| Koornmarkt 42 | |
| Voormalig bewaarschool en brouwerij De Bril | |
Tot voor kort was Koornmarkt 45 het pedagogisch adviescentrum en medisch kinderdagverblijf De Dolfijn, maar veel Delftenaren kennen het nog als een rooms katholieke kleuterschool. Tussen 1852 en 1968 hebben heel wat kinderen daar onder hoede van de nonnetjes van de Zusters van Liefde hun blokken leren stapelen. In 1968 moest de kleuterschool vanwege de ontvolking van de binnenstad worden opgeheven. Onder meer door de sanering van het gebied van het huidige winkelcentrum In de Veste, en natuurlijk door de veel kleinere gezinnen, werd de binnenstad heel wat katholieke kinderen armer. Brouwerij |
Situatie 1832 |
| Faillissement De brouwerij werd overigens in 1617 wegens faillissement verkocht. Het ging na 1600 al moeizaam met het beroemde Delftse bier en het bedrijf was zwaar belast met leningen. De totale schuldenlast bedroeg f 5685,-. Koper van de brouwerij werd Dirk Jansz de Vogel, met op de achtergrond zijn schoonvader, de kapitaalkrachtige brouwer Aper van der Houve van de Dubbele Hellebaarden op de Voorstraat. Toen deze Dirk vijf jaar later, samen met zijn vrouw Sara binnen één week overleed, maakte de Weeskamer ten behoeve van de achtergebleven weesjes de rekening op van hun nalatenschap, en dus van de brouwerij. Uit de schuld- en bierboeken is een fraai beeld te krijgen van de klantenkring van de bierbrouwer. Het bedrijf deed zaken met vele tappers, herbergiers, waards en bierstekers (groothandelaren in bier) in plaatsen als Boskoop, Bodegraven, Hazerswoude, Rijswijk, Katwijk, Noordwijk Binnen en Zoetermeer. Maar ook in het Brabantse Klundert en Fijnaert en in Nieuwe Tonge en Oost Duijveland had het bedrijf bierstekers zitten. Ook was er een apart ' schultboeck' met bierstallen in Enkhuizen, Hoorn en omliggende Westfriese dorpen.Typerend voor de bierhandel was ook het contract met ene Joris Cornelisz uit Wateringen. De Vogel schold hem de rente over diens schulden vrij, mits hij bij zijn brouwerij zou blijven bieren. Verder had de brouwer aandelen in de haringbuis van schipper Jacob Louwrens uit Delfshaven en netten in twee andere haringschepen. Ook dat had alles met bier te maken, want die schippers behoorden tot de vaste afnemers van scheepsbieren. Ook kwamen er diverse Delftse tappers in de boeken voor met kleine bedragen, waaronder Adriaen Thomas in de Drije Duifkens en Dirck Dircksz in de Roode Koe aan de Buitenwatersloot, Jannetje de coppelaerster aan de Molslaan. En dan was er nog een register met boeren die nog een kuip bostel (gistafval dat gebruikt werd als veevoer) moesten afrekenen. Naast zijn brouwerij had De Vogel bovendien nog een mouterij 'De Hoorn' aan de zuidzijde van het Achterom. Die werd na zijn dood verkocht aan een tinnegieter. Brouwer Aper van der Houve,van de eerder genoemde Dubbele Hellebaarden, ontfermde zich verder over zijn kleinkinderen en nam ook de brouwerij over. Verrassend was dat niet, want sinds 1597 had hij al geld in het bedrijf gestoken. Om de brouwerij voor f 6500 uit de nalatenschap over te nemen, hoefde hij nog maar f 816 contant op tafel te leggen. De rest bestond uit hypotheken die hij eerder had verstrekt. |
Predikant Robert Junius. Op een Delfts blauwe
Twee juffers aan het virginaal van Jan Vermeer. Beiden nu in de National Gallery in Londen. ![]() |
Het Gekroonde en Het Witte Hart |
|
