joosten eigenaresse van het pand. Ik weet niet of ze er zelf woont, of dat ze het verhuurt. Bij notaris Vorstman blijkt dat er nog vier pandjes op haar naam staan. De volgende eigenaresse van het pand is Maria Joosten. Vermoedelijk een zus van Magdalena? Ik denk dat het huwelijk van Bonardt en Magdalena Joosten kinderloos is gebleven en dat Maria het pand door vererving ontving. De daarop volgende eigenaar wordt Andries Mooijman uit Den Haag in 1905. Hij is echtgenoot van Maria Joosten. Hij verkoopt in 1916/1917 het pand aan Pieter Albertus de Roo, die tevens eigenaar is van panden aan het Noordeinde, de Hugo de Grootstraat en de Simonstraat. Ik denk dat het pand na Bonardt, die er woonde, verhuurd is geweest. Maria Joosten en Andries Mooijman zijn woonachtig in Den Haag. Pieter Albertus de Roo woont aan de westzijde van de Markt en heeft zicht op Markt 74 en 76. Hij wil daar graag wonen met zijn aanstaande. bruid, die ook aan de westzijde woont. Twee mensen dus, die hun leven lang aan de voet van de Nieuwe Kerk verblijven. |
|
| Piet van der Eijk | |
| nadere informatie over Markt 74 en 76 | |