| Over veel Delftse huizen, eigenaren en bewoners, is in het verleden al eens gepubliceerd. Op de homepagina van deze website kunt u onder ‘adresverwijzingen’ vele voorbeelden vinden. Van het adres Hippolytusbuurt 1 hebben we de informatie uit diverse bronnen in een samenvatting bij elkaar gezet. Het is een groot winkelpand, dat is uitgebouwd achter vier gevels. Het grootste pand op de hoek met de Nieuwstraat is een samenvoeging van twee huizen. Vroegere huisnummers bestaan niet meer. Boven de winkel zijn tegenwoordig appartementen, ingang aan de Nieuwstraat 20 − 36. En één van de panden woonde Antoni van Leeuwenhoek, beroemd geworden om zijn microscopen en zijn pionierswerk op het gebied van micro/organismen. | |||
| Hippolytusbuurt 1 / Nieuwstraat 20-36 | |||
| Vroeger Het Gouden Hoofd, huis van Antoni van Leeuwenhoek | |||
Uit het Delfts grachtenboek: |
Een groot pand op de hoek Hippolytusbuurt Nieuwstraat. V&D kwam hier in 1904 en heette De Zon. De zijgevel in de Nieuwstraat heeft bijzondere ramen. De winkel, waar nu Vögele is gevestigd, is in de loop van de tijd uitgebreid en zit nu achter vier gevels. Een plaquette op de middelste gevel herinnert aan bewoner Antoni van Leeuwenhoek De Delftse schilder Jan Verkolje portretteerde Antoni van Leeuwenhoek. (Coll. Naturalis, Nationaal Natuurhistorisch Museum) Van Leeuwenhoek werd geboren bij de Leeuwenpoort aan het Oosteinde. Kaart Figuratief, nr 32 Een microscoop van Van Leeuwenhoek (Coll. Boerhaave) Tsaar Peter de Grote kwam naar Delft om Van Leeuwenhoek te ontmoeten. (Portret Jean Marc Natter, coll. onbekend) |
||
| Lakennering Om in zijn onderhoud te voorzien, begon hij hier een lakennering, totdat hij zich in 1660 tot 'Kamerbewaarder der Kamer van Heeren Schepenen van Delft' benoemd zag, welke functie hij tot 1699 vervuld heeft. Hij was bovendien wijkmeester der stad en, sedert 1673, 'wynroeijer en peilder' en ontving vele malen vereringen van de magistraat, uit hoofde van de opdracht zijner werken aan de stadsoverheid. Intussen verdiepte hij zich naarstig in de studie van navigatie, sterrenkunde, wiskunde, filosofie en natuurkunde, doch zijn uitzonderlijke roem heeft hij te danken aan zijn onderzoekingen als microscopist, waarbij hij tevens grote vaardigheid in het slijpen en polijsten zijner lenzen aan de dag legde. Hij ontdekte de rode bloedlichaampjes, de infusoria en spermatozoïden, terwijl hij ook de bloedsomloop en de opbouw van beenderen en tanden tot onderwerp van zijn microscopistische studie maakte. Met geleerden van de Royal Society te Londen en mannen als Huygens, Boerhaave en Leibnitz stond hij in correspondentie, Karel II en George I van Engeland. Frederik I van Pruisen en czaar Peter I bezochten hem. 'Zes en dertig uuren voor zyn doot, toen zyne leden al begonden te verkleumen, gloeide het vuur van yver noch zoodanig dat hy met zyn byna versteve en stamelende lippen zyn gedachten noch op het papier liet stellen over een soort van zout 't geen hem door zeker aanzienlyk heer en bewindhebber der Oost-Indische Compagnie behandigt wierd, om te zien of 'er ook eenig gout onder verborgen was.' |
|||
![]() |
![]() |
![]() |
|
| Beeld uit de 17e eeuw, Kaart Figuratief. De vier of vijf huizen op de hoek zijn één grote winkel geworden. | Situatie in 1832. De geel omrande panden horen er ook bij. Historisch GIS Delft. | Kaart van de recente situatie. Het geel omrande maakt deel uit van de winkel. | |