| Regentenfamilie Vanaf 1663 huisden bijna een eeuw lang verschillende leden van de regentenfamilie Van Assendelft in het pand, te beginnen bij Nicolaas. Hij was advocaat, tevens stadsbestuurder, en bekleedde vele functies, waaronder diverse keren die van schepen. Bij zijn overlijden in 1692 bleek hij een echte Vermeer in huis te hebben, met een juffer aan het klavecimbel. Nu heeft Vermeer niet veel schilderijen geschilderd, maar zeker twee, zo niet drie, met een juffer en een klavecimbel. Wellicht was één van deze dames de vrouw of de dochter van Nicolaas. We mogen er misschien uit opmaken dat het een muzikale familie was. (Overigens moet deze Nicolaas niet verward worden met de chirurgijn Nicolaas van Asendelft, een naamgenoot uit dezelfde tijd.) |
|
| Kelderproblemen Eind 18e eeuw treffen we in het huis opnieuw een dominee aan: Mijnardus Ruijsch. Hij heeft problemen met de oude bierkelder onder zijn huis. Meester metselaer Lambertus van Heijningen tekende er in 1785 echter voor dat hij de ‘wulve’en ‘fundamenten’ van zijn ‘groote doch onbruikbare kelder’ zou verbeteren en verzekerde hem ‘dat er geen bevreesdheid voor zijn Ed, noch Famielje, behoefd te zijn dat van bovengemelde wulve en muuren eenige verzakkingen, veel minder instortingen als andersins plaats zal kunnen hebben’. De erfgenamen van deze dominee verkochten in 1818 het pand aan een vleeshouwer Cornelis van Buuren. Daarmee kreeg het vermoedelijk dus weer een geheel andere bestemming. |
|
| Bewaarschool Halverwege de 19e eeuw deed Cornelis het pand over aan Theodorus van Buuren. Hij verkocht het pand een jaar later aan de Vereeniging van de Heilige Vincentius van Paulo, een katholiek genootschap dat zich wijdde aan goede werken onder de armen. Deze vereniging richtte in het pand een bewaarschool voor arme kinderen op. Daar kwam eerst nog een forse verbouwing aan te pas, die f 3000 kostte, bijna net zo veel als de aankoopsom van f 3500. Met aandelen onder gegoede Delftse katholieken werd dat geld bij elkaar gesprokkeld. Het onderwijs werd verzorgd door de Congregatie van de Zusters van Liefde die oorspronkelijk uit Tilburg kwam en in Delft een onderdak vond in het klooster aan de Oude Langedijk. Op 19 maart 1852 kon pastoor Wenneker de school inzegenen. Al snel zaten er zo’n 265 kinderen. Na een aantal jaren kwam er in hetzelfde pand ook een ‘burgerbewaarschool’ voor kinderen van betere stand, waarvoor wel schoolgeld betaald moest worden. Deze kinderen mochten door de voordeur aan de gracht naar binnen, de arme kinderen moesten door de achteringang via een poortje in de Molsteeg. Uiteraard waren de klassen van de burgerkinderen kleiner en was daar meer speelgoed. Op de bovenverdieping was een zaaltje dat door de Vincentiusvereniging werd gebruikt en verhuurd. In 1898 werd daar de katholieke studentenvereniging St Virgiel opgericht. Toen in 1912 op het achtererf tussen dit pand en Koornmarkt 48 de St Jozefmulo werd gebouwd (zie Koornmarkt 48), werd ook de bewaarschool met een aantal lokalen vergroot. Het onderscheid tussen de standen zou bijna honderd jaar duren. In 1949 werd het afgeschaft. De oude bewaarschool, nu kleuterschool, werd toen ook verder gemoderniseerd: de banken werden vervangen door losse stoelen en tafeltjes en ook de matglasruiten werden vervangen door glas waardoor je naar buiten kon kijken. Ook kwamen er in 1952 een aantal klassen met Montessori-onderwijs. Het onderwijs bleef echter nonnenwerk tot de school in 1968 gesloten werd. |
In dit pand zat ook een katholieke bewaarschool. |
| Kees van der Wiel | |
| nadere informatie over Koornmarkt 42 | |