| Toen nog De Zon In Ach lieve tijd “750 jaar Delftenaren en hun markten en winkels” staat het volgende over Hippolytusbuurt 1: Zo vestigde het warenhuis Vroom & Dreesmann, toen nog genaamd “De Zon”, zich in augustus 1904 te Delft, in een prachtig pand aan de Hippolytusbuurt op de hoek van de Nieuwstraat. Vroom & Dreesmann was ontstaan als manufacturenzaak maar ontwikkelde zich snel tot een echt warenhuis, waar behalve kleding ook allerhande andere artikelen gekocht konden worden. Vroom&Dreesmann had een bijzonder personeelsbeleid: de werknemers waren allemaal katholiek en intern. In Delft was het internaat gevestigd boven de winkel. De eerste winkelbediende die zich hier op 21 juli 1908 vestigde was Jacobus Anthonius van der Rest. In maart 1922 verliet de laatst ingeschreven winkelbediende, Johanna Maria Catharina Borsboom, het internaat. Voor het interne personeel golden strenge regels. Er waren gemeenschappelijke maaltijden, waarbij de directeur en zijn vrouw aanwezig waren. Het kerkbezoek werd bijgehouden, en er hing een biechtrooster op de zalen, en de dames en herenafdelingen waren uiteraard streng gescheiden. Mocht er een romance onder het personeel ontstaan, dan werd een van beiden geliefden overgeplaatst naar een ander filiaal. De werktijden waren lang, van ‘s morgens half negen tot ’s avonds 10 uur, zes dagen per week. Na sluiting moest eerst de winkel nog opgeruimd, daarna mocht er nog wat gedronken worden. De heren kregen een biertje de dames een glas melk. Kost en inwoning in het internaat waren gratis, evenals tabak voor de heren. Het salaris werd aan het eind van het jaar in een keer uitgekeerd. Voor de eerste wereldoorlog bedroeg dit ongeveer honderd gulden. |
|||
| Glas in lood In het historische tijdschrift Delf 1ste kwartaal 2006 wordt vermeld dat Hippolytusbuurt 1-5 genomineerd is voor de Le Comteprijs 2005, een onderscheiding die is ingesteld door de historische vereniging Delfia Batavorum. De nominatie werd verleend voor het opknappen van winkelpui van het voormalig V&D pand, het weer in het zicht brengen van bovenlichten met glas in lood en het schilderen van houten delen in houtimitatie. In De stad Delft Cultuur en maatschappij van 1813-1913 wordt opgemerkt dat het dubbele winkelwoonhuis Hippolytusbuurt 1-3 rond 1835 zal zijn gebouwd of liever gezegd zal zijn ontstaan. Hier werden twee panden samengevoegd en van een nieuw front voorzien. Dit pand is een Rijksmonument, nummer 11768, met de volgende beschrijving: `Hoekpand van parterre en twee verdiepingen met zadeldak tussen puntgevels. In de zijgevel drielichtvenster met getoogd middenstuk en daarboven rond venster. Voorgevel van vier vensterasssen met vensters in geprofileerde omlijstingen met hoofdgestellen en kroonlijst met kleine consoles. Het wordt een werkwoonhuis genoemd, datering 18e eeuw. |
|||
| Antoni van Leeuwenhoek Antoni van Leeuwenhoek, Delftse beroemste 17e eeuwse natuurwetenschapper en ontdekker, woonde in een van de panden aan de Hippolytusbuurt. In “Leven en werk van Antoni van Leeuwenhoek, 1632-1723” is een en ander over zijn opmerkelijke bestaan te vinden. Hij werd op 4 november 1632 geboren in Delft als Thonis (Antoni). In het doopboek van de Nieuwe kerk staat hij vermeld op dezelfde pagina als een andere beroemde Delftenaar, Johannes Vermeer. Zijn vader Philip Thoniszn, mandenmaker van beroep, en zijn moeder Grietgen Jacobs woonden op de hoek van de niet meer bestaande Leeuwenpoort aan het Oosteinde. Hoogstwaarschijnlijk heeft de familie daaraan haar naam ontleend. Er staat nu een school. Vanwege het tweede huwelijk van zijn moeder kwam Antoni van Leeuwenhoek in Warmond terecht en ging daar naar school. Later kwam hij in de leer bij een oom die secretaris en procureur in Benthuizen was. In 1648 vertrok hij naar Amsterdam waar hij als boekhouder in dienst kwam bij een Schotse lakenhandelaar. In die functie kwam hij in aanraking met een dradenteller, een soort vergrootglas. Vermoedelijk zijn zijn eerste wetenschappelijke activiteiten in die periode ontstaan. Door zijn handigheid en intelligentie ging hij met lenzen aan de slag en bekeek alles wat de natuur hem te bieden had. |
|||
Terug in Delft in 1654: |
|||
| Microbiologie In april1672 begon van Leeuwenhoek zijn waarnemingen te melden aan de Royal Society, het befaamde geleerde gezelschap in Londen, vooral op aandringen van zijn vriend en stadgenoot de arts Reinier de Graaf. Hij werd spoedig bekend als de Hollandse onderzoeker die microscopen kon maken van ongeëvenaarde kwaliteit. De eerste natuurwetenschappelijke waarnemingen die van hem bekend zijn, dateren van 1668 Hij was in hoge mate geïnteresseerd in de opbouw van de levende en dode natuur. Hij weekte peperkorrels in water en hoopte zo prikkelende puntjes te zien. Aan de korrels zag hij niet zo veel maar hij ontdekte wel `dierkens`. Deze microscopisch kleine wezens zouden bacteriën genoemd worden en hij beschreef ze nauwkeurig. Hierop voortbordurend werd hij de vader van de microbiologie, een wetenschap die van grote betekenis is geworden voor de geneeskunde, de landbouw en milieubescherming. |
|||
| Tsaar Peter de Grote In zijn huis aan de Hippolytusbuurt heeft Antoni van Leeuwenhoek talloze binnen/ en buitenlandse bezoekers ontvangen onder wie vorsten en geleerden van naam. Toen in 1698 tsaar Peter de Grote in Delft arriveerde (per boot) wilde hij graag de grote geleerde ontmoeten. Antoni van Leeuwenhoek werd verzocht naar zijn boot te komen want de tsaar had een hekel aan nieuwsgierige mensen bij hem in de buurt. Van Leeuwenhoek heeft hem een aantal microscopen geschonken. De tsaar sprak redelijk Nederlands en onderbrak het betoog van de geleerde enthousiast met de uitroep: ´Dat wil ik zien´. Zelfs toen hij stervende was heeft Antoni van Leeuwenhoek nog brieven met waarnemingen verstuurd naar Londen De laatste bevatten ook een nauwkeurig beschrijving van zijn ziektebeeld. Hij leed aan een zeldzame aandoening aan het middenrif die men tegenwoordig de ziekte van Van Leeuwenhoek noemt. Hij stief op 28 augustus 1723 ruim negentig jaar oud. Hij werd begraven in de Oude Kerk in Delft waar zijn dochter Maria later een grafmonument in herinnering aan haar beroemde vader zou oprichten. De Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen is in 1939 begonnen met het uigeven van alle brieven van Antoni van Leeuwenhoek. Het project loopt nog steeds. In 1999 verscheen het 15e deel. In tenui laborat, tenuis non gloria, is een spreuk van Vergilius, die werd vermeld op een gedenkpenning uit 1716, In ‘t kleine was zijn werk, niet klein was zijn roem. |
|||
Samenstelling Piet van der Eijk |
|||
| nadere informatie over Hippolytusbuurt 1 / Nieuwstraat 20-36 | |||
| laatste wijziging 25-01-2012 | |